Sportklimmen heeft iets van hippie-filosofie

Peter Horning (23). Nederlands kampioen sportklimmen, verdedigt dit weekeinde in de klimhal van Roosendaal zijn titel...

WAAR je steeds last van hebt, zijn de ringbandjes van de vingers. Die willen nogal eens inscheuren, dan sta je weer drie maanden buitenspel. Ik heb net zo'n periode achter de rug, balen is dat. Normaal train ik minstens vier uur per dag, soms zes, soms twee, het hangt er een beetje vanaf of die ringbandjes het trekken.

Ik heb thuis een klimplafond gemaakt, met allerlei grepen. Daar draai ik dan mijn rondjes, uur na uur. Verder train ik niet - hardlopen is niks, het krachthonk hoeft ook niet. Niks geen dieet, gewoon de halve dag klimmen, dat is het geheim.

Kampioenschappen worden altijd in een hal gehouden, dat is het eerlijkst. Je kunt in een hal onbeperkt nieuwe routes bouwen. Het is sportief, buiten houd je toch altijd het weer dat de competitie kan beïnvloeden. De eerste klimmer kijkt tegen de zon in, de laatste klimt in de schaduw.

Op zo'n klimwand ben je zo'n zes minuten in touw. Na tweeëneenhalve minuut begin je al te verzuren. Je moet dus onderweg herstellen. Dat kan door wat gemakkelijke posities in te nemen, zodat je je handen wat los kan wapperen, en het melkzuur eruit kan. Het gaat er overigens niet om hoe snel je bovenkomt, maar dàt je bovenkomt. De route moet zo gebouwd zijn, dat er in de finale maar één klimmer boven komt. De rest valt af, letterlijk.

Ik weeg 57 kilo, ben 1.69 lang, maar het is niet belangrijk zo klein te zijn. De wereldtop is gemiddeld 1.80 meter. Veel spieren hoef je er niet voor te hebben. Als je onderarmen maar sterk zijn. Trouwens, je kunt altijd een voetje bijzetten. Ik ken een Amerikaanse klimmer, die trekt zich net zo makkelijk tachtig keer aan twee armen op, en doet het dan nog eens twintig keer met elk één arm. Toch legt die het af in de muur.

De beste klimmers van de wereld zijn Fransen, en ze heten alledrie, toeval of niet, François - François LeGrand, François Lombard en François Petit. Dat zijn de absolute sportklimgoden. Die jongens klimmen rustig een 8c, terwijl wij in Nederland vaak niet verder komen dan een 7c. Sinds kort wordt er door de top al 9a geklommen, daar komen wij laaglanders helemaal niet aan toe. Bij internationale wedstrijden ben ik ooit 33ste geworden, dus dat geeft onze plaats wel een beetje aan.

Die Franse toppers kunnen heel keurig van hun sport leven, ik word slechts een beetje gesponsord, met materiaal. Van het klimmen kun je hier niet rondkomen. Maatschappelijk heb ik nu niet veel, nee. Ik heb een jaartje economie gestudeerd. In Maastricht, want dat was het dichtst bij de rotsen van de Ardennen. Maar die studie was niks. Ik heb ook nog geprobeerd een bedrijfje op te zetten dat klimreizen naar Frankrijk aanbood, maar dat werd ook al niks. Ik was te vroeg, want nu is er in die branche wèl geld te verdienen.

Ja, hoe word je in Nederland klimmer? Mijn vader klom alpine. Ik heb het dus met de paplepel ingegoten gekregen. Dat sportklimmen heeft wel iets met de hippie-filosofie te maken. Je bent in zo'n lekker warm land, een beetje zwemmen, beetje niks doen, en dan aan het eind van de middag wat routes drukken. Het is een heel aparte sfeer.

In Nederland klimmen nu zo'n tienduizend mensen, en het worden er meer. Hoe meer hallen er komen, hoe meer klimmers. Daar geloof ik heilig in. Kijk naar het squashen, die sport groeit ook dank zij de bouw van steeds meer hallen. Er komen steeds meer artificiële klimwanden in Nederland, maar hier in Enschede hebben we er nog geen. Daarom ga ik er een bouwen. Ik heb uitgebreid onderzoek gedaan, en ik weet dat er hier vraag naar bestaat. Als Eindhoven een succesvolle wand heeft, dan kan het in Enschede ook.

Ik heb nu een bankgarantie en een prima ondernemersplan. Als de gemeente akkoord gaat, kunnen we in november beginnen. Het wordt een damwand van ruim zeven meter hoog, in een zilverkleurige constructie, naast het Diekmanstadion. Ik richt me nu nog even op de kampioenschappen, maar daarna wordt alles op de bouw van die hal gezet.

Zo'n eigen hal is een droom, maar als je diep in mijn hart kijkt, dan blijft het natuurlijk wel iets kunstmatigs. Het mooist blijven de echte rotsen, in Zuid-Frankrijk. Daar ligt het Mekka van de klimsport. Met een slaapzak in de wand, onder een rots, en een ondergaande zon, daarbij valt alles in het niet.

Rolf Bos

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.