Spelen met perspectief en monumentale vrouwenlichamen

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: een wonderlijke wandvullende wirwar en een ontroerende performance.

Performance My Mothers Paintings van Nina Boas met schilderijen van Françoise Magrangeas in Galerie Hommes. Beeld Sjoert Willemstijn

Amsterdam, 3 februari

'Hysterisch geklets van een dorre pruim' typeerde een galeriehouder deze rubriek onlangs met de voor die beroepsgroep kenmerkende eloquentie (getuigden hun persberichten maar van eendere welsprekendheid), en hoewel ik het daar natuurlijk totaal mee oneens was (hysterisch, moi?) hoorde ik mezelf later die handelaar in kwestie toch verdedigen: 'Ja maar, dat is zíjn perspectief'.

Over zo'n perspectief, het algemene dooddoenerige excuus-perspectief, gaat de tentoonstelling in Grimm nou net níét. Zij handelt over de specifiekere variant: de visuele. In de echte wereld is zo'n perspectief zeer bepalend voor ons gemoed - vaak onbewust. Ik heb wel eens een middag door de medina van Tanger gedwaald. Dat vond ik tamelijk vervelend. Ik heb ook wel eens een paar dagen over een Boliviaanse zoutvlakte getrokken. Dat vond ik zo mogelijk nog onaangenamer. Wat medina en zoutvlakte ontbeerden, was een variatie aan perspectief, een prettige afwisseling van gesloten ruimten en riante vergezichten, 'lofty perspectives' noemen de Engelsen dat zo mooi (en propere toiletten - dat misten ze ook).

Fijne les, Prisser. En dan nu graag iets over de tentoonstelling.

Ali Banisadr, Broken Land, 2015. Beeld .

A Question of Perspective Grimm Gallery, Amsterdam, t/m 5/3.

My Mothers Paintings Hommes galerie, Rotterdam, t/m 19/2. Performance op 17 en 19/2.

Die is zeer fraai. Zij werd samengesteld door de Londense curator Jane Neal, en had als startpunt de Leipziger schilder Matthias Weischer, een kunstenaar bij wie de zichtlijnen altijd nadrukkelijk aanwezig zijn. Alle geselecteerde kunstwerken - olieverf, sculptuur - hebben iets met zijn doeken te maken. Dat kan nog op best veel manieren. Naast het in Europa gebruikelijke centraalperspectief (alle lijnen verdwijnen in één punt, weet u nog wel) ziet men hier ook alternatieve perspectieven: samengesteld (Constant, René Daniëls) en isometrisch (Christian Hidaka). Ook zijn er werken die spelen met het gegeven dat ze wel/geen perspectief bezitten (Farah Atassi). Hoe noem je zoiets? Perspectiefloos?

Mijn op een na favoriete schilderij in de expositie is een stuk van Weischer, een klein, korzelig werk met daarop een binnenplaats, alles dik in de verf, wat zeg ik: het ziet eruit alsof het bijna uit elkaar valt. Mijn favoriete stuk is een wandvullend stuk van Ali Banisadr. Wat het precies voorstelt, is moeilijk te zien. Het oogt als een wirwar van vleugels, veren, snavels, poten, als een school vogels dus, een uitvliegende uilenkolonie gefotografeerd met een ver openstaande lens; een volledig abstract beeld, volkomen logisch en zeer aantrekkelijk. Een doek dat een plekje op zaal verdient van bijvoorbeeld het Haags Gemeentemuseum. Maar dat is mijn perspectief.

Christian Hidaka, Untitled, 2015. Beeld .

Rotterdam, 4 februari

Is het kunst of kan het weg? Een bekende en wat flauwe opmerking, die ik best vaak hoor. Ingewikkeld wordt het pas wanneer het én kunst is én weg moet.

'Wat doet men met de werken van een overleden kunstenaar, wat doet men met de overblijfsels van onze ouders, en hoe verwerkt men trauma in verlies.' Nogal wat vragen tegelijk las ik in de aankondiging van galerie Hommes, niet de lichtste ook en bovendien taalkundig verwarrend. Trauma in verlies verwerken? Maar vooral de middelste vraag hield me bezig: wat, ja wat te doen met de 'overblijfsels' van onze ouders?

Gelukkig heb ik de hele lange winderige weg naar Rotterdam Charlois om daarover na te denken. Vlak voor aankomst eet ik een troostrijk kadetje belegen kaas klaargemaakt door een piekfijn geblondeerde kasteleines, voordat ik me over deze kwesties ga buigen - men kan zich maar beter goed voorbereiden.

In Hommes hangen de schilderijen van Françoise Magrangeas (1949-2011), moeder van performancekunstenares Nina Boas (1980). De een was een Franse schilder die in Nederland veel met choreografen had gewerkt (ik kende haar niet), de ander is een performancekunstenares die ook tekent (haar ken ik enigszins). De appel was ver, maar ook weer niet héél ver van de boom gevallen. De taal van het lichaam was en is beiden vertrouwd.

De schilderijen zijn mooi op een beetje ouderwetse manier. Monumentale vrouwenlichamen vaak op de rug gezien, die meer vorm en beweging dan lichaam zijn. Het is realisme dat ooit in was, toen uit raakte en nu gewoon weer kan -standvastigheid loont, mensen.

Dochter Nina Boas heeft een selectie in de galerie opgehangen en bracht er daarna een hele nacht mee door. Daarna was ze ermee opgetreden voor het openingspubliek. Ze was erin gekropen, had ze omgeslagen, was één geworden met de schilderijen van haar overleden moeder en had ze daarna afgelegd. Letterlijk; één schilderij hangt er nu als klamme was, gedrapeerd over een meubel. Ik bekijk foto's van de performance en die ontroeren mij, net als die losjes op de muur gespijkerde schilderijen.

Over twee weken wordt de performance herhaald. Waar het oeuvre daarna heen gaat, is nog niet duidelijk, maar wel dat de volgende generatie er waardig en definitief afscheid van heeft genomen. De dochter is als het ware door het oeuvre van de moeder heen gekropen.

Ik denk aan de stroom vuilniszakken die ik destijds rücksichtslos heb afgevoerd en voel een beetje spijt. Daar had dan wel geen kunst in gezeten, maar toch.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.