Spinoza? Nooit van gehoord...

Waarom weten Nederlanders zo weinig van Baruch de Spinoza? Zouden ze niet beter filosofie-onderwijs kunnen krijgen in plaats van een monument, vraagt de Macedonische schrijver Goce Smilevski....

Als u ooit in Macedonië komt, zal het u wellicht verbazen hoeveel mensen weten wie Baruch de Spinoza was. De reden is heel simpel: filosofie is in Macedonië op de middelbare school een verplicht vak. Spinoza, zijn leven en de grondslagen van zijn filosofie worden even uitvoerig behandeld als Plato en Aristoteles, Kant en Hegel, Heidegger en Camus en vele anderen.

Natuurlijk blijft er in de herinnering maar weinig hangen van wat men tijdens de schooljaren leert. Het is nu vijftien jaar geleden dat ik voor het eerst de naam Baruch (of Benedictus) de Spinoza hoorde. Wat ik me vooral herinner zijn de dingen die mij als tiener het meest aanspraken: zijn verstoting uit de joodse gemeenschap, zijn eenzaamheid en zijn idee om zijn Ethica te schrijven in de hoop dat hij de mensen kon leren niet alleen juist te denken, maar ook op een juiste manier te leven.

Jaren later zette ik de eerste regels van mijn roman Conversation with Spinoza op papier. Terwijl ik bezig was om met de hoofdpersoon ‘in contact te komen’, ontdekte ik een essay van Jorge Luis Borges over Spinoza. Daarin stelt hij: ‘Voor ons is Spinoza, Baruch Spinoza, een pathetische figuur, net zoals Don Quichot, Macbeth en Hamlet dat zijn.

‘Dat is dus zoals wij hem zien, maar ik realiseer me dat Spinoza het met die typering niet eens zou zijn geweest. Als er iemand voor het pathetische op de vlucht was, dan was dat Spinoza. Hij was waarschijnlijk een ongelukkig mens die niet ongelukkig wenste te zijn, en dat was de reden waarom hij een filosofische cultus van geluk ontwikkelde.’

Deze regels brachten bij mij het schrijfproces op gang, en ik vatte het plan op een fictieve figuur te creëren op het kruispunt van de talloze biografische gegevens die over Spinoza bekend zijn en diens filosofische concepten.

Spinoza beweerde dat elk menselijk wezen een slaaf is van zijn verlangens, vreugde, verdriet, haat en hoop, en ik schreef een roman over de kloof tussen zijn leer en zijn leven. Dat was een bewust foutieve interpretatie van de samenhang tussen Spinoza’s filosofie en Spinoza’s leven, en dat omwille van de fictie.

Foutieve interpretatie

Foutieve interpretatie
Naderhand realiseerde ik me dat een foutieve interpretatie een punt van overeenkomst vormt tussen het leven en de historische fictie. In het werkelijke leven interpreteren wij andere mensen verkeerd om zo aan ons eigen levensverhaal vorm te geven; in een historische roman interpreteren we de levens van andere mensen op de manier die het best past bij het verhaal dat we schrijven.

Foutieve interpretatie
Ik schreef mijn boek Conversation with Spinoza zonder dat ik ooit in Amsterdam was geweest. Het was in historische boeken en op oude kaarten dat ik het leven van deze stad in de 17de eeuw ontdekte. Ik had het geluk op enkele fascinerende coïncidenties te stuiten, zoals het feit dat Rembrandt op slechts honderd meter van Spinoza’s geboortehuis zijn Anatomische les voltooide. En nu ben ik voor het eerst zelf in deze stad.

Foutieve interpretatie
Er is in Amsterdam zo veel historisch en zo veel moderns te zien en te beleven, en dat alles bestaat op een fascinerende manier naast elkaar. Of, zoals Cees Nooteboom schrijft: ‘Niets is hetzelfde gebleven, alles is hetzelfde.’

Foutieve interpretatie
Hier woont ook een van mijn meest geliefde en bewonderde schrijfsters, Dubravka Ugre*ic, auteur van boeken als Museum van onvoorwaardelijke overgave, Verboden te lezen en het nog te verschijnen Baba Jaga heeft een ei gelegd.

Foutieve interpretatie
Ik kreeg woonruimte aan de Geldersekade en het is maar een paar minuten lopen naar de Dirk van Hasseltsteeg, waar Jan Rieuwertsz de boeken van Spinoza drukte. Als ik de andere kant op loop, ben ik na een paar minuten op de plek waar het geboortehuis van de filosoof stond, bij de Amstel. Ik keek of er op die twee locaties een gedenkplaat ter herinnering aan Spinoza en Rieuwertsz te vinden was, en toen dat niet zo bleek te zijn, dacht ik: misschien maar goed ook. Beiden zouden ze door hun boeken worden overleefd – de een door de boeken die hij schreef, de ander door de boeken die hij drukte; daarom zouden ze er waarschijnlijk niets voor hebben gevoeld om met hun namen een gedenkplaatje te sieren. Ze leefden niet voor de toeristen uit een verre toekomst, maar voor hun lezers; wat de filosoof voor ogen stond, was dat degenen die met zijn ideeën in contact zouden komen, hun bestaan overeenkomstig of juist in tegenspraak met die ideeën zouden heronderzoeken en heroverwegen.

Foutieve interpretatie
Daarom deed het me deugd te ontdekken dat er in twee Amsterdamse bibliotheken een expositie over het werk van Spinoza is te bezichtigen – want daar kunnen de bezoekers van zijn woorden en geschriften kennisnemen.

Foutieve interpretatie
Zodra ik in Amsterdam was, wilde ik weten hoeveel jonge mensen hier iets afwisten van de grootste denker die in dit deel van Europa werd geboren. Het frappeerde mij hoeveel mensen van rond de 25 nog nooit de naam Baruch de Spinoza hadden gehoord: ‘Never heard of*’

Foutieve interpretatie
En dat is niet hun schuld. Hoe had het ook anders gekund? Ik kwam erachter dat filosofie op slechts een paar middelbare scholen in Nederland wordt onderwezen, en dan alleen nog als keuzevak. Toch hadden al die jonge mensen zijn naam misschien wel gekend, of zich in ieder geval een – zij het wellicht onjuiste – voorstelling van zijn uiterlijk kunnen maken, als in de EU-landen niet de euro was ingevoerd.

Duizend-guldenbiljet

Duizend-guldenbiljet
In de jaren zeventig kwam Spinoza’s gezicht op het 1.000-guldenbiljet te staan. We zien de trekken die we kennen van de portretten die zijn tijdgenoten van hem maakten, maar de uitdrukking is anders, het is meer wat men tegenwoordig een pokerface noemt. Baruch koesterde minachting voor het vergaren van materiële rijkdommen. Hij leidde een eenvoudig bestaan en weigerde het geld dat de rabbijnen hem aanboden als hij publiekelijk berouw zou tonen voor zijn verzet tegen de theologische ideeën die zij verkondigden. Degene die op het idee kwam Spinoza’s beeltenis op een bankbiljet te laten prijken, moet een uitermate cynisch of anders een totaal onwetend persoon zijn geweest.

Duizend-guldenbiljet
Wel was ik blij dat ik in het kader van ‘Amsterdam – Wereldboekenstad 2008’ de kans kreeg om een reeks openbare debatten over Spinoza bij te wonen. Enkele malen werd daarbij door intellectuelen geopperd dat Amsterdam wel enige eer aan de grote denker zou mogen bewijzen.

Duizend-guldenbiljet
Zij wilden vooral graag dat voor Spinoza een monument zou worden opgericht, vlak bij de plek waar het huis had gestaan waar hij had gewoond gedurende het grootste deel van de tijd die hij in Amsterdam verbleef.

Duizend-guldenbiljet
Die plek lag in de Joodse buurt die in de jaren zeventig grotendeels werd afgebroken – dus in hetzelfde decennium waarin Spinoza’s gezicht op een bankbiljet kwam te staan. Het was interessant, en soms ook vermakelijk, om te horen welke argumenten men aanvoerde om erop te wijzen hoe belangrijk het was dat er in Amsterdam een monument van hem zou komen.

Duizend-guldenbiljet
Terwijl ik de discussies volgde, dacht ik aan de metalen en stenen sculpturen die ik in de stad had gezien. Drie jaar eerder – en slechts één jaar na zijn dood – werd André Hazes door de Amsterdammers met een standbeeld geëerd. Nu pas, 331 jaar na zijn overlijden, discussieerden Amsterdamse intellectuelen over de vraag of Baruch de Spinoza in zijn geboortestad een monument zou moeten krijgen.

Duizend-guldenbiljet
Maar ja, Spinoza was geen zanger. Hij zong nooit een lied als De vlieger of Zij gelooft in mij. En ook niet Wij houden van Oranje! Hij schreef Ethica Ordine Geometrico Demonstrata. Hij zong nooit Een beetje verliefd, maar stelde: ‘De geestelijke liefde tot God, welke uit de derde soort van kennis voortspruit, is eeuwig.’

Duizend-guldenbiljet
Een zanger kan worden vertegenwoordigd door zijn verschijning, en die is ten nauwste verbonden met (zo niet belangrijker dan) datgene wat hij doet. Een filosoof kan slechts worden vertegenwoordigd door zijn eigen werken. ‘De menselijke Geest bezit geen adequate kennis van de delen welke het menselijk Lichaam samenstellen’, schreef Spinoza. En wat van de geest overblijft, kan geen vorm aannemen in een stenen of metalen object, zoals een monument.

Duizend-guldenbiljet
Waarom is er dan, in plaats van voor een groot monument, niet gekozen voor een kleine aanpassing van het onderwijssysteem? Waarom zou men van filosofie op de Nederlandse middelbare scholen geen verplicht vak maken?

Duizend-guldenbiljet
Ik denk dat een land dat een filosoof als Spinoza voortbracht, de plicht heeft dat te doen. Men dient te beseffen dat zijn ideeën niet alleen relevant zijn voor zijn tijdgenoten, maar ook voor ons. Zij verschillen zo sterk van onze opvattingen ten aanzien van het leven, dat we ons niet realiseren hoezeer wij ze nog nodig hebben.

Duizend-guldenbiljet
Ik denk niet dat men moet proberen te leven naar de idealen die door Spinoza in de Ethica worden uiteengezet. Wel ben ik van mening dat wij zijn idealen behoren te kennen om te kunnen begrijpen in welke mate het ons tegenwoordig aan idealen ontbreekt en hoe vaak wij ons daarvan niet bewust zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden