Spelen om geld is de beste leerschool

Twee jaar geleden veroverde Nederland de hoogste bridgetitel. Erik Kirchhoff was er niet bij. De komende twee weken maakt hij wel deel uit van het team dat de Bermuda Bowl in China verdedigt....

VOOR ERIK KIRCHHOFF is bridge niet zaligmakend meer. 'Ach, eerlijk gezegd interesseert het bridgen me niet meer zo. Ik ga net zo lief een partijtje schaken of tennissen.'

Toch treedt de 43-jarige Amsterdammer maandag in China aan in het Nederlands team dat de komende weken de wereldtitel moet verdedigen. Gelukkig heeft hij genoeg zelfkennis om op zijn ervaring te kunnen vertrouwen. 'De wedstrijdspanning komt automatisch terug. Ik begin er aan en vanaf dat moment ben ik nergens anders meer mee bezig.'

Het 'spelletjesmens' Kirchhoff is als bridger door de wol geverfd. Als achttienjarige kwam de koffiehuisschaker op het Leidseplein in aanraking met het bridgespel. In die tijd werd bridgeclub Hok net opgericht, maar Kirchhoff besloot op verzoek van zijn eerste bridgepartner, Olivier Keegel, voor Minerva te gaan spelen om in 1973 toch toe te treden tot de club waar hij met Jan van Cleeff en later met Joost Almekinders werd gehard.

Begin jaren tachtig reikte hij met Kees Tammens naar de top. 'We wonnen het open-paren toernooi van Juan les Pins. In die tijd vond ik het vreselijk leuk. We speelden wel veertig uur per week. Altijd om geld natuurlijk. Een cent het punt. Als je niet om geld speelt zijn er altijd spelers die onverantwoorde biedingen gaan doen. Als dat geld kost laten ze dat wel uit hun hoofd. Spelen om geld is nog altijd de beste leerschool.'

De successen bleven niet uit. In 1985 werden ze als derde paar gekozen in het Nederlands team. Twee EK's speelden ze samen, met als resultaat een zevende en een twaalfde eindklassering. 'Bij de subtop, net zo goed of slecht als de voorgaande jaren.' In 1988 volgde nog de Olympiade, maar in 1989 werd het partnerschap wegens de nodige onmin opgedoekt.

In de tussenliggende jaren boekte Kirchhoff ook als coach succes. Met Cees Sint coachte hij de jeugdploeg die in 1986 de Europese en wereldtitel veroverde. Daar maakten onder anderen Berry Westra, Enri Leufkens en Wubbo de Boer deel van uit. De mannen die met Bauke Muller, Piet Jansen en Jan Westerhof twee jaar geleden beslag legden op de Bermuda Bowl.

Reislustig en ongebonden als Kirchhoff is, besloot hij na het verbreken van het partnerschap met Kees Tammens de zaken anders aan te pakken. 'Ik had toen een baan bij de gemeentegiro waar ze me op een gegeven moment geen bijzonder verlof wilden geven. Bij Max Abraham, een bridgeliefhebber met een eigen bedrijf, kon ik toen een baan krijgen met de nodige vrijheid. Met hem ben ik een paar divisies lager competitie gaan spelen.

'We hebben een nieuwe club, Modalfa, opgericht en kregen door een fusie al na twee jaar een team in de hoogste divisie. Met Max, mijn oude maatje Joost, Nico Englander en T. Sjoerds en P. B. Wintermans, een team van oude rotten, is het tweede team van Modalfa na diverse promoties ook tot de hoogste afdeling doorgedrongen. Maar dat bleek toch te hoog gegrepen en dit jaar spelen we in de eerste divisie. Maar Max is te laat begonnen om de echte top nog te kunnen halen.

'Leeftijd speelt een belangrijke rol. Wubbo de Boer kon het al aardig toen hij vijftien was. Dat is niet zo vreemd als je bedenkt dat hij al op zijn tiende zat te kijken als wij 's avonds met zijn vader een robbertje rond speelden. Voor Berry Westra en Enri Leufkens geldt hetzelfde verhaal. Om de top te kunnen halen moet je jong beginnen, veel spelen en het vermogen hebben je aandacht alleen te richten op het spel. Speelplezier, talent, fysieke en mentale hardheid spelen natuurlijk ook een rol.

'Topbridge is een mix van routine en leeftijd. Dat heeft ook met fitheid te maken. Met een beetje mazzel mag je bij een wereldkampioenschap twee weken zonder onderbreking aan de bak. Elke dag tussen de zes en tien uur spelen. Je kunt dan beter geen alcohol gebruiken of andere fysieke inspanningen verrichten. De Scandinaviërs deden dat vroeger wel. Die zie je de laatste dagen dan ook steevast terugvallen. Maar ook die pakken de zaken steeds serieuzer aan.'

Met de jonge wereldkampioenen kwamen eindelijk de successen. Als coach van het open team met de eerder genoemde spelers en Marcel Nooyen en Jaap van der Neut behaalde Kirchhoff brons op de Olympiade in Italië. Het eerste aansprekende resultaat in twaalf jaar.

Kennelijk werkte dat als inspiratiebron voor de man die het bridge met zijn beroep heeft verweven, maar zich niet als prof in Amerikaanse zin ziet. 'Daar willen de sponsors zelf meedoen aan de grote toernooien. Zo is het met Max niet.

'Eind 1992 zag Anton Maas in dat hij met zijn viertallenpartner Frans Brom niet meer voor het Nederlands team in aanmerking zou komen en vroeg hij of ik trek had zelf weer te spelen. Ik zei dat we het maar eens een jaartje moesten proberen.

'Er waren toen vier paren bij de selectie. Wij vielen af en de andere drie werden later wereldkampioen in Chili. Maar in Albuquerque ging het beter. Daar werden Anton en ik derde bij het WK paren.

'Het was wel even wennen met Anton. Het grootste probleem is onze totaal verschillende biedstijl.' De studentikoze Maas van de Amstelveense school, en Kirchhoff, Hokker pur sang. 'We hebben er hard voor moeten werken en zijn trouwens nog lang niet klaar. Onze systemen verschilden in details nogal wat. Dat moet je allemaal op elkaar afstemmen.

'De systemen verdiepen zich nog steeds. Vijftien jaar geleden dacht ik dat de grenzen van het bieden wel bereikt waren, maar daar heb ik me in vergist. In tegenspelen en signaleren komen steeds meer variaties naar voren.

'Op topniveau zijn er meer en meer spelers met eigen biedsystemen. Daar moet je je toch weer tegen verdedigen. Het komt regelmatig voor dat je aan tafel nog afspraken maakt. Iedere kaart gaat iets betekenen.

'Ons biedsysteem is door dat aanpassen dan ook wat dikker dan dat van de anderen. Nee, ik lees nooit een bridgeboek, hoogstens kijk ik het blad Brige World in. Wat ik weten moet krijg ik wel te horen van andere spelers.'

Het is ook bijna onvermijdelijk dat er soms nog iets fout gaat, zoals aan het begin van de laatste EK, waar Nederland de kwalificatie voor het WK moest afdwingen. Kirchhoff maakte een blunder. 'Nou nee, het was een biedvergissing. We hadden het systeem luttele dagen ervoor nog aangepast en dat was ik aan tafel glad vergeten. Ik dacht alleen maar: dat kost twaalf. Zoiets moet je dan gewoon accepteren.

'Daar zijn we op getraind door sportpsycholoog Rico Schuijers, die de spelers in de aanloop naar de Olympiade in Salsamaggiore heeft begeleid. Hij heeft ons geleerd met een zeperd om te gaan, om het makkelijker te verwerken.

'Vlak voor het WK hebben Anton en ik nog een keer met hem gepraat over het verwerken van de tijdsdruk. Ik heb nogal de neiging om bij dreigende tijdsoverschrijding te blokkeren. Anton vindt dat de straf die daarop staat veel goedkoper uitvalt dan te haastig genomen beslissingen. Of het helpt moet nog bewezen worden.'

Een ander belangrijk element is de teamgeest. Per slot moeten drie paren twee weken lang in harmonie met elkaar voor het beste resultaat strijden. 'De spelers gaan heel goed met elkaar om. Dat is de laatste jaren nooit een punt geweest. Voor die tijd was dat minder. Ramer, zowel als speler en als captain, en Roosneck waren typische splijtzwammen. Die haalden altijd de slechte spellen naar voren en ruzieden met partner en nevenparen. Sinds Jaap Trouwborst captain is, is daar geen sprake meer van, maar dat ligt natuurlijk ook aan de instelling van de huidige topspelers.

'Je weet nu dat als je een hele dure beslissing neemt die per ongeluk verkeerd uitpakt, je er door je teamgenoten niet op wordt aangekeken. Ook goede resultaten zijn belangrijk. Dan zit je veel lekkerder aan tafel. Je moet je ten volle op het volgende spel kunnen concentreren. Daar kan je partner ook aan bijdragen. Hoe rustiger hij is, hoe beter. Anton heeft ook bijgeleerd. Hij kon vroeger nog wel eens ontploffen aan tafel. Maar tegenwoordig doet hij duidelijk zijn best om een evenwichtige partner te zijn.'

Favoriete spelers heeft Kirchhoff niet, wel is hij een bewonderaar van de Fransman Perron. Van diens partner, Chemla, heeft hij een minder hoge dunk. 'Dat is eigenlijk maar een overgewaardeerde speler.' Ook de Amerikanen Meckstroth en Rodwell behoren tot zijn favorieten.

En het WK? Zal Nederland de Bermuda Bowl behouden? 'Ik ben vrij pessimistisch. Die Amerikaanse gedachte van 'wij zijn de besten, wij gaan winnen', daar geloof ik niet in. Maar ik ga er niet slechter van spelen als ik denk dat de tegenpartij tenminste net zo goed is als wij. De kwartfinale is haalbaar, daarna is het een loterij.

'Het kan van een klein spelletje afhangen. Dat zag je bij het vorige WK. Een paar puntjes minder en het gaat de andere kant op. Echt zwakke broeders zitten er niet meer bij. Onderschat trouwens de Indonesiërs niet, die waren in Chili nog heel matig, maar hebben nu een heel goed team dat op Bali een heel sterk toernooi heeft gewonnen.'

Relativerend en behoedzaam treedt Kirchhoff het WK tegemoet om pas echt enthousiast te worden over wat hem daarna te wachten staat. 'Bridge is voor mij hobby en werk. Na zo'n toernooi reis ik graag. Zo'n WK in China is een uitgelezen gelegenheid om wat van het land te zien. Maar dan wel na het toernooi. Ik wil niet te horen krijgen dat ik het als een vakantietoernooitje heb opgevat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden