Spreek niet te snel over discriminatie

MELDPUNT PVV

Koud na de start van de website over Midden- en Oost-Europeanen klonk van vele kanten de reactie van 'discriminatie'. Even was er nog de aarzeling van onze minister-president of hij er iets van moest vinden. Hij brandde zijn vingers liever niet. Wat overbleef was de patstelling. Welles-nietes. Geen woord over het maatschappelijk vraagstuk - of dit nu wel of niet terecht werd aangekaart.


Het voorval sterkt mij in de opvatting, dat het woord 'discriminatie' in het actuele openbare debat ons te weinig handvatten biedt. Het begrip lijkt direct naar een morele verontwaardiging te verwijzen. De ontvanger van de beschuldiging kiest al snel de logische uitweg. Hij ontkent. 'Natuurlijk discrimineren wij niet.' Het waren de letterlijke woorden van Geert Wilders. Geen toelichting, geen gesprek. Alleen de patstelling, die overbleef. En een zichtbaar effect op de politieke peilingen, waar (op zijn minst vanuit zijn achterban) waardering voor die aanpak uit spreekt.


Voor de wetgever is het begrip 'discriminatie' essentieel. In onze rechtsstaat wordt erop toegezien dat in het publieke domein, bij gelijke omstandigheden, geen onderscheid wordt gemaakt op basis van ras, godsdienst, geaardheid of geslacht. Niet voor niets gaat het bij dit onbetwiste uitgangspunt om het eerste artikel van onze grondwet. Iedereen kan beroep doen op de rechtsstaat als er zaken gebeuren die niet door de beugel kunnen, wanneer je rechten worden beperkt of wanneer je wordt achtergesteld. De meeste mensen zijn daar assertief genoeg voor. En degene die dat niet is, heeft anderen naast zich staan en het schild van de overheid, om hem daarbij te helpen. Mijn ervaring is dat zo'n beetje iedereen in ons land deze basiswaarde met hart en ziel is toegewijd.


Tot voor kort was het woord discriminatie ook in het maatschappelijk gesprek verduidelijkend en behulpzaam. Discriminatie verwees daarbij niet alleen naar ongefundeerde ongelijkwaardigheid in de toedeling van rechten en plichten, maar ook naar het al te gemakkelijk generaliseren en het typeren van een individu op basis van (vermeende) kenmerken van de groep waartoe hij behoort. Niet-discrimineren was een eenduidig en onbetwist kompas voor ons gedrag en geweten.


Gaandeweg heeft het begrip echter een extra lading gekregen, alsof het de scheidslijn zou markeren tussen goed en slecht. Wie aan de goede kant van die lijn staat, discrimineert niet. Met als effect dat degene van wie gezegd wordt dat hij discrimineert zich al gauw monddood gemaakt voelt. Maar ook deze persoon is assertief geworden. Hij wil wél gehoord worden en niet in een hoekje gezet. Hij wil ook problemen aankaarten, al kiest hij voor ongepolijste bewoordingen en al zegt hij niet alles correct. Want dat zegt toch niets over het probleem erachter? Hij ervaart dat wel degelijk.


Het begrip discriminatie lijkt het gesprek te blokkeren. Het gaat dan niet om het vraagstuk dat wordt aangekaart, maar om de toon waarop. En hoewel die toon mij ook niet altijd plezierig voorkomt, moet het toch gaan om het vraagstuk erachter. Want als dáár niet over gesproken kan worden, wordt het begrip discriminatie zelf een obstakel. Dat is werkelijk ongewenst. Het gezag van het begrip holt erdoor uit. Zodat het, juist als kompas voor de waarden van onze rechtsstaat, aan zeggingskracht verliest.


In het maatschappelijk debat kunnen we daarom beter niet te lichtvaardig naar het D-woord grijpen. Dit waardevol rechtsstatelijk principe moet niet verhullend werken als er daadwerkelijk overlast wordt ervaren.


En nee, we moeten nooit vergeten dat het de Polen waren die destijds delen van ons land hebben bevrijd, waar de burgemeester van Breda ons op wees. En ja, we dienen altijd onszelf en elkaar te corrigeren bij de makkelijke neiging te generaliseren. Alsof hele groepen over een kam kunnen worden geschoren.


Het is mooi zoals de gemeente Opmeer dit deed; ludiek en adequaat. De gemeente liet weten allang een overlastmeldpunt te hebben - maar dan voor iedereen. Zoals veel gemeenten. In hun wijken wordt daar aantoonbaar werk van gemaakt. Dan maakt het niet uit of de overlast van een Marokkaan, een Pool of een Nederlander komt. Want met die meldingen in de hand wordt gewerkt aan concrete oplossingen. Met de buurt, de wijk, de politie, bonafide werknemers en werkgevers. Met die Marokkanen, Polen en Nederlanders.


Mijn ervaring is dat als je hierin investeert, je de handen op elkaar en uit de mouwen krijgt. Plus de neuzen naar één kant. Ook dat is winst. Dit grote vraagstuk; dat breng je zo weer dichterbij.


BERT BLASE


is burgemeester van Alblasserdam.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden