Sporenonderzoek bij zedenzaak omstreden

De methode waarmee artsen bij zedenzaken dna-materiaal in de vagina verzamelen, is mogelijk onbetrouwbaar. Dit blijkt uit een gezamenlijke studie van de Technische Universiteit Delft, het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

VAN ONZE VERSLAGGEVER TONIE MUDDE

AMSTERDAM - De onderzoekers maakten gebruik van rubberen vagina's, een traceerbare crème en een bemonsteringsprotocol voor verkrachtingszaken. Een arts neemt dan met een wattenstaafje materiaal af binnen in de vagina. Bij die handeling kan het wattenstaafje materiaal van de schaamlippen de vagina induwen.

Bij het Delftse experiment trad deze zogeheten 'versleping' van bewijsmateriaal op bij 63 tot 87 procent van de proeven. 'Deze methode van bemonstering is dus bijzonder foutgevoelig', zegt hoofdonderzoeker Arjo Loeve van de TU Delft.

Zou zo'n fout bij een echte zaak met dna-materiaal optreden, dan lijkt het forensisch bewijs aan te tonen dat er penetratie heeft plaatsgevonden, terwijl hier in werkelijkheid geen sprake van hoeft te zijn. De mate van binnendringing is bij zedenzaken in binnen- en buitenland geregeld een onderwerp van discussie bij het bepalen van de straf van de dader.

'Ik schrik van deze resultaten', zegt advocaat Kathi Hansen Löve van het Amsterdamse kantoor Pijnenburg Advocaten. 'Als forensisch deskundigen zeggen dat ze sperma in de vagina hebben gevonden, wil je zeker weten dat dat klopt. Maar er valt dus wel degelijk af te dingen op de betrouwbaarheid van zo'n sporenonderzoek. Stel een van mijn cliënten beweert dat hij een slachtoffer niet heeft gepenetreerd. Dan zou ik dit rapport zeker inbrengen om de betrouwbaarheid van het medisch onderzoek ter discussie te stellen.'

De onderzoekers van de TU Delft en het NFI vinden dat voorbarig. 'We moeten eerst een vervolgstudie onder 'echte' vrouwen houden', zegt forensisch arts Rob Bilo van het Nederlands Forensisch Instituut. Het NFI ziet bovendien geen gevolgen voor Nederlandse rechtszaken vanwege een uitspraak van de rechtbank Arnhem uit 2011. Daar oordeelde de rechter dat ook het 'passeren van de schaamlippen om de clitoris te betasten' geldt als het binnendringen van het lichaam, met de daarbij behorende zwaardere strafmaat. In sommige andere landen is het juridisch onderscheid tussen gevonden dna-sporen op of in de vagina belangrijker, aldus het NFI.

Biomechanicus Arjo Loeve van de TU Delft ontwierp een nieuwe techniek om de betrouwbaarheidsproblemen op te lossen. Met een rubberen hoesje om het wattenstaafje nam het risico op versleping van dna-sporen in het laboratorium af naar bijna nul procent. 'Een slim en simpel idee', vindt Bilo van het NFI. 'En zeker een praktijkonderzoek waard.'

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden