Spookstad Loehansk: 'Alleen met een tank kom je er nog door'

De inwoners van het Oost-Oekraïense rebellenbolwerk Loehansk leven in een spookstad. Het leger beschiet de stad met raketten. Niemand weet hoeveel doden er al zijn gevallen. Correspondent Jan Hunin wist als een van de weinige journalisten de stad te bereiken.

Een Oekraïens meisje huilt terwijl ze aan de kant van de weg in het dorp Hrabove wacht op vervoer naar veiliger gebied. Beeld afp

Genadi, commandant van de pro-Russische rebellen in het Oost-Oekraïense Perevalsk, zit met de handen in het haar. In twee weken is er geen westerse journalist in Loehansk geweest, terwijl daar een humanitaire ramp plaatsvindt. Door de beschietingen door het Oekraïense leger zijn de inwoners verstoken van water en stroom. Hoog tijd dat het Westen van die dramatische toestand op de hoogte wordt gebracht, vindt de commandant. Dus ja, hij zou graag helpen. Alleen weet hij niet hoe.

Loehansk, het oostelijkste bolwerk van de rebellen, is bijna volledig omsingeld door het Oekraïense leger. Alleen via Rusland valt de stad nog te bereiken. De commandant haalt er een kaart bij en toont de dorpjes waar de vijand aan het oprukken is.

'Alleen met een tank kom je er nog door', grapt een van zijn strijdmakkers, een wat oudere man. Hij biedt gratis zijn kogelvrije vest aan: 'Jullie zullen dat harder nodig hebben dan ik.'

Tja, een tank - die hebben we niet, alleen een afgedankte Cherry Amulet, die al twee dagen in het niemandsland tussen de frontlinies een doorgang probeert te vinden naar de belegerde stad. Die ene keer dat we dachten ons doel bereikt te hebben, stuitten we op een Oekraïense legerpost, en dat was pech hebben. Voor Kiev is het beter dat de buitenwereld niet weet wat er zich in Loehansk afspeelt.

Met de trein
Een tank zou dus geen slecht idee zijn; beter nog twee, want aan de rookpluimen te zien wordt er zwaar gevochten in de streek. Maar misschien is er iets dat beter is dan een tank. Vanuit Zimohirja, een dorp ten noorden van Perevalsk, is er een trein naar Loehansk en die lijkt nog te rijden ook: het perronnetje staat vol mensen die naar huis willen. Ze zijn komen winkelen, omdat er in hun belegerde stad niet veel meer te krijgen is.

Inderdaad, na een overstapje in Rodakove rijdt de trein dwars door het front. Af en toe ontploft een granaat, maar niemand kijkt ervan op. Al onze mijnen worden bestookt, vertelt een van de passagiers. Van het Oekraïense leger is op de trein geen spoor te bekennen.

Zo gemakkelijk is het dus om in Loehansk te komen, en zelfs het leven blijkt er nog mee te vallen. 'Bijna normaal', evalueert een van de taxichauffeur aan het station de toestand in zijn stad.

Maar normaal is de toestand natuurlijk niet. Circa de helft van de 500 duizend inwoners heeft Loehansk verlaten, en wie gebleven is durft zijn huis niet uit. De hele stad ligt er verlaten bij. Voor de chauffeur zijn eerste levende wezen passeert, staat er al 2 kilometer op de teller. Het zijn een paar inwoners die op zoek zijn naar water. Sinds de elektriciteitscentrale kapotgeschoten is, moet dat komen van tankwagens of van zelf aangeboorde bronnen: zeventig jaar communisme heeft de inwoners vindingrijk gemaakt.

Alleen bij het gouvernementsgebouw, waar de regering van de plaatselijke Volksrepubliek haar hoofdkwartier heeft opgeslagen, is meer beweging. En natuurlijk voor de brandweerkazerne in de Gagarinstraat, de enige plek in de stad waar mobieltjes nog enigszins werken. Tientallen inwoners zijn er met vrienden of familieleden aan het bellen.

Een Oekraïense grenswacht passeert de overblijfselen van een granaat in Milove, regio Loehansk. Beeld afp
Oekraïense grenswachten in Milove, waar flink gevochten is. Beeld afp

Oorverdovend lawaai
Gezellig is het natuurlijk niet om naar buiten te komen, als je stad onder vuur ligt. Voortdurend rommelt het, meestal ver weg, soms dichterbij, en heel soms vlakbij, zoals tijdens de rondleiding van Alexander, een rebellencommandant die zich ondanks zijn bijnaam ('Spider') de vriendelijkheid zelve toont. Terwijl hij in de buurt van het monument voor de helden van de Tweede Wereldoorlog de gevolgen van een granaatinslag aan het bestuderen is, barst plots een oorverdovend lawaai los. We worden toch niet beschoten, zeker?

Nee, gelukkig niet, het zijn rebellen die honderd meter verderop hun 'stalinorgel' laten draaien. Een voor een zoeven de raketten uit hun katjoesjalanceerder. 'Snel wegwezen,' roept Alexander, 'voor ze terugschieten.'

Dat doen ze, helaas voor de inwoners van Loehansk, maar al te vaak, en met vernietigend effect. Al twee maanden lang, dag en nacht. In elke straat bevindt zich wel een flatgebouw met een gat erin. Soms kun je geluk hebben, zoals Valentina Uspon, die net bij de buurvrouw zat te kletsen toen een raket bij haar thuis insloeg. Gewoonlijk loopt het slechter af. Op de hoek van de straat vielen bij een artilleriebeschieting vorige maand in één klap dertien doden. Er staan opgebrande kaarsjes.

Hoeveel slachtoffers de beschietingen tot dusver gemaakt hebben, valt moeilijk te zeggen. Alexander, de commandant, houdt het op zeker duizend, maar betrouwbare cijfers zijn er niet. Vast staat alleen dat het er veel te veel zijn. In het ziekenhuis, dat zelf ook al beschoten is, liggen tal van gewonden van de beschietingen.

Fotograaf Jerome Sessini reisde met Jan Hunin mee naar Loehansk. Bekijk hier zijn foto's.

Vandaag in de Volkskrant: 'Zelfs Hitler beschoot zijn eigen steden niet'

Levering van medicijnen in Popasna, regio Loegansk. Beeld afp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.