Spierbalbouwwerk

Gelukkig, sporthallen lijken te verdwijnen aan de randen van steden. Nieuwgebouwde staan midden in de stad en zetten aan tot bewegen.

Wordt het zwembad de wc van de 21ste eeuw? De komst van de wc in huis - wettelijk verplicht sinds 1910 - betekende destijds dé grote sprong voorwaarts voor onze gezondheid. Nu de helft van de Nederlanders te dik is, denken sommigen dat steden die uitnodigen tot bewegen een soortgelijk effect zouden kunnen opleveren. Het idee dat je de trap neemt in plaats van de lift, maar dan op grote schaal. Dus smallere autowegen, ten gunste van fiets- en wandelpaden. Minder geparkeerde auto's op straat, zodat er meer speelruimte is voor kinderen. En skateparken niet verbannen naar een non-locatie aan het spoor, maar een mooie plek geven midden in de stad. Alles om de mens maar in actie te krijgen.


Aan de gebouwen zal het in elk geval niet langer liggen. Voorbij is de tijd dat je jezelf naar een bedompte fitnesshal sleept om op een versleten tapijt sit-ups te doen, met als enige uitzicht het systeemplafond. Dat kinderen gym krijgen in een grijze doos en zwemles in een veredelde loods.


Nadat ze elkaar decennialang links hebben laten liggen, hebben sporthal en architect elkaar gevonden. De zalen hebben tegenwoordig kleur, zoals het regenboogvormige sportcomplex van LIAG architecten in Eindhoven. Ze zijn royaal voorzien van daglicht, zoals de turnhal die NL architects bouwde in de Utrechtse wijk Kanaleneiland.


Ook het uitzicht mag er wezen, zoals bij het Amsterdamse Marnixbad van Mecanoo, waar zwemmers baantjes trekken met zicht op de Singelgracht. Het zijn gebouwen waardoor je zin krijgt om te sporten.


Dat laatste geldt zeker voor het nieuwe sportcomplex Drieburcht in Tilburg Noord, ontworpen door VenhoevenCS. Als een reusachtig brok druivensuiker staat het aan het Wagnerplein. Het is een stapeling van drie zwembaden, een fitness-school die boven de entree hangt, bekroond met een sporthal. Echte spierballenarchitectuur - een beeld dat wordt versterkt door de levensgrote 'tatoeages' op de witte huid van het gebouw, een kunstwerk van de Belgische Jean-Luc Moerman. Met enige fantasie kun je er pezen, aders en gewrichten in zien. Ze slingeren zich rond de etalage-grote ramen, waarachter mensen zich op fitnessapparaten in het zweet werken. De sportieve energie straalt je tegemoet.


Ingeklemd tussen naoorlogse flats, een baksteen-trespa bibliotheekje en een verlopen winkelcentrum oogt Drieburcht enigszins misplaatst, een vlag op een modderschuit. Het gebouw, dat een sportcomplex uit de jaren zeventig vervangt, is dan ook het eerste project binnen de stedelijke vernieuwingsoperatie 'Nieuw Wagnerplein'. De bedoeling is dat de troosteloze parkeerplaats die het plein vooralsnog is, het bruisende hart van Tilburg-Noord wordt. De bibliotheek, die de ingang van Drieburcht nu blokkeert, zal worden gesloopt en even verderop een nieuw onderkomen krijgen. Het winkelcentrum is in afwachting van een facelift. En er zijn plannen voor nieuwe woningbouw, die door de crisis voorlopig in de ijskast zijn beland.


De hoop is dat Drieburcht de ontwikkelingen een duwtje in de rug geeft. Met zijn opvallende architectuur is het VenhoevenCS in elk geval gelukt om een positieve vibe in de buurt te brengen. Tegelijkertijd maken de gevels het gebouw kwetsbaar. Niet alleen omdat het een hele opgave wordt om de nieuwbouwplannen hier op aan te sluiten, maar vooral vanwege de vraag of ze de tand des tijds zullen doorstaan. Hoe zal het witte stucwerk zich houden in het Hollandse klimaat? Zullen graffiti-artiesten voldoende respect hebben voor het kunstwerk om de gevels met rust te laten? Het zijn vragen die niet direct te beantwoorden zijn, maar er is wel een serieus risico.


Wie nu het gebouw binnenstapt, zal er niet om malen; het interieur overtuigt. Neem alleen al de 16 meter hoge entreehal - ook van onder tot boven voorzien van 'tattoos' - met doorzicht tot aan het dak. Het is een van de vele spectaculaire ruimten die Drieburcht herbergt. Ondanks de gigantische staalconstructies en de vereiste scheiding tussen het vochtige zwembad en de 'droge' sportvertrekken, is VenhoevenCS erin geslaagd een licht en open gebouw te maken. Via een grand canyon, een enorme lichtsleuf in het dak, dringt zonlicht door tot aan de zwembaden op de begane grond. Van het trappenhuis tot de aerobiczalen, van het café tot en met de whirlpool - overal heb je via vides en balkons zicht op sport en op de stad. Het maakt Drieburcht niet alleen tot een ruimtelijke belevenis, maar ook een ontmoetingsplek. Sport verbroedert, luidt het cliché - hier zou het zomaar kunnen.


Maar het mooiste is de 'verrassing' van het zwembad: het panorama op het park, dat - gelukkig toeval - achter het gebouw ligt. Met een venster dat bijna de volle hoogte en breedte beslaat, heeft VenhoevenCS dat wat de omgeving wel aan kwaliteit bezit, volledig uitgebuit.


Zwembadarchitect


Architect Ton Venhoeven brak door als 'zwembadarchitect' met zijn ontwerp voor Sportplaza Mercator in Amsterdam-West (2006), een badencomplex waarvan de zogenoemde 'Wonderwall-gevels' begroeid zijn met planten. Naast Drieburcht in Tilburg bouwde VenhoevenCS de afgelopen jaren het Hofbad in Den Haag, Sportforum 'In De Roos' in Roosendaal en Nekkerpool in Mechelen (België). Behalve zwembaden ontwerpt het bureau vooral scholen en woningbouw. Van 2008-2012 was Venhoeven Rijksadviseur voor Infrastructuur.


De Hybride


Freerunners en parkoursfanaten wisten het allang: gebouwen lenen zich prima om op te springen/rennen/klimmen. Steden zien nu ook een voordeel: sport kan saaie plekken en gebouwen tot leven brengen. Op de Uithof in Utrecht, waar eerder al de Basketbar (een boekwinkel-café annex basketbalveld) werd gebouwd, is nu een transferium met klimwand verrezen, ontworpen door KCAP en studioSK.


Vijf sportieve architectuurtrends


De Gymzaal-kathedraal


Het is een klassiek sporthal-ontwerp-dilemma: daglicht is noodzakelijk om de ruimte leefbaar te maken, maar ramen hebben een nadelig effect op de prestaties. De turnzaal die NL Architects ontwierp in Utrecht, biedt een oplossing. Door de gevel aan de bovenkant naar buiten te vouwen, valt door het dak indirect daglicht in de zaal. Bijkomend voordeel is de sculpturale vorm, die het gebouw allure geeft.


Het Iconische Clubhuis


In navolging van voetbalclubs, die stadionarchitectuur al een aantal jaren geleden ontdekten als marketingmiddel, bouwen nu ook 'gewone' verenigingen sportieve iconen. In Amsterdam verrijst op dit moment The Couch, het clubhuis van Tennisclub IJburg. MVRDV combineert in dit ontwerp het kantinegebouw met de tribune. Het geheel zal worden geseald met rode kunststof dat past bij de tennisbanen.


Het Sportpaleis


Je kunt er je kinderen naar de opvang brengen, terwijl je zelf gaat squashen of schaatsen. Sportverenigingen en scholen kunnen terecht in de sporthallen (met een licentie voor grote wedstrijdtoernooien). Er zijn vergaderzalen, een sportmedisch centrum en je kunt er terecht voor een espresso in het grand café. Het Sportpaleis, zoals T-kwadraat in Tilburg door BO2-architecten wordt genoemd, is een stad op zichzelf.


Het Oud-sportheld-veld


Krajicek-pleinen, Cruyff-courts en Marc Lammers-plaza: in heel Nederland duiken ze op. Sportveldjes, gebouwd op initiatief van beroemde oud-sporters, die de jeugd moeten aanzetten tot meer bewegen.


Het spannendst zijn de kleurige Lammers-plaza, waarbij de traditionele doelen zijn vervangen door interactieve panelen, waarop verschillende spellen worden aangeboden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden