Spindoctoren in de 16de eeuw

Uitgekiende mediastrategieën brachten het volk al in de 16de eeuw politiek in beweging. Rebellen en gezagsgetrouwen maakten tijdens de Nederlandse Opstand bewust gebruik van liedjes, brieven en geruchten. Dat laat Femke Deen zien in haar proefschrift Moorddam. Publiek debat en propaganda in Amsterdam tijdens de Nederlandse Opstand (1566-1578), waarop ze vandaag promoveert aan de Universiteit van Amsterdam.

AMSTERDAM - Opruiende liederen, prenten, brieven en geruchten speelden een belangrijke rol tijdens de Opstand van de Nederlanden tegen Filips II. Zo werd in maart 1574 graankoopman Claes Overlander gearresteerd omdat hij verboden brieven, liedjes en pamfletten in zijn Amsterdamse huis had. De stadsbestuurders geloofden dat Overlander contacten onderhield met de rebellen. Overlander ontkende, maar hij kreeg een boete van duizend goudguldens en werd voor drie jaar verbannen.


Historici wisten al dat gedrukte pamfletten volop werden ingezet om de bevolking te beïnvloeden, maar Deen laat zien dat informele media belangrijker waren voor de meningsvorming in de straten.


Dat de bestuurders van Amsterdam zich druk maakten over de verboden papieren bij Overlander thuis, is begrijpelijk. Zij waren katholiek en stonden aan de kant van Filips II, terwijl de rest van Holland in 1574 vergeven was van de opstandelingen.


'De burgemeesters waren bang voor een aanval van buitenaf, maar ook voor onrust vanuit de stad zelf', zegt Deen. Beide partijen was er veel aan gelegen de bevolking voor zich te winnen. 'De opstandelingen bestookten Amsterdam bijvoorbeeld met brieven, waarin ze de burgemeesters zwart maakten. Die brieven werden gekopieerd, op een kerkdeur gehangen of voorgelezen.'


In de brieven heette Amsterdam steevast 'Moorddam', omdat de stad veel ketters en rebellen ter dood had veroordeeld. Het stadsbestuur was wreed en bloeddorstig, hielden de schrijvers niet op te onderstrepen. Deen: 'Ze gaven de burgemeesters ook de schuld van het voortduren van de strijd. Willem van Oranje bood steeds opnieuw vredesonderhandelingen aan, maar de burgemeesters weigerden.' Het was hoog tijd dat de Amsterdammers hen tot de orde riepen, aldus de brieven.


In oktober 1576 had Oranje weer een uitnodiging gestuurd en kort daarna ging het gerucht dat een opstandelingenleger op weg was om Amsterdam te veroveren. Er ontstond grote onrust: de burgemeesters hadden moeten ingaan op Oranjes aanbod, riepen inwoners kwaad. 'Een duidelijk aanwijzing dat de brievenstrategie effect had', zegt Deen.


De stadsbestuurders hadden hun eigen strategieën om de bevolking aan hun kant te krijgen. 'Een paar keer werd in de omgeving van de stad een groepje opstandelingen gearresteerd', zegt Deen.


'Het stadsbestuur liet hun vonnissen omroepen, waarin stond dat ze van plan waren om alle katholieke Amsterdammers te vermoorden. Dat was gelogen; ik heb verslagen van die verhoren gelezen.' Angst moest voorkomen dat de bevolking overliep.


Het lijkt te hebben gewerkt. Jarenlang bleef het redelijk rustig in Amsterdam. 'Ik denk dat de opstandelingen zich een beetje hebben overschreeuwd met hun Moorddamverhaal', verklaart Deen. 'Waarschijnlijk waren veel Amsterdammers bang voor wraakacties als ze de opstandelingen zouden binnenlaten.'


Op de lange termijn bleek de steun van de eigen bevolking niet genoeg. Onder grote druk van buitenaf sloot Amsterdam zich in 1578 aan bij de Opstand.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden