Spookachtig goed

Het nieuwste boek van de Duitse fotograaf Tobias Zielony (1973) gaat over hangjongeren. Hij fotografeerde ze de afgelopen tien jaar overal ter wereld – van Los Angeles tot Halle-Neustadt....

Staand tegen een muur leunen doe je met één been opgetrokken. Een sigaret rook je met half dichtgeknepen ogen, en bewaar je hem voor later, dan steek je hem uiteraard achter je oor. Wanneer je poseert voor een foto maak je een gebaar, het Victory-teken of iets ingewikkelders, alleen bekend bij ingewijden. Je draagt handschoentjes zonder vingers, leren jacks met studs, een petje, een bivakmuts, een capuchon, of een basketbalshirt.

De regels van het straatleven zijn niet moeilijk, maar je moet ze wel weten. Doe je dat niet, dan doe je niet mee. Dus sla die arm om de schouders van je vriend – niet te dichtbij natuurlijk – en blik licht spottend de camera in. Je staat erop, man, net als in de film.

Het nieuwste boek van de Duitse fotograaf Tobias Zielony (1973) gaat over jongeren. Hangjongeren in arme buitenwijken of doodse en uitgebluste steden. Hij fotografeerde ze het afgelopen decennium over de hele wereld, van Halle-Neustadt tot Los Angeles, van Winnipeg in Canada, tot Zielona Góra in Polen. Toegegeven, er zijn leukere onderwerpen te bedenken, en wanneer je Zielony’s boek voor de eerste keer vluchtig doorbladert, is een diepe zucht niet ondenkbaar.

Daar hangen ze dus, die jongeren. Verveeld tot op het bot, het straalt er vanaf. Lachen doen ze niet, of misschien in een ander leven. Niet hier. Bovendien zijn de foto’s van Zielony vaak donker (omdat het schemerde toen hij ze nam) en bewogen (omdat hij geen flits gebruikte). Kortom – het duurt even voordat Story/No Story begint te boeien, maar dan neemt het boek ook bijna bezit van je.

De serie die de fotograaf in 2003 in de Duitse stad Halle-Neustadt maakte, is bijvoorbeeld spookachtig goed. Halle-Neustadt (Ha Neu heet de serie, zo wordt de stad in de volksmond genoemd) is doods, dat zie je zo. Er is niets voor de jeugd geregeld, die zoekt het maar uit. Jongeren verzamelen zich in de schemering op kruispunten, in lege en blauw verlichte portieken, bij de rijen winkelwagentjes van de supermarkt. Ze omhelzen elkaar tegen de achtergrond van woonflats die zijn opgetrokken uit grauwe blokken beton, vrijen tegen een oude pingpongtafel, omringd door graffiti.

Zielony legde het allemaal vast, zonder flits dus, zodat de taferelen vaak wat wazig overkomen, alsof ze werden gemaakt door een voyeur die er daarna weer snel vandoor ging. Niets is minder waar. Zielony blijkt juist het tegenovergestelde van een voyeur te zijn. Vaak heeft hij de jongeren al een tijdlang geobserveerd, heeft hij met hen gepraat en hun gevraagd of hij foto’s mocht maken, voordat hij daadwerkelijk zijn camera tevoorschijn haalt. Dat kun je lezen in het (bijzonder interessante) gesprek dat de fotograaf voerde met de Duitse filmmaker Christian Petzold en dat als enige tekst in het boek werd opgenomen.

De reden, zo zegt Zielony tegen Petzold, dat hij stopte met het gebruiken van flitslicht, was omdat hij wilde dat de jongeren niet uit hun omgeving werden gehaald. Dat doet flitslicht namelijk, het scheidt het onderwerp van een foto van zijn achtergrond. Terwijl die achtergrond in het geval van de hangjongeren nu juist zo belangrijk is, vindt Zielony.

Hij heeft volkomen gelijk. Al dat beton, de met rook of mist gevulde straten, het naargeestige sfeertje van een parkeergarage – ze lijken de natuurlijke habitat van het straatwild dat hij er aantreft. En ben je als kijker eenmaal gewend aan de bewogen beelden, dan dragen ze bij aan het verhaal dat Zielony in zijn foto’s wil vertellen. Of juist niet vertelt – het is maar net hoe je de titel van zijn boek wilt opvatten.

Aan de ene kant vormen de dertien afzonderlijke series in Story/No Story een soort universeel verhaal over hoe het is om op te groeien zonder positieve vooruitzichten, een universeel verhaal zoals dat ook in The West Side Story wordt verteld, of in de films The Warriors (Walter Hill, 1979) of Rumble Fish (Francis Ford Coppola, 1983), waarin straatbendes tegen elkaar vechten en altijd één cool kid de onbetwiste leider is. Het lijkt of die jongens en meisjes van de straat, waar ter wereld ze ook wonen, die beeldtaal kennen. Ze hangen rokend tegen auto’s als waren ze stuk voor stuk reïncarnaties van James Dean. Ze gedragen zich als acteurs op hun eigen filmset, die compleet is wanneer een fotograaf dit alles vastlegt.

Dit is hun verhaal. Maar ook weer niet. De jongeren spelen een spel met Zielony, en Zielony op zijn beurt speelt een spel met de foto’s. Door verhalende elementen aan de series toe te voegen, zoals half bewoonde flatgebouwen, een politiehelikopter met zoeklicht, een rijtje spookachtig verlichte palmbomen of een onbetekenend struikje, wekt hij de suggestie dat op die plek iets is gebeurd of staat te gebeuren. Maar wat en of dat zo is, daar kom je niet achter.

Dat geeft niet. Story/No Story is film en fotoboek in één, en heel bijzonder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden