Sport in woord

Sport is niet alleen maar voor de dommen. Uitgeverijen verdringen elkaar om sportbundels uit te geven, het literaire voetbaltijdschrift Hard Gras ligt om de drie maanden in kiosken te pronken....

O, Ronde van Uithoorn! Deze woorden gooien mij nog altijd omver. Ben ik ooit gelukkiger geweest?

PRATEN met Martin Ros over sportboeken leidt onherroepelijk naar Uithoorn, naar Maria Hemelvaart 1954, naar het kroonjuweel op zijn bondige erelijst van wielrenner. Om kwart voor vijf, op een dinsdagmiddag in 1996 is het zover. In een van boeken bezeten werkkamer zegt hij: 'Mijn overwinning in Uithoorn ontroert mij nog steeds, meer dan elk boek dat ik uitgegeven heb.'

Martin Ros is uitgever, schrijver en wielerliefhebber. Hij schreef in 1987 Heldenlevens, 'een bijdrage aan de mythologie van de wielersport'. Ros leidde de heldenlevens in met zijn eigen pogingen hard te rijden op een racefiets.

In een wereld vol uitroeptekens en klemtonen maakt Martin Ros zich even zo klein mogelijk. Van Heldenlevens verschenen maar liefst vijf drukken, maar hij plaatst zichzelf nadrukkelijk in de schaduw van Tim Krabbé als wegbereider van de huidige hausse in sportboeken. 'De grote eer geef ik aan Krabbé met zijn boek De Renner. Daar is het eigenlijk mee begonnen.' Later voegt hij daaraan nog de naam van Benjo Maso toe. 'Die heeft ook fàntàstisch over wielrennen geschreven.'

In de jaren tachtig is gezaaid waardoor in de jaren negentig kan worden geoogst. 1996 Belooft een topjaar te worden. Martin Ros: 'Er hebben nog nooit zoveel sportboeken op de voorjaarslijsten van de uitgeverijen gestaan als dit jaar. De grote eer geef ik aan Thomas Rap. Die heeft met zijn Sportbibliotheek baanbrekend werk verricht.'

Adriaan Jaeggi is bij uitgeverij Rap verantwoordelijk voor de Sportbibliotheek die eind 1993 begon met De Godenzonen van Ajax, geschreven door David Endt. De serie loopt behoorlijk. Jaeggi: 'Geen ongelooflijke bedragen, maar over het algemeen leveren ze hun geld wel op.'

Dit najaar verschijnt het 25ste deel: een heruitgave van Mysterieuze krachten in de sport, de moeder aller sportboeken. Jaeggi: 'Iedere liefhebber die ik dat vertel, krijgt meteen een glimlach op zijn gezicht.'

Hoe het destijds tot de Sportbibliotheek gekomen is, weet Jaeggi niet. 'Waarschijnlijk zo'n idee dat opeens opborrelt.' Endt had al voor Rap over sport geschreven: Brieven aan Frank Rijkaard en De schaduw van San Siro. Die twee boeken hadden het behoorlijk gedaan, dat zal een rol hebben gespeeld. Bovenal is Rap een echte sportliefhebber. Jaeggi: 'Thomas slaapt slecht als Ajax verliest.'

Per jaar verschenen er in de Sportbibliotheek zo'n tien titels. Jaeggi: 'In het begin gaat het heel gemakkelijk natuurlijk. De onderwerpen en de schrijvers dienden zich vanzelf aan. Het was ook een soort inhaaloperatie. Er zijn boeken uitgekomen die er allang hadden moeten zijn, zoals de biografieën van Pim Mulier en Jaap Eden.' De frequentie zal nu wel wat gaan afnemen, denkt Jaeggi. 'We zijn natuurlijk wel een literair fonds en geen sportboekenfonds.'

De keuze van uitgaven in de Sportbibliotheek wordt vooral ingegeven door het ondefinieerbare gevoel in de vingertoppen. Criteria zijn er nauwelijks. Jaeggi: 'Een schrijver moet gaan voor de sport en in elk geval een beetje kunnen schrijven.' Veelzijdigheid moet kenmerk van het ware zijn. Sporters, historici en liefhebbers kunnen hun ei kwijt bij Rap. 'Behalve dikke boeken moet er ruimte zijn voor lichtzinnigheid, zoals in de boeken van Endt. Dat zijn pure liefdesverklaringen aan Ajax.'

Jaeggi is vooral geïnteresseerd in de verhalen van sporters zelf, hoe ze hun hoogte- en dieptepunten beleven. 'Die worden vlak na een wedstrijd geïnterviewd en dan komt men niet veel verder dan vragen als: wat ging er door je heen? Ja, bloed natuurlijk. Terwijl je wel echt wilt weten wat die sporter heeft meegemaakt. In dat opzicht is De Renner natuurlijk het boek dat in ons fonds thuis hoort. Zo moet het.'

Jaeggi vroeg Wim Kieft en Bettine Vriesekoop hun ervaringen op schrift te stellen. De oud-voetballer zei nee. De tafeltennisster zei ja en verwoordde in deel negen van Raps Sportbibliotheek haar gemengde gevoelens tijdens trainingskampen in Peking.

Ze is tot nu toe de enige vrouw in het gezelschap. Sportboeken schrijven blijkt mannenwerk te zijn. Jaeggi: 'Zo'n boek is toch vaak de vervulling van een jongensdroom. De meeste sportfanaten zijn mannen.'

Hij zou graag andere sportsters aan het schrijven krijgen. 'Zo'n Pernette Osinga, dat lijkt me toch een interessante vrouw. Of die mooie hardloopster, hoe heet ze ook alweer? Ja, Stella Jongmans. Thomas zegt steeds: een vrouw die zo goed kan hardlopen, kan vast ook heel mooi schrijven.'

BETROKKENHEID vindt Jaeggi een beter uitgangspunt voor een boek dan een kritische houding. 'Het zijn wel boeken met kritiek erin, maar het zijn inderdaad geen kritische boeken.' Adoratie is volgens Jaeggi een positieve grondhouding in dit genre. 'Maar adoratie goed opschrijven is een kunst. Dat kan al gauw stomvervelend zijn.'

In de sportjournalistiek mist hij juist die bevlogenheid. Daarom zijn sportverslaggevers ook schaars in de Sportbibliotheek. Jaeggi: 'Sportverslaggeving is werk van de korte adem en vaak van slechte kwaliteit. Dat zijn mensen die al dertig jaar naar het voetballen gaan en die zien het niet meer. Daar zit geen leven meer in, die zijn al dertig jaar dood.'

Martin Ros constateert juist enige verbetering. 'Dat overkritische van met name de Volkskrant is gelukkig aan het bijtrekken.'

Kritiek op de sportjournalistiek klinkt wel door bij Matthijs van Nieuwkerk, redacteur van het literaire voetbalmagazine Hard Gras. Hij beleeft meer plezier aan de Engelse sportpagina's dan aan de Nederlandse. 'Als je The Independent en The Guardian naast elkaar legt, lees je twee verschillende visies op een wedstrijd. Dat staat voor onafhankelijkheid, voor een visie die niet door persconferenties en quotes achteraf wordt gedicteerd.

'Ik vind dat in Nederland erg de nadruk wordt gelegd op de contacten. Je kunt niet onaardig over Danny Blind schrijven, want anders wil hij niet meer met je praten. Ik vind dat geen goede houding. Als je gerespecteerd wordt om je mening, wordt het heus wel gepikt.

'Het heeft te maken met persoonlijkheid en visie. In Engeland schrijft een voetbaljournalist voor een interland wat volgens hem de opstelling moet zijn. Dat lees ik graag. Dat jij schrijft dat Blind er niet in thuis hoort en dat ik vervolgens daarover in het café hevige discusssies kan hebben. Dat is toch leuk? Daarom vind ik Hans Kraay ook zo leuk op de televisie. Voetbalverslagen moeten veel meer een recensie zijn. Maar goed, dit klinkt allemaal nogal hoogdravend en dat wil ik ook weer niet.'

Terug dus naar het onderwerp, waarvoor we dinsdagmorgen in de kamer van Van Nieuwkerk, de pas benoemde adjunct-hoofdredacteur van Het Parool, tegenover elkaar zitten. Het vier keer per jaar verschijnende Hard Gras is een literair podium voor voetbal en volgens Van Nieuwkerk een 'doorbraak naar de sport'. De animo om mee te werken is groot, zowel van schrijvers als van lezers. 'We worden overspoeld met jeugdherinneringen. Erg veel poëzie ook in de trant van Henk Spaans gedichten op tv.'

Hard Gras lijkt wel een soort coming-out te zijn voor intellectuelen met hart voor de sport. Het past in een trend, waarin ambitieuze kranten graag een plekje op hun voorpagina vrijmaken voor sport. Zeker voetbal behoort de laatste jaren tot het nationaal cultuurgoed. Dat verklaart ook de stroom boeken erover.

Van Nieuwkerk: 'Rudy Kousbroek zei altijd: sport is voor de dommen. Zo is er ook altijd tegenaan gekeken. Maar nu bemoeien grote schrijvers zich ook met sport.'

Martin Ros heeft de verandering aan den lijve ondervonden. 'Vroeger was Theo Sontrop hier directeur bij De Arbeiderspers. Die man kon geen wielrenner van een motorrijder onderscheiden. Hij háátte sport. Nu is Ronald Dietz de grote roerganger. Met hem kun je praten over de vraag wie zevende in de Tour is geworden. Ja, binnen die verhoudingen poep je opeens sportboeken.'

Jaeggi trekt die ontwikkeling in een breder verband. Alles kan dit decennium, voetbal dus ook. Hij ziet een parallel met Nederlandstalige muziek. 'Vroeger had geen enkele intellectueel betrapt willen worden bij de aanschaf van het liedje De doodgewoonste dingen van Passepartout. Maar nu Paul de Leeuw, toch jarenlang het lievelingetje van progressief Nederland het zingt, wordt het wel gekocht.'

Martin Ros: 'Voor sportboeken bestond lange tijd geen vloer. Sport was niet serieus genoeg voor het niveau van boeken. Sport maakte geen deel uit van de cultuur. Dat kwam door de gelijkheidsgeest die in Nederland heerste. Bewondering mocht niet, terwijl dat toch de meerwaarde is van sport. Ik ging fietsen met Coppi in gedachten. Die drainage gaat van boven naar beneden.' Ros denkt dat de grote doorbraak in de jaren zeventig is gekomen met de successen van Ajax. 'Toen stonden hele en halve intellectuelen opeens vooraan met hun snufferd.'

In Amerika is sport altijd geïntegreerd geweest in het culturele leven. Van Nieuwkerk: 'Niemand keek er raar van op dat Scott Fitzergald zich bezig hield met honkbal.' Ros: 'Dat is ook het leuke van Amerika. Het is totaal gespeend van snobisme. Dat bevalt mij zeer. Ik ben namelijk een echte populist.'

OOK ELDERS in Europa werden de sport, haar beoefenaars en haar rapporteurs met respect bejegend. Ros: 'Winnaars van de Prix Goncourt schaamden zich niet over de Tour de France te schrijven.' De Franse romancier Antoine Blondin reisde in 1954 mee met de Tourkaravaan. De Italiaanse schrijver Dino Buzzati volgde vijf jaar eerder al de Giro d'Italia.

Engeland vormde de inspiratiebron voor Hard Gras. Van Nieuwkerk wilde samen met Henk Spaan een Nederlandse versie van When saturday comes maken en dat leek uitgeverij Veen ook wel wat. Veen dacht aan een oplage van tweeduizend, dat is nu gemiddeld tienduizend. Het 'voetbaltijdschrift voor lezers' ligt elke drie maanden in alle kiosken prominent te koop.

Behalve voor literatuur maken Spaan en Van Nieuwkerk ruimte voor journalistieke verhalen. Elk jaar wordt afgesloten met een grote reportage, zoals in 1995 over Ronaldo. Verslaggever Frans Oosterwijk mocht daarvoor een paar keer pendelen tussen een Eindhovense flat en het Braziliaanse strand.

Komend seizoen komt er bij Veronica een tv-versie van Hard Gras, waarin sport op vergelijkbare wijze tegemoet wordt getreden. 'Zoals het blad iets toevoegde aan het schrijven over voetbal, zo moet het tv-porgramma iets toevoegen aan het kijken naar voetbal.'

Van Nieuwkerk: 'Misschien is het hoogmoed, maar ik denk toch dat Hard Gras invloed heeft gehad op de sportjournalistiek. De journalist verruilt steeds vaker de kleedkamer voor de schrijftafel.' Ros: 'Nederland is op de goede weg.'

Toch zit er nog veel kaf tussen het koren. Van Nieuwkerk: 'Het enthousiasme is vaak groter dan het talent. Die boeken in de Sportbibliotheek zijn niet allemaal van hoog niveau.' Jaeggi: 'Het staat of valt met de schrijver. Een goed onderwerp kan verpest worden door een slechte schrijver. Een slecht onderwerp kan gered worden door een goede schrijver.'

Ros: 'Een goed sportboek heeft een begin, een midden en een eind. Het moeten geen aan elkaar geplakte anekdotes zijn. Er moet een lijn in zijn. Een verzameling krantestukken werkt niet. Dat is ook een beetje het probleem met Endt. Ik zou tegen hem willen zeggen: leg je stukken eens naast elkaar, probeer er een lijn in te vinden en ga daarop voortborduren.'

Een goed sportboek legt het karakter van zijn hoofdpersoon of van zijn maker bloot. Maar het kan ook iets vertellen over de tijdgeest, zoals Summer of '49 van de journalist David Halberstam dat doet. Het gaat over de strijd tussen Boston Red Sox en New York Yankees om de Amerikaanse honkbaltitel, maar indirect ook over de Amerikaanse samenleving van vlak na de oorlog. Van Nieuwkerk: 'Het leest als een geschiedenisboek.'

Jaeggi is huiverig voor al te ambitieuze schrijvers: 'Het moet geen vooropgezet plan zijn. Je hoeft niet de alternatieve geschiedschrijving van het Koninkrijk der Nederlanden te maken. Maar in onze reeks vind ik De zwarte meteoor van Tom Egbers het archetype van een sportboek. Het is leuk voor mensen die niet van voetbal houden en het zegt iets over de kneuterigheid van Twente in de jaren vijftig.'

Ros: 'Zo zou ik nog dolgraag eens een boek willen lezen over de successen van Ajax in de jaren zeventig. Dat was de voltooiing van een maatschappelijke revolutie. Nederland stond opeens op de kaart.' De hoofdredacteur van De Arbeiderspers raakt enthousiast over wat er nog allemaal braak ligt in een genre, waarin andere sporten dan voetbal en wielrennen vrijwel onbesproken blijven.

Hij denkt aan tennis. 'Een sport die van haar VVD-plateau naar de gewone man is afgedaald en waarin we heel goed gaan worden'. Hij denkt aan schaatsen. 'Kees Broekman! Die man was een mythe.' Hij denkt aan autoracen. 'Mats Gatsonides! Die rally's, daar kun je een schitterend boek over schrijven'. Hij denkt aan Kanaalzwemmen. 'Hoe heet die man ook al weer die het steeds niet haalde?' Van Nieuwkerk: 'Ik zou dolgraag nog eens een inside-boek over schaken willen lezen. Als het goed geschreven is, wil ik zelfs een biografie over Jantje Lammers lezen.'

Adriaan Jaeggi denkt dat de hausse in sportboeken een mode is. 'Met alle voor- en nadelen vandien. Een nadeel is dat er veel slechte boeken verschijnen. Iedereen wil een graantje meepikken. Een voordeel is dat mensen zich nu kunnen laten gelden, hun liefde te boek kunnen stellen. Hopelijk blijft daarvan een goede traditie in de sportjournalistiek over.'

Martin Ros is ervan overtuigd dat een onomkeerbare ontwikkeling in gang is gezet. 'Zeker op het gebied van fictie moet het nog groeien. Oergevoelens als haat en liefde zijn weggemasseerd in onze paarse samenleving. Er is geen plaats meer voor rancunes en ressentimenten, voor donker en licht. Dat kom je alleen in de sport nog tegen. De sport is een enorm dramatisch veld.'

KADER

Op stapel:

Gert-Jan Theunisse: de fiets, de fiets en verder niets - Jeroen Wielaert (uitgeverij Kosmos, maart)

Cruijff Hendrik Johannes - Nico Scheepmaker (herdruk, Scheffers, april)

Tourkoorts - Peter Ouwerkerk (De Arbeiderspers, juni)

Heersers van de Tour de France - Martin Ros en Wout Koster (De Arbeiderspers, juni)

Overleven - Mart Smeets (Contact, april)

You'll never walk alone - Laurens Blommendaal (Contact, mei)

Cruijff! - Bert Hiddema (Luitingh-Sijthoff, april)

Glorie en treurnis van het voetbal - Eduardo Galeano (Van Gennep, mei)

Relikwieën van Oranje deel 1 (1905-1940) - Chris van Nijnatten, Matty Verkamman, Henri van der Steen (Thomas Rap, maart)

Lucky Ajax, de eregalerij - Rik Planting (Rap, augustus)

Geluk heeft veters - Hugo Camps (Rap, april)

De lange mannen, tien jaar Nederlands topvolleybal - John Volkers, Willem Vissers, Hans Klippus (Rap, mei)

Hi-ha-hondelul - Ko van Geemert (Rap, april)

De moord op Maradona - Chris Willemsen (Rap, april)

Pim Mulier - Gijs Zandbergen (Rap, april)

Het verzwegen Oranje - Kees Volkers (Rap, mei)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden