Sportief saluut aan het krijgsgeweld

Ter herinnering aan de Eerste Wereldoorlog, die in 1914 begon, gaat de Tour morgen van start in Ieper. Farazijn fietste dit voorjaar langs de frontlijn, in zijn geboortestreek.

DIKSMUIDE - De eerste herinnering van Peter Farazijn over de Eerste Wereldoorlog gaat terug naar de Dodengang, waar hij als jongen verstoppertje speelde. Het netwerk van loopgraven in zijn Vlaamse geboorteplaats Diksmuide was in de jaren zeventig van de vorige eeuw een al bijna vergeten souvenir. 'Pas later is dat een toeristische attractie geworden.'


Tegenwoordig is Farazijn (45) buschauffeur. Voor de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn draait hij zijn diensten in en rond Diksmuide, nog altijd zijn woonplaats. Dat voert hem nogal eens naar het naburige Ieper. Elke avond om 8 uur weerklinkt de Last Post, het muzikale saluut aan de Britse gevallenen, bij de Menenpoort. 'En elke avond zie je de mensen elkaar verdringen om er niets van te missen.'


Dit jaar brengt de Ronde van Frankrijk een saluut aan het krijgsgeweld dat honderd jaar geleden begon en nu in ieders herinnering voortleeft als de Grote Oorlog . Donderdag volgt de zesde etappe de Chemin des Dames, een heuvelrug waar de Fransen zich in 1917 te pletter liepen op de Duitse stellingen. Woensdag gaat de vijfde rit van start in Ieper.


Peter Farazijn, die tussen 1990 tot 2005 acht keer deelnemer was, verbindt beide werelden. Een schuur vol racefietsen herinnert aan zijn tijd als wielrenner en anders doet zijn oudste zoon Maxime dat wel. Hij is een talentvol coureur bij de Belgische formatie Quick-Step. In de gang staat een boekenkast waarin de Eerste Wereldoorlog hoog ligt opgestapeld. De 45-jarige Farazijn is gegrepen door de geschiedenis waarvan zijn geboortegrond is doordrenkt.


Hij haalt zijn laatste aanwinst te voorschijn: Omloop van de Slagvelden. In dat boek wordt herinnerd aan een koers die in 1919, het eerste vredesjaar, langs het 'theater van de oorlog' voerde. Farazijn: 'De deelnemers moesten soms slapen in de loopgraven. Dat kon toen allemaal.'


Als wielrenner was Farazijn al geïnteresseerd in de Eerste Wereldoorlog. Hij stopte er zijn koffer mee vol. 'De anderen keken 's avonds televisie, ik pakte een boek. Voor mij was dat ook een vorm van ontspanning.'


Hem interesseren vooral de verhalen van het alledaagse leven. 'Het lot van de kleine man en de soldaat. Ongelooflijk hoe er werd gevochten om een paar meter. Dat was het bizarre van de Eerste Wereldoorlog. Er werd gevochten volgens oude tactieken, maar met nieuwe middelen. Een soldaat die zijn hoofd boven een loopgraaf uitstak, werd meteen neergemaaid.'


Peter Farazijn was geen vooraanstaand coureur. Zijn werk bestond er uit de weg te plaveien voor meer getalenteerden, zoals Frank Vandenbroucke. Farazijn leeft vooral voort in zijn bijnaam Fausto. Ooit meende een soigneur in zijn kuiten die van Fausto Coppi te herkennen.


Voor het tijdschrift Etappe, een jaarlijkse uitgave van het Wielermuseum in Roeselare, fietste Farazijn dit voorjaar langs de frontlijn in westelijk Vlaanderen. Dat ging van Zonnebeke, een Britse begraafplaats, naar Langemark, waar 44 duizend Duitse soldaten hun laatste rustplaats vonden. In Diksmuide, vlak bij zijn huis, staat de IJzertoren. Het 84 meter hoge bouwwerk groeide de laatste decennia uit tot symbool van Vlaams nationalisme.

Tourwinnaars gesneuveld

Het zijn plekken die een centrale rol spelen in het leven van Farazijn. Het waren ook de markeringspunten op zijn vaste trainingsrondjes. Hij herinnert zich de kastjes die aan de elektriciteitspalen langs de weg waren bevestigd. Daarin konden boeren onontplofte handgranaten kwijt, die bij het ploegen naar boven kwamen. 'Dat gebeurt nog steeds.'


Soms werd een training een bedevaart. Zo maakte Farazijn weleens een omweg naar het noord-Franse dorp Carency, waar François Faber begraven ligt op een oorlogskerkhof. Faber was soldaat in het Franse vreemdelingenlegioen, hij kreeg in 1915 de blijde boodschap vader te zijn geworden. Het verhaal wil dat hij juichend overeind sprong in zijn loopgraaf en dat een Duitse kogel hem in het hart trof.


De Luxemburger François Faber was in 1909 de eerste buitenlander die de Ronde van Frankrijk won. Hij was niet de enige Tourwinnaar die het leven liet in de Eerste Wereldoorlog. Lucien Petit-Breton ging hem in 1907 en 1908 voor als de nummer één in de Ronde van Frankrijk. Octave Lapize was in 1910, een jaar na Faber, de beste in het klassement. Zeven jaar later was hij dood, net als Petit-Breton.


Ze hebben Peter Farazijn wel eens gevraagd of hij niet de bus wil besturen van Quick-Step of Lotto, de twee Belgische profploegen in de Tour. Dat zou hem best wel wat lijken, ware het niet dat hij dan weer voortdurend van huis zou zijn. Bovendien is hij ook wel gehecht aan de route langs de Eerste Wereldoorlog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden