Sprankeling van glas, ijzer en beton

Een expositie wars van alle grootsheid die Kapoor doorgaans wil uitstralen.

De Pont, Tilburg

T/m 27/1. depont.nl

Drukte alom in Museum De Pont. Groepjes studenten worden rondgeleid. Vrouwen van middelbare leeftijd schuifelen van het ene kunstwerk naar het andere. In het cafetaria is het bomvol. Reden voor de grote drukte: de najaarstentoonstelling van de Britse kunstenaar Anish Kapoor. Voorwaar geen kleine jongen. Daar komt automatisch veel publiek op af. Klein probleem bij dit soort grote kunstenaars: ze exposeren over de hele wereld. De ene iets routineuzer dan de andere. Latent gevaar: voor je weet zit je met een museum vol winkeldochters. Leftovers uit een oeuvre waarvan de belangrijkste werken aan andere, grotere musea in het buitenland zijn uitgeleend. In de tredmolen van de mondiale tentoonstellingspraktijk mag je al blij zijn als je werk van enige importantie kunt lenen.


Maar De Pont-directeur Hendrik Driessen kan trots zijn. De 'Kapoors' die hij heeft weten te bemachtigen, zijn op maat gesneden. Ze lijken voor het Tilburgse gebouw te zijn gemaakt. En daarmee is de expositie anders dan de vele overzichten die Kapoor elders heeft, waar doorgaans vooral het artistiek machismo van Kapoor wordt benadrukt. Zoals drie jaar geleden in de Londense Royal Academy. Daar werd zijn werk neergezet als dat van een olympiër. Groots, overweldigend, niet te vermijden. In vergelijking daarmee is zijn De Pont-expositie er een voor fijnproevers.


Nu heeft het Tilburgse museum ook een naam opgebouwd als het om Kapoor gaat. Driessen kocht zijn eerste 'Kapoors' al in 1992, waaronder twee duistere kunstwerken voor de wolhokken in het museum. Drie jaar later organiseerde De Pont zijn eerste overzicht van Kapoor. Er is een duidelijke verbintenis tussen de twee. Het oeuvre van de kunstenaar en het aankoopbeleid van het museum lopen haast parallel.


Op zich is het werk van Kapoor behoorlijk beperkt. Je moet ervan houden. Kom bij hem niet aan met maatschappelijke betekenissen en wereldse belangen. De gesoigneerde Brit van Indiase komaf mikt eerder op een fysieke respons bij de toeschouwer. Op de magie van de waarneming met glimmende objecten, reflecterende oppervlakken, hallucinerende kleuren waarbij het gezichtsvermogen tekortschiet. Al jaren hanteert Kapoor hetzelfde repertoire, met zweverige pigmenten, onpeilbare kleuren, het veelvuldige gebruik van donkerrode was. En al jaren pakt hij daarmee behoorlijk uit. Voor de 100 meter lange Turbine Hall in de Tate Modern construeerde hij een bordeauxrode megatoeter. Dat was in 2002. Vorig jaar zette hij een vergelijkbaar 'rood monster' in het Grand Palais in Parijs. Ook daar liet hij zijn spieren rollen met een groter-dan-groot beeld, als een bevestiging dat hij een grootheid is.


Verbazen doet dit soort werk niet meer, ondanks de afmetingen. Het zijn inmiddels oude bekenden. Zoals het spectaculaire kanon dat elk half uur een homp rode was in een hoek schiet. Een uitvergrote oorworm die eindigt in een rode glanzende schelp. Dat soort werk.


Maar de verrassing in De Pont staat in de grote zaal. Daar heeft Kapoor enkele glanzende beelden laten zetten. Lachspiegels die in eerste instantie vooral komisch zijn omdat ze de bezoekers vervormen als bij een kermisattractie.


Eenmaal voorbij deze eerste grappigheid blijken de beelden ook de hele ruimte te veranderen. In de spiegels is de architectuur van het museum te zien zoals je die nog nooit hebt ervaren. Ze lijken zelfs helemaal op te lossen in de herhaling van glas, ijzer en beton. Een sprankelende, fijngevoelige toevoeging en, belangrijker, wars van alle grootsheid die Kapoor doorgaans wil uitstralen. Godlof dat nu blijkt dat Kapoors werk ook subtiel kan zijn.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden