Speuren naar toppen met nut

De universiteiten worstelen met hun maatschappelijke opdracht. Enerzijds willen burger en industrie waar voor hun geld. Maar anderzijds moet er wel wat te ontdekken blijven....

HOOGVERRAAD. Zo beschouwden enkele academische actievoerders in september vorig jaar de uitnodiging van de Universiteit Utrecht aan minister Jorritsma om het academisch jaar te komen openen. Want wat hadden hun universitaire waarden nou met haar economische zaken te maken? Alles, vond Jorritsma zelf. In haar toespraak stelde ze dat universiteiten hun onderzoek veel meer moeten afstemmen op de wensen van het bedrijfsleven.

Het pleidooi werd met enige verbazing ontvangen. Nog meer? Was het dan niet al erg genoeg? Veel vakgroepen stemmen hun onderzoek al jarenlang heel pragmatisch af op de wensen van het bedrijfsleven. Een noodzakelijk kwaad, want het aandeel van de overheidsinvesteringen in het totale nationale onderzoeksbudget is tussen 1990 en 1998 afgenomen van 48 procent naar 38 procent, zo blijkt uit cijfers van de VSNU, de vereniging van universiteiten in Nederland.

Daardoor komt op verschillende plekken het fundamenteel onderzoek in gevaar. Zo luidden twee maanden geleden enkele criminologen de noodklok, omdat ze door gebrek aan overheidssubsidie alleen nog maar betaald onderzoek voor externe partijen kunnen uitvoeren. Verkeerskundigen aan de TU Delft lieten een vergelijkbare waarschuwing horen. Door de afhankelijkheid van derden - en van de zogeheten derde geldstroom - moeten wetenschappers de diepere, achterliggende problemen steeds vaker laten liggen.

Dus worstelen universiteiten met de vraag hoe ze zich kunnen blijven wijden aan fundamenteel onderzoek, ondanks het geldgebrek. De TU Delft trad vorige week naar buiten met het nieuws dat het onderzoek zal worden beperkt tot een aantal speerpunten. 'We moeten een keuze maken', zegt bestuursvoorzitter ir. Hans van Luijk. Door de specialisatie kan veertig miljoen euro worden 'omgebogen' richting bekende, modieuze multidisciplinaire thema's als nano-, bio- en informatietechnologie. Verder in de richting van andere gebieden waar Delft goed in is: aardobservatie en watermanagement. De thema's omvatten een groot aantal specialistische onderzoeksgebieden.

Van Luijk vindt dat elk speerpunt tot de wereldwijde top-5 moet gaan behoren. 'Dat is geen narcisme, maar bittere noodzaak. Wanneer je niet tot de top behoort, krijg je geen mensen, en geen geld.' Hij verbindt daar verregaande consequenties aan. Als de nu geselecteerde onderzoeksgroepen over zes jaar niet tot die top-5 behoren, dan worden ze afgestoten. En zo verder, tot er inderdaad alleen toponderzoek overblijft.

'De speerpunten zijn geselecteerd op basis van maatschappelijke relevantie, technologische uitdaging en past performance', zegt Van Luijk. Aan de hand van die criteria lijken ook de eerste afvallers te verklaren. De sectie Algebra en Meetkunde bijvoorbeeld lijkt niet gezegend met een overdosis maatschappelijke relevantie. 'Wij staan aan de zijlijn van de wiskunde', erkent sectievoorzitter prof. dr. J. Aarts. 'Maar wat ook kan hebben meegespeeld, is dat we gewoon niet veel geld bij externe opdrachtgevers binnenhalen.' Van Luijk, voomalig Shell-man, geeft toe dat daarnaar is gekeken. 'Inderdaad, het downsizen heeft nauwelijks negatieve invloed op de derde geldstroom.'

Een ander verdwijnend onderzoeksonderwerp is het traditionele baggeren. 'Dat is inmiddels een volwassen technologie', verklaart Van Luijk het verdwijnen. 'Er zitten geen uitdagingen meer aan. Dat hoort dus niet op een universiteit thuis, maar in het bedrijfsleven.'

Is het niet verleidelijk om zo'n onderzoeksgebied toch te behouden, juist om wat extra te verdienen? Van Luijk vindt van niet. 'Wij willen geen ingenieursbureau zijn dat op bestelling producten levert. Onze hoogleraren moeten geen scharrelaars zijn. Het gaat ons weliswaar om toepassingen - toepassingsgerichtheid is het belangrijkste kenmerk van een technische universiteit. Maar dan op de lange termijn. Met dat soort verre applicatievragen mag de industrie bij ons aankloppen.'

En de grote industrie weet dat ook, denkt hij. 'De Philipsen van deze wereld willen niet eens dat wij aan de universiteit korte-termijn applicaties bedenken. Dat kunnen ze zelf veel beter. Van de universiteit verwachten ze antwoorden op de vragen van morgen.' Volgens Van Luijk gaat het tegenwoordig niet meer om de tegenstelling tussen fundamenteel en toegepast onderzoek. 'In de bétawetenschappen wordt het begrip ''fundamenteel'' eigenlijk niet meer gebruikt. Wij hebben het liever over ''grensverleggend'' als een criterium voor goed onderzoek.'

Niet iedereen is overigens blij met het verdwijnen van onderzoeksgroepen in Delft. Lex van Bruggen, lid van de Delftse studentenraad, vreest dat de koppeling tussen onderwijs en onderzoek verdwijnt. 'En dat is toch een voorwaarde voor academisch onderwijs.' De Delftse rector. prof. dr. ir. Jacob Fokkema ziet dat anders. 'Sommige onderwerpen kun je doceren zonder dat daar bijbehorend onderzoek voor nodig is. Hier aan de universiteit worden ook vakken als technisch tekenen gegeven, dat zijn gewoon skills die je moet leren.'

Het verdwijnen van onderzoek uit een bepaalde stad betekent niet dat het automatisch ook uit Nederland verdwijnt. Het onderzoek naar auto's bijvoorbeeld, dat door de TU Delft wordt afgestoten, komt in Eindhoven terecht. 'Het is een groot kwartetspel', zegt Peter van Dam van de TU Eindhoven. 'Als het goed is, wordt iedereen er sterker van.' De Eindhovense instelling is al jaren bezig met een geleidelijke 'focussering van het onderzoek', zegt Van Dam. 'Wat Delft doet, is niets nieuws. En ook de Universiteit Twente doet soortgelijke dingen.'

De huidige ontwikkeling lijkt op de operatie Taakverdeling en Concentratie, in de jaren tachtig, bedacht door de toenmalige minister van Onderwijs Deetman. De reden waarom het idee nu pas aanslaat, is omdat de concurrentie met het buitenland is toegenomen, zegt Van Dam. Bovendien hebben technische faculteiten steeds duurdere apparatuur nodig. 'Het is niet te betalen om die spullen op meerdere plekken in Nederland neer te zetten.'

Bij de algemene universiteiten speelt dat nog niet zo sterk, reden waarom daar de noodzaak voor beperking van het onderzoek vooralsnog minder urgent is. 'Wij zijn een brede universiteit, en willen breed blijven', zegt prof. mr. Paul van der Heijden, rector van de Universiteit van Amsterdam. Wel heeft ook de UvA een neiging naar grensoverschrijdende, multidisciplinaire onderzoeksprojecten, zoals het Gouden Eeuw-programma, waar verschillende faculteiten aan meedoen.

Ook mr. Ed d'Hondt, voorzitter van de VSNU, vraagt zich af of het wenselijk is om als universiteit te snijden in de onderzoeksportefeuille. 'De stap van Delft is te respecteren, en ook logisch, maar daaraan voorafgaand zou je eigenlijk een principiële discussie moeten voeren over de betekenis van het wetenschappelijk onderzoek. Wie heeft er behoefte aan de kennis die binnen universiteiten wordt gegenereerd? Wij zijn die discussie inmiddels aangegaan, met alle betrokken partijen - universiteiten, overheid en bedrijfsleven.'

De drie debatten die de VSNU daartoe de afgelopen weken in De Balie in Amsterdam organiseerde leverden een vrij eenduidig antwoord op de vraag wie er behoefte heeft aan wetenschappelijke kennis: de maatschappij. Maar dat antwoord weten de verschillende vertegenwoordigers uit die maatschappij vervolgens naar eigen inzicht te interpreteren.

Neem drs. Peter Noordervliet, directeur van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie. 'De universiteiten worden door de maatschappij betaald, dus dan is het logisch dat de maatschappij invloed kan uitoefenen op de bestemming van dat geld', zegt hij. 'En de industrie is nu eenmaal ook onderdeel van de maatschappij. Ik vind dat we daarom de bestemming van de overheidsgelden zouden moeten kunnen sturen.'

Weer terug dus bij de mening van minister Jorritsma. Maar niet alle vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven zijn het met Noordervliet en Jorritsma eens. 'Universiteiten moeten doen waar universiteiten goed in zijn, en dat is lange-termijn onderzoek', aldus mr. Cees van Lede, bestuursvoorzitter van AkzoNobel, die zich ook in het debat in De Balie mengde. 'Er is een duidelijk taakverdeling tussen universiteiten en bedrijfsleven, en daar moeten wij ons niet mee bemoeien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden