RECONTRUCTIE

Spermadonor Jonathan heeft wereldwijd al honderden kinderen verwekt. En stoppen is hij voorlopig niet van plan

null Beeld XF&M
Beeld XF&M

Een spermadonor in Nederland mag niet meer dan 25 kinderen verwekken. Maar de regels zijn makkelijk te omzeilen. Een donor als Jonathan heeft al honderden kinderen. Vrouwen die met hem in zee gaan horen dat vaak pas te laat. Een aantal moeders wil Jonathan nu dwingen te stoppen.

De blonde jongeman die op haar af komt lopen in de stationsrestauratie van Utrecht Centraal, maakt indruk op Maaike. Grote bos krullen, zelfverzekerde tred. Iemand voor wie je je wel even omdraait, als je hem in de stad zou tegenkomen. Ze nemen plaats aan een tafeltje, bestellen een daghap. Maaike is nerveus. Het is geen blind date, toch voelt het wel een beetje zo. Snijdend in haar schnitzel tast ze hem af over zijn voorgeschiedenis, zijn familie, zijn werk en hobby’s. De vraag die boven de markt hangt: wil ze een kind van deze man?

Maaike is een nuchtere Drentse dertiger, mét kinderwens, zonder man. Jaren hoopte ze dat die geschikte levenspartner zich nog wel een keer zou aandienen. Nu hij er nog steeds niet is en de biologische klok doortikt, zoekt ze naar andere manieren om moeder te worden. Op het prikbord van de website Bam-mam.nl heeft ze gereageerd op oproepjes van mannen die zich aanbieden als spermadonor. Daar blijken nogal wat aparte types tussen te zitten. De een wil alleen doneren als het langs de natuurlijke weg kan, een ander nodigt haar uit voor een ontmoeting in een afgelegen Gronings bos.

De enige normale, leuke reactie kwam van deze ‘Pepijn’ die nu tegenover haar zit. In het echt heet hij trouwens Jonathan, bekent hij al snel. Hij blijkt welbespraakt, slim en muzikaal. Hij vertelt dat hij spermadonor is geworden nadat hij bij een bevriend stel de impact van onvruchtbaarheid had gezien. Hij wil vrouwen als Maaike graag helpen hun diepgekoesterde wens in vervulling te laten gaan. Tot nog toe heeft hij zes donorkinderen, vertelt hij.

Vrouwen die op zoek zijn naar donorzaad, kunnen zich inschrijven bij een kliniek. Die route is aan regels gebonden: het zaad van één man mag worden gebruikt voor maximaal 25 kinderen (in 2018 werd het criterium gewijzigd in maximaal twaalf gezinnen, die wel meerdere kinderen van dezelfde donor kunnen krijgen). En sinds 2004 is bij wet geregeld dat donorkinderen vanaf hun 16de informatie kunnen opvragen over hun verwekker.

Sommige wensmoeders vinden dat er nogal wat nadelen kleven aan zwanger worden via de kliniek. Zo kun je niet zelf je spermadonor uitkiezen. Er zijn wachtlijsten, waardoor je soms pas na twee jaar aan de beurt bent. ‘En je moet als wensmoeder een psychologisch onderzoek ondergaan’, zegt Maaike. ‘Alsof je eerst door de ballotage moet om te worden goedgekeurd als moeder. Niet dat ik vreesde dat ik niet door zo’n onderzoek zou komen, maar het voelde voor mij niet goed.’

Na het leuke gesprek op Utrecht Centraal doet Maaike thuis op haar computer wat research met Jonathans echte naam. Ze komt clips tegen van zijn muziek, waarover hij haar vertelde, en video’s waarin hij zijn kennis deelt over bitcoins en aandelen. Niets dat een alarmbel doet rinkelen. Maaike is om.

Een paar weken later treint Jonathan vanuit Den Haag naar het oosten des lands om bij haar thuis in de badkamer zijn zaad in een potje te doen. Als Maaike zichzelf daarmee insemineert, is het in één keer raak. In het najaar van 2017 wordt haar dochter geboren.

Dat er mogelijk iets vreemds aan de hand is, ontdekt Maaike pas een jaar later. Tijdens een etentje met een bevriend lesbisch koppel hoort ze dat hun kind ook door ene Jonathan uit Den Haag is verwekt. Het stel heeft weer een andere kennis, die ook een kind heeft van deze donor. Dat is allemaal wel heel toevallig. De moeders gaan op onderzoek uit.

Massadoneren

Intussen is voor Claudia (niet haar echte naam) uit Almere de beerput allang open­gegaan. Zij is alleenstaande moeder van een nu 9-jarige dochter die is verwekt door Jonathan. Claudia is zo aangedaan over alles wat ze de laatste jaren heeft ontdekt, dat ze in januari van dit jaar met twaalf andere moeders een petitie is begonnen: ‘Stop het wereldwijde massadoneren van zaad.’ Ze noemen zich Moms on a Mission. De eerste missie: voorkomen dat Jonathan (39) kinderen verwekt bij nog meer wensmoeders.

Claudia heeft er indertijd bewust voor gekozen zelf op zoek te gaan naar een donor. ‘Ik wilde weten van wie ik een kind zou krijgen. Omdat ik eerder een pleegzoon in huis heb gehad, wist ik hoe belangrijk het voor een kind is te weten waar je vandaan komt. Als je via een kliniek zwanger raakt, kan een kind pas vanaf zijn 16de op zoek naar zijn vader. Ik zocht dus gericht naar een donor die openstond voor contact.’

Zij kwam in contact met Jonathan via een oproepje op de website Verlangennaareenkind.nl. Maar een dag voor de inseminatie gebeurt er iets opmerkelijks, vertelt Claudia. ‘Ik kwam op mijn werk een collega tegen van wie ik wist dat zij een donorkind had. Ik vertelde dat ik hiermee bezig was. Al pratend kwamen we erachter dat zij ook een kind had van Jonathan. Even zakte de grond onder mijn voeten vandaan. Toch was het voor mij geen reden te stoppen. Ik vertrouwde op Jonathans belofte dat hij niet meer dan 25 kinderen zou verwekken. Dit kon toeval zijn. En als je graag moeder wilt worden, ben je als het ware blind van verlangen.’

Claudia zet een gezonde dochter op de wereld en Jonathan komt zijn afspraken na. Als de baby drie maanden is, lopen ze samen met de kinderwagen door een park. Ook op latere momenten is hij bereid tot ontmoetingen.

Dat Jonathan haar heeft voorgelogen, ontdekt ze in 2017, als de zaak van een massadonor in het nieuws komt. ‘Spermadonor verwekt tegen de regels in 102 kinderen’, kopt de NOS. Een man blijkt jarenlang bij elf klinieken te hebben gedoneerd. Het registratiesysteem dat zou moeten voorkomen dat één man meer dan 25 kinderen verwekt, blijkt daarmee zo lek als een mandje.

De Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG), die het nieuws bekendmaakt, noemt de naam van de donor om privacyredenen niet. Maar Claudia’s collega, met wie ze eerder ontdekte dat ze dezelfde donor hadden, is voor de zwangerschap van een van haar drie kinderen in behandeling geweest bij een kliniek. Zo hoort zij wie de spermadonor met 102 kinderen is: Jonathan.

Makkelijk te omzeilen

De norm van maximaal 25 kinderen (en later twaalf gezinnen) per spermadonor blijkt eenvoudig te omzeilen. De vijftien klinieken voor inseminatie geven hun succesvolle donaties door aan de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB), die namens de overheid gegevens van verwekkers bewaart zodat donorkinderen die later kunnen opvragen. Ze registreert echter geen namen of burgerservicenummers, maar een zelf gegenereerde code. Daardoor is de SDKB niet in staat gegevens van verschillende klinieken te koppelen. Een donor wordt opgedragen bij slechts één spermabank zijn zaad te doneren, maar niemand controleert of hij zich daaraan houdt.

‘In de praktijk is daar geen enkele waarborg voor’, zegt de Groningse hoogleraar bestuurskunde Heinrich Winter. Met het bureau Pro Facto deed hij in 2019, in opdracht van de regering, onderzoek naar het functioneren van de stichting. ‘Volgens de SDKB zijn er allerlei privacybelemmeringen en zou het systeem er technisch niet toe in staat zijn zaken te koppelen. Maar er zit ook een bepaalde onwil achter. Misschien door een te beperkt budget, of doordat er te weinig besef is welk belang van kinderen en ouders ermee is gemoeid’, zegt Winter. De hoogleraar heeft niet de indruk dat er twee jaar na het verschijnen van het onderzoek al veel is gebeurd om het ‘lek’ in de registratie van donoren te repareren. De SDKB stelt dat daarvoor een wetswijziging nodig is, die in voorbereiding is bij het ministerie van Volksgezondheid.

Leugens

Claudia schrikt als ze ontdekt dat haar dochter minstens honderd halfbroers en -zussen heeft. Jonathan had immers tegen haar gezegd dat zij pas zijn derde ‘ontvanger’ was en ze maakten de afspraak dat 25 kinderen het maximum zou zijn. Ze confronteert hem met zijn leugens. ‘Hij kwam daarop met een mooi verhaal. Dat het toch ook heel erg is dat er zo weinig donoren zijn, dat hij misschien iets te veel in de wens van de moeders was meegegaan.’ En, voegt hij volgens haar nog toe: ‘Ik werd ook nergens tegengehouden.’

Jonathan geeft tegenover de Volkskrant toe dat hij inderdaad heeft gelogen. Per e-mail laat hij weten dat een vrouw die hij weigerde te helpen, ooit ‘op allerlei fora lasterlijke dingen’ begon te verspreiden, ‘ook kindertal’. Daarvan is hij naar eigen zeggen zo geschrokken dat hij besloot ‘maar niet meer zo veel over mijzelf bloot te geven’.

De Stichting Donorkind, die opkomt voor de belangen van de kinderen, kreeg intussen allerlei berichten van ongeruste moeders. ‘Ze vertelden ons dat deze donor veel meer kinderen kreeg dan hij tegen ze had gezegd’, zegt voorzitter Ties van der Meer. ‘We hebben toen wat moeders ondersteund bij hun zoektocht en het oprichten van een geheime Facebookgroep.’ Er zijn dan 102 donorkinderen bekend, maar hoeveel meer zouden er zijn?

Vrijwilliger Joëlle de Boer van Stichting Donorkind ontdekt in 2019 dat Jonathan ook zaaddonor is geweest bij Cryos, een commerciële spermabank in Denemarken die over de hele wereld ‘rietjes’ met zaad levert. ‘Ik zat in een Deense Facebookgroep, omdat een vriendin van me haar vader zocht en zij via een Deense kliniek is verwekt’, zegt de 20-jarige De Boer, zelf donorkind. ‘In die groep zag ik ineens een moeder die vragen over Jonathan stelde, omdat ze via Cryos een kind van hem had gekregen.’

Cryos zegt uit privacyoverwegingen geen mededelingen te kunnen doen over deze zaak, al gaf een woordvoerder eerder wel toe in het AD dat het Deense bedrijf Jonathans zaad tot 2018 aan moeders heeft verkocht. Hoeveel kinderen daarmee zijn verwekt, wilde Cryos ook toen niet zeggen.

Spermabank

In Nederland is het om ethische redenen niet toegestaan geld te vragen voor donorzaad, in Denemarken mag dat wel. Voor ongeveer 1.000 euro kun je er als wensmoeder per post een voorraadje bestellen van je donor naar keuze. Je kunt er een psychologisch profiel van de donor raadplegen (‘Runo heeft wat moeite zich aan te passen aan situaties die nieuw of ongebruikelijk zijn’) en jeugdfoto’s bekijken. Wie bereid is 250 euro extra te betalen, kan in sommige gevallen ook foto’s van de volwassen zaaddonor inzien.

Cryos geeft geen informatie over hoeveel kinderen er per donor worden verwekt. Wel zegt de spermabank zich per land aan de daar gestelde richtlijn te houden. Maar bijvoorbeeld in de Verenigde Staten is er geen maximum gesteld aan het aantal kinderen per donor.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg wees er bovendien in 2016 al op dat Cryos helemaal niet kan controleren of het Nederlandse maximumaantal niet wordt overschreden. Kinderen tellen alleen mee voor het ‘quotum’ als een moeder het bedrijf laat weten dat ze is bevallen. Maar, schrijft de inspectie in haar onderzoeksrapport, een spermabank ‘kan niet afdwingen dat mensen terugmelden’. In die tijd konden Nederlandse wensmoeders zelfs nog zaad van anonieme donoren kopen bij Cryos, terwijl anoniem doneren al sinds 2004 is verboden.

In 2018 is het Deense bedrijf gestopt met het thuisbezorgen van zaad en wordt het alleen nog afgeleverd bij klinieken, waardoor er meer toezicht is. Volgens Cryos gebeurde dit door een verandering in de Deense wetgeving, ‘na zorgen bij meerdere landen binnen de Europese Commissie’.

‘Iets doen voor anderen’

De Boer van Stichting Donorkind besluit na haar Deense ontdekking verder in Jonathans zaak te duiken. ‘Ik heb veel research gedaan via sociale media en door op afbeeldingen te zoeken via Google. Via profielen die hij voerde onder valse namen ontdekte ik dat hij als donor actief is geweest in zo veel landen: de VS, Mexico, Duitsland, Italië. Die guy is amper thuis geweest de afgelopen jaren.’

Het klopt dat hij veel heeft gereisd als donor, schrijft Jonathan, maar niet voor zijn lol. ‘Omdat ik dat zag als zinvol reizen met een mooi doel. Persoonlijk ben ik niet dol op reizen.’ Moms on a Mission en De Boer hebben berekend dat Jonathan na veertien jaar doneren in theorie rond de 800 kinderen zou kunnen hebben.

Zelf zegt hij over zijn nageslacht: ‘In totaal zijn er ongeveer 275 kinderen in ongeveer 100 gezinnen wereldwijd.’ Een limiet of ethische grens ziet hij niet voor zichzelf. ‘Ik merk dat het kindertal snel went. De grens die ik voor mijzelf had, ben ik al voorbij.’

null Beeld XF&M
Beeld XF&M

De vraag die dit alles oproept: wat is de drijfveer, waarom wil een man honderden kinderen verwekken? ‘Het lijkt wel verslaafdengedrag’, zegt Claudia van Moms on a Mission. Barbara, met wie ze samen de petitie begon, noemt het grootheidswaanzin, ‘een God-complex’.

Zelf benadrukt Jonathan vooral dat hij wil helpen. ‘Het is mooi iets te kunnen betekenen voor anderen. Ik had voor mijn gevoel al veel bereikt in mijn leven en voelde dat ik iets wilde doen dat niet per definitie voor mijzelf was. Het leek me ook ontzettend leuk als de kinderen en ouders uiteindelijk contact met elkaar zouden krijgen, als in een grote familie.’

In binnen- en buitenland duikt eens in de zoveel tijd het verhaal op van een ‘massadonor’. Maar het zijn incidentele verhalen en er is uit onderzoek weinig bekend over hun beweegredenen. Onderzoeker Nicolette Woestenburg van Pro Facto deed in 2016 een vergelijkende studie naar de motivatie van internetdonoren en donoren bij de spermabank. Die laatste groep kan vanwege de regels niet meer dan twaalf gezinnen helpen.

‘De onderzoekspopulatie was klein. Het enige significante verschil dat we hebben kunnen vinden tussen de twee groepen, is dat internetdonoren vaker zeiden dat ze zich wilden voortplanten’, zegt Woestenburg. ‘Maar voor beide groepen geldt dat ze vooral uit altruïsme zeiden te doneren. Al kun je je zeker in het geval van zo’n massadonor afvragen of daar niet nog iets anders meespeelt.’

‘Betekenisvol zijn’

Iemand die vrij openlijk praat over zijn donorschap is Ed Houben, stadsgids te Maastricht en in 2012 de hoofdpersoon van de documentaire De man met 100 kinderen. Hij heeft er inmiddels 125, vertelt Houben in een videogesprek, ‘plus misschien nog een stuk of dertig via klinieken, maar daar krijg ik geen informatie over’.

Hij concludeert dat zijn lage zelfvertrouwen een rol heeft gespeeld in twintig jaar donorschap. ‘Mijn zelfbeeld is niet dat je zegt van ‘hoera’, dus ik heb lang gedacht: ik ga nooit een partner vinden. Dat vond ik niet per se erg, maar ik ging wel nadenken over hoe ik op een andere manier betekenisvol kon zijn.’ Zoals hij het in de documentaire verwoordt: ‘Door het doneren ben ik erachter gekomen dat er wel mensen zijn die van me zouden kunnen houden.’

Aanvankelijk doneerde Houben alleen in een potje. ‘Eigenlijk omdat ik ervan uitging dat dat voor een man als ik de enige optie was.’ Totdat twee wensmoeders hem afzonderlijk van elkaar voorlegden dat zij het liever langs de natuurlijke weg wilden doen. ‘Daar moest ik ethisch wel even over nadenken’, zegt Houben. ‘Maar ik kon er wel in komen. Mensen zijn vaak al een heel klinisch traject door geweest. Ik heb later ook wel van een moeder gehoord: ‘Ik kan geen witte jas meer zien.’ Zij gaven er de voorkeur aan dat hun kind zou ontstaan in een situatie met iets meer warmte en intimiteit.’

Houben sluit niet uit dat hij, juist door hier in de media openlijk over te spreken, uiteindelijk ook meer wensmoeders heeft aangetrokken die de voorkeur gaven aan een donatie via geslachtsgemeenschap. ‘Want op het laatst was het eigenlijk in 90 procent van de gevallen via de natuurlijke weg.’

Werd de mogelijkheid tot seks dan ook een motief om te blijven doneren? Houben moet er even over nadenken. ‘Nou ja, er was eigenlijk geen reden om te stoppen. En als je sperma doneert als man, ja, dan is er in elk geval minstens een fractie van een seconde plezier geweest, daar kan ik niet omheen.’

Inmiddels zegt hij overigens wel te zijn gestopt – hij heeft nu zelf twee jonge kinderen met zijn vrouw.

Competitie

De Boer van Stichting Donorkind zegt op basis van forumberichten te vermoeden dat er een soort competitie bestaat tussen sommige massadonoren: wie kan de meeste kinderen verwekken? Houben beaamt dat hij daar signalen van heeft gezien. ‘Ik heb weleens een paar maanden meegelezen in besloten Facebookgroepen met spermadonoren. Dan zie je onder mannen al snel een sfeer ontstaan van: wie heeft de grootste? Als de een schrijft vijftien donorkinderen te hebben, heeft een volgende er veertig.’

Zelf deed hij daar niet aan mee, bezweert hij. ‘Ik vind niet dat je op die manier over je kinderen moet praten. Er waren ook mannen die in de groepen foto’s deelden van hun kinderen, of van de moeders. Er waren er ook bij die vrij gedetailleerd hun seksuele ervaringen met de moeders beschreven. Vanuit mannelijk oogpunt snap ik het allemaal wel, maar je moet de discipline opbrengen zoiets niet met de wereld te delen.’

Jonathan schrijft dat hij zich evenmin bezighoudt met een dergelijke competitie. Hij wil ook dat mensen stoppen donorkinderen ‘als getal weg te zetten’. ‘Het zijn unieke personen.’ Wel beaamt hij dat de drang zich voort te planten een rol speelt bij zijn motivatie. ‘Ik denk dat alle donoren, evenals ik, het idee van meer nageslacht als positief ervaren.’

De vrouwen van Moms on a Mission en ook Maaike uit Drenthe begrijpen niet waarom Jonathan niet eerlijk is geweest. Want nee, hij doet niets illegaals, dat weten zij ook. ‘Wat ik erg vind’, zegt Claudia, ‘is dat hij me heeft voorgelogen. Als hij eerlijk zou vertellen waar hij mee bezig is, kun je als moeder zelf uitmaken of je daarin mee wilt gaan of niet.’ Moms on a Mission is met een advocaat aan het uitzoeken of zijn leugens als ‘onrechtmatige daad’ kunnen worden aangevochten in een civiele rechtszaak.

Van der Meer van Stichting Donorkind, zelf zowel donorkind als spermadonor, vindt dat de moeders naïef zijn geweest. ‘Ik snap dat het heel lastig is om met een kinderwens over alles kritisch te zijn. Maar juist omdat zulke donoren de regels niet naleven en klinieken het ook amper bijhouden, moet je als wensmoeder overal je vraagtekens bij zetten.’

Meer aanvragen

Massadonor Ed Houben vindt het treurig dat sommige mededonoren er zo’n schimmig spel van maken. ‘Ik heb juist altijd gewerkt vanuit volledige transparantie, dat is ook het beste voor de kinderen.’ Bovendien had Jonathan niet hoeven liegen over de aantallen, zegt Houben, want wensouders hebben daar vaak niet zo’n probleem mee. ‘Vanaf dat ik zo’n vijftig kinderen had en wat media-aandacht kreeg, werkte dat aantal juist als reclame. Mensen dachten: hij weet waar hij mee bezig is, en hij heeft al zo veel gezonde kinderen verwekt.’

Dat hij vermoedelijk gelijk heeft, blijkt wel uit de reactie van een Duitse wensmoeder die door de vrouwen van Moms on a Mission werd gewaarschuwd voor Jonathans enorme kindertal. ‘Ze had plannen om een kind van hem te krijgen en gaat daar toch mee door’, zegt Barbara.

Jonathan zelf meldt bovendien dat hij ‘weer een boel aanvragen’ heeft gekregen, sinds onder andere The New York Times begin februari over hem publiceerde. Hij zegt voorlopig te blijven doneren. Aan stoppen zou hij pas denken als hij een relatie krijgt.

Om hem een halt toe te roepen, pleit de petitie van Moms on a Mission voor een registratiesysteem voor privédonaties. Het idee is dat moeders die een kind krijgen van een zelf gevonden donor op vrijwillige basis kunnen checken of en hoeveel andere kinderen er al bekend zijn. Het is geen sluitend systeem, beseffen de moeders, maar wel een begin. Onderzoeker Winter, die eerder de SDKB onder de loep nam, ziet zo’n registratiesysteem ‘niet snel gebeuren’. ‘In onze evaluatie constateerden we dat de SDKB nog veel werk te doen heeft om haar huidige taak naar behoren uit te voeren. Laat staan dat ze daar staan te juichen om er nog een taak bij te krijgen.’

Gevolgen

Wat zijn later de gevolgen voor de kinderen, als ze zich realiseren dat ze honderden halfbroers en -zussen hebben? Bij Stichting Donorkind zijn ze er niet gerust op. Voorzitter Van der Meer denkt dat zo’n groot aantal ‘uiteindelijk te belastend’ wordt. ‘Je moet toch iets met die mensen en dat is bij zulke aantallen gewoon heel moeilijk.’

Vrijwilliger De Boer voorziet identiteitsproblemen. ‘Wij zijn met 32 kinderen van dezelfde vader en sommige halfbroers en -zussen kunnen daar al bijna niet mee omgaan. Ik heb zelf ook wel geworsteld met een identiteitscrisis. Laat staan dat je erachter komt dat je 300 of 500 broers en zussen hebt. Dan lijkt het wel of je als kind een massaproduct bent. Het heeft iets gecompliceerds als zo veel mensen verwant aan je zijn.’

Barbara uit Almere vindt het ‘pijnlijk’ als haar dochter vraagt of ze Jonathan niet als donor had gekozen, als ze alles van tevoren had geweten. ‘Toch probeer ik haar uit te leggen dat ik het dan vermoedelijk niet had gedaan. ‘Dan was ik er dus niet geweest’, zegt zij dan.’ Barbara wordt heen en weer geslingerd tussen boosheid en geluk. ‘Ergens ben ik heel boos, maar ik kan niet alleen maar kwaad zien in de donor van mijn kind. Ik ben heel blij met haar. Maar ik weet niet wat voor mentale problemen ze in de toekomst zal krijgen.’

Jonathan zelf ziet dat probleem niet zo en benadrukt de positieve mogelijkheden: de kinderen kunnen bij elkaar logeren, samen muziek maken, grote kerstdiners houden en elkaar helpen waar nodig. ‘Als de kinderen op mij lijken, zien ze er de romantische kant van in: veel liefde en warmte om te delen met al hun halfbroertjes en -zusjes wereldwijd. Ze vormen een speciale, grote familie waar andere kinderen misschien zelfs met verlangen naar kijken.’

Het risico op inteelt, als twee van zijn kinderen elkaar later toevallig tegen het lijf lopen, schat hij in als ‘nul’. ‘Alle kindjes zijn ervan op de hoogte dat ik hun donorvader ben.’ En hun ouders geven ‘uiteraard’ al vroeg instructies ‘dat ze altijd even moeten vragen of hun nieuwe vlam niet een donorkind is en zo ja, wie hun donor dan was’.

De 3-jarige dochter van Maaike houdt zich vooralsnog vooral bezig met haar knuffelhaas. Het duurt nog even voordat ze mogelijk tegen problemen aanloopt, maar Maaike kijkt er niet naar uit. Wijzend op haar spelende dochter: ‘Ik vind het geen fijne gedachte dat ik haar later moet waarschuwen als ze gaat daten. Bovendien is het geen vraag die je makkelijk stelt tijdens een eerste date: goh, door wie ben jij verwekt?’

Artsenvereniging NVOG heeft laten berekenen hoe groot de kans is dat donorkinderen met dezelfde vader per ongeluk in een relatie belanden. Bij een donor met tweehonderd kinderen in Nederland wordt de kans op een onderlinge relatie geschat op 0,2 procent.

Is dat weinig? Maaike is er niet gerust op. Een dag na het interview laat ze weten dat ze bij de crèche toevallig in gesprek raakte met een andere alleenstaande moeder. ‘We hadden het over donoren en wat blijkt: Jonathan is ook haar donor geweest. Ze zit dus met haar halfbroer in de groep. Bizar.’

De namen Maaike, Claudia en Barbara zijn op verzoek van de moeders gefingeerd, om de privacy van hun kinderen te beschermen. Donor Jonathan heeft verzocht niet met zijn naam te worden vermeld. De Volkskrant heeft dit verzoek niet volledig ingewilligd, omdat er sprake is van een maatschappelijk belang en hij eerder zelf met naam en toenaam naar buiten is getreden in een interview.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden