Splinter

Zolang ik kiesgerechtigd ben, heb ik het iedere keer meegemaakt. Ik betreed het stemlokaal. Het comité achter de tafel (dat volgens mij al sinds 1912 bestaat uit dezelfde twee of drie onveranderbare mensen in wier paspoort onder het hoofdje Bijzondere kentekenen altijd eervol is opgetekend: absoluut niet één) gaat nauwlettend...

En daar gebeurt het.

Terwijl ik me ter wille van stabiele democratische verhoudingen instad of land al weken tevoren heilig had voorgenomen voor eenmainstreampartij te kiezen, overvalt me achter het gordijn deonweerstaanbare aanvechting om m'n stem te vergooien aan een stromingwaarvan iedereen, inclusief de lijsttrekker, weet dat ze kansloos is.

Overviel, moet ik trouwens zeggen. Want voor het eerst hadden ze inAmsterdam, waar ik woon, geen biljet, geen hokje, geen gordijn en geen roodpotlood meer. Allemaal vervangen door een kastje waarop je met een zoekendevinger over sensibel glas als het ware het hele politieke landschap van destad kon oproepen, om uiteindelijk met een eenvoudige drukbeweging over manen paard te beslissen.

Prachtig.

Zou ik m'n lichte, half baldadige neiging tot dwarsigheid onder diemoderne omstandigheden misschien kwijtraken?

Nee, hoor.

Bijna integendeel. Voor ik het goed en wel in de gaten heb, dwaaltmijn vinger - de handeling heeft haast iets erotisch - van de grote vijfpartijen als vanzelf naar de onzingroepjes waarvan er, onder aanvoering vanD66, toch nog meer dan twintig aan de rat race blijken te hebbendeelgenomen.

'Amsterdam Transparant' lijkt me niks. 'Duurzaam Nederland'? Ook nieterg verleidelijk. Maar Partij van de Toekomst! Amsterdam leeft! HuisjeBoompje Beestje!

Je ziet een Walter Mitty-achtig visioen voor je van mensenmenigtesin de RAI, dan op het hele Leidseplein, en uiteindelijk in eendemonstratieve optocht naar Den Haag waar men de oprichter van HuisjeBoompje Beestje, als minister-president namens de grootste partij vanNederland, van het volgestroomde Malieveld naar het Torentje draagt.

Ik heb al bijna op lijst 22 gedrukt, maar weet me te vermannen.

Er is trouwens nog meer te doen, want u weet het: Amsterdam is opwereldschaal natuurlijk een dorp, maar in Nederlandse verhoudingen veel enveel te groot om door één burgemeester en een gemeenteraad van 45 ledenbestuurd te kunnen worden. Dus hebben ze er nog zeven deelburgemeesters enhonderd extra deelgemeenteraadsleden bij bedacht.

Mijn vinger gaat over de atlas van de wijkjes tot naar het hart, naardeelraad Centrum: naar mijn stadsdeel!

Ik heb er nooit last van gehad. Baat ook niet. Als iemand me zouvragen waarom het nodig was, zou ik het niet kunnen uitleggen. Maargelukkig heb ik er niemand ooit naar horen vragen.

Uit wat ik erover las, kreeg ik de indruk dat het stadsdeel vooralals het domein gold van een deelraadwethouder genaamd Guido Frankfurter,die nu eens dit wilde herbouwen, dan weer dat zou afbreken, en die vastniet zal terugkeren, want hij was van D66 en dan weet je het verder wel.

Weer zakt mijn vinger van groot naar klein, en blijft hangen bij eenpartij die als ik het me goed herinner een poosje geleden is opgericht uitonbehagen - of was het een ordinaire relruzie - met de van de VVDafkomstige deelburgemeester Lize van der Stoel. Naam van de partij:Opheffen Nu.

Wat me bezielt kan ik niet navertellen. Maar ineens heb ik eropgedrukt. Ik wil nog aan de onveranderbare mensen van het stembureau vragenof ze het ongedaan kunnen maken, maar ik besef dat het onherroepelijk is.

Als morgen het stadsdeel Centrum van Amsterdam niet meer bestaat, ishet mijn schuld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden