Spelen met Lucifer

De leden van de Zweedse rockband Ghost hebben geen naam, het zijn demonen. De zanger is een duivelse kardinaal die nooit spreekt. Voor V maakte hij een kleine uitzondering. Na de show gaan de pijen uit. 'We zijn van die gekte gaan houden.'

'Denk erom: Ghost is niet zomaar een bandje.' Hoe vaak we dat niet te horen hebben gekregen in de lange aanloop naar een ontmoeting met het wonderlijke muzikale gezelschap. Niet zomaar een bandje - alsof dat de fotograaf en verslaggever zelf nog niet was opgevallen.


Zo heeft Ghost geen bandleden, althans, geen musici met zoiets basaal menselijks als een naam. De gitaristen, bassist, toetsenist en drummer gaan door het leven als 'Nameless Ghoul': demon zonder naam. Zij dwalen al enige jaren als in zwarte monnikspij gehulde fabelwezens over de wereldpodia.


Dan de zanger. Een duivelse kardinaal. Een van zijn geloof gevallen geestelijke die zich laat aanspreken als Papa Emeritus II en zowel op plaat als live in vol antiklerikaal ornaat de komst van de Vorst van het Rijk der Duisternis verkondigt. Een satanspredikant met alweer nul antecedenten.


Daarmee zijn we er niet. Er zijn meer bandjes die een curieuze groepsidentiteit aannemen en de luisteraar tegemoet treden vanachter een masker. Niet altijd de verheffendste popmuziek, uitzonderingen als Daft Punk daargelaten. Of het legendarische The Residents. En nu dus dit Zweedse Ghost.


Hoe graag je die verkleedpartijen en dat gehannes met die eeuwige duivel ook had willen negeren, bij het eerste album Opus Eponymous uit 2011 was de interesse toch gewekt. In Ghost hoorde je ineens weer beheerste en mooi gezongen seventiesrock, vol inventieve gitaarriffs en catchy refreinen. Radiorock, die deed denken aan illustere Amerikaanse bands als Blue Öyster Cult en die de aanstekelijke toegankelijkheid van de popmuziek weer liet binnenstromen in de harde muzikale discipline. Ambachtelijke muziek, minutieus in elkaar gesleuteld maar toch met een ziel - al was het een duistere.


Niet zomaar een bandje.


Bij het in april vorig jaar verschenen tweede album Infestissumam sloeg de interesse om in fanatieke nieuwsgierigheid. Infestissumam is een rockplaat vol mooie meezingliedjes als Secular Haze en het door koren en kerkorgels gedragen Monstrance Clock, met gelaagde zangpartijen en nog steeds vervuld van die raadselachtige, occulte teksten. Liedjes die beginnen met Latijn gebrabbel: anti cristus, il filio de sathanas, infestissumam, dat werk. Nog altijd geen verwijzing naar bandpersoneel, geen spoor van een ware identiteit.


Ghost werd groot en vooral gevierd in de minder conservatieve Amerikaanse muziekkringen. Je kon erop wachten: de geruchtenstroom kwam op gang. Niemand minder dan Nirvana-drummer en Foo Fighters-frontman Dave Grohl zou achter de band zitten. Letterlijk: onder monnikskap aan het drumstel. Waarom liep Grohl met een bandshirtje van Ghost rond op festivals als Lowlands, waar toevallig ook de Zweedse band geprogrammeerd stond? En waarom verscheen zijn naam als 'producer' op een plaat van Ghost? Dave Grohl, zou later blijken, was simpelweg een fan.


We waren het beu en wilden meer weten. Wie of wat was dit Ghost? Konden wij een blik krijgen achter de poppenkast? Kon die mijter af en wilde Papa Emeritus II misschien zijn duistere bedoelingen nader verklaren?


Helaas. Ongeveer een jaar geleden werden de eerste verzoeken gedaan: verwoede pogingen de band te ontmoeten. De eerste aanvragen werden genegeerd. Daarna volgden halfslachtige tegenvoorstellen. Een telefoongesprek met een der naamlozen konden we krijgen. Namen we geen genoegen mee. We wilden bandleden spreken, fotograferen, desnoods gehuld in pij, achter zwart doodsmasker. En we wilden teksten van de man met de mijter. Dat, zo kregen we te horen, zou nooit lukken. Papa Emeritus II zou nooit spreken, dat was een wereldwijd geldende afspraak.


Vorige maand keerde het tij. Een dame van de platenmaatschappij deelde mee dat de duivelspredikant in ruste, 'Papa' voor intimi, een uitzondering wilde maken. Op voorwaarde dat zijn ware aard verborgen zou blijven. Hij wilde ons voorafgaand aan zijn optredens op festival Pinkpop en in de Amsterdamse Melkweg ontvangen en ons een paar zinnen toeslingeren. Hij wilde zelfs wel op de foto. Om van het gezeur uit Nederland af te zijn.


De agenda kon worden getrokken. 'Fotosessie en gesprek met Ghost, op zaterdag 31 mei in het Nijmeegse Goffertpark, backstage bij festival FortaRock voor en na het optreden van de band aldaar. Kom op tijd.'


'Weave us a mist, fog weaver. Hide us in shadows. Unfathomable, wall-less maze. A secular haze.'


(Uit: Secular Haze, 2013)


Niets is wat het lijkt bij Ghost. Er hangt een mist rond de band die de heren 'naamloze demon' en Papa Emeritus II zelf hebben aangeblazen. Soms trekt de nevel wat op en krijg je een blik achter het decor. Of zoals Ghost het zelf zegt: je zit in de bol of staat erbuiten. Je maakt deel uit van de schijnwereld of stapt er even naast.


Het eerste treffen met Ghost, afgelopen zaterdagmiddag in Nijmegen iets over enen, vindt plaats in de schijnwereld. De band zal uit de mobiele kleedkamer achter het festivalterrein van FortaRock treden en richting podium wandelen. We mogen meehobbelen, maar denk eraan: mondje dicht. De band, verzekert ons de manager, zit diep in de concentratie voor het optreden. In de bol, dus. Fotograferen mag. Zwijgen moet.


De witte cabinedeur zwaait open. Eén, twee, drie, vier, vijf zwarte monnikspijen stappen van het opstapje en vormen een slordige heksenkring op het trapveldje in het park. Dan de indrukwekkende verschijning van Papa Emeritus II: een doodshoofdmasker onder mijter met omgekeerd kruis, het teken van de gevallen engel. Op de lange zwarte mantel nog meer omgekeerde kruisen. In een hand, die net even uit de mantel piept, een lullig flesje water. Een Papa heeft ook weleens dorst.


Het gezelschap zet zich in beweging. Papa gaat niet voorop, maar sjokt nors achter de naamlozen aan. Er lijkt iets mis met het groepsgevoel.


'Come together, together as a one. Come together, for Lucifer's son.'


(Uit: Monstrance Clock, 2013)


Op het podium is Papa Emeritus II toch weer vooraanstaand en imponerend. In strakke, kordate armgebaren vraagt hij aandacht voor de gitaarsolo's van zijn ghouls. Hij prevelt en zingt zijn donkere teksten in hoge en aangename zangstem en lijkt met zijn priemende ogen achter het masker iedereen in het publiek recht aan te willen kijken. Alsof hij in alle anonimiteit toch contact zoekt. Overtuigend en ook een beetje eng.


De podiumtent is tot de rand gevuld: bijna tienduizend man melden zich voor de occulte ceremonie van Ghost. De liturgie wordt woordelijk meegezongen. 'Laten we samenkomen voor de zoon van Lucifer.' Niemand kijkt er bezorgd of anderszins aangedaan bij. De muziek van Ghost is enerverend, aanstekelijk en zelfs vrolijk - al mag je dat waarschijnlijk niet zeggen, binnen noch buiten de bol.


Na afloop van het concert, is de afspraak, mag de verslaggever zich vervoegen bij Papa. Dus snel naar de kleedkamer achter het podium. De licht opspelende zenuwen in bedwang zien te krijgen. En dan, op aangeven van de manager, kan op de deur van de witte Portacabin worden geklopt. Entree.


Op een klein grijs stoeltje tussen heel veel bandjesrotzooi zit een naamloze in pij en schuin achter hem op een wit bankje: Papa Emeritus II (gelieve hem niet de hand te schudden). De mijter staat enigszins schuin op het hoofd achter het doodsmasker. De sfeer is onaangenaam, hier moet zojuist iets zijn voorgevallen. Drie vragen, liever niet meer.

undefined

Wat vond Papa van de royale opkomst van de geloofsgemeenschap?

'Ik heb er geen mening over. Ik doe mijn werk, draag de teksten voor die me zijn toegespeeld. Muziek interesseert me niet. De kerkgemeenschap ook niet.'

undefined

Staat u dan wel met plezier op popfestivals, u moet ook nog naar Pinkpop?

'Ik hou niet van worstenfestivals. Ik ben een man van goede smaak en de betere wijnen.'

undefined

Toch werd uw duistere boodschap hier zojuist goed ontvangen.

'Dan ben ik tevreden. Maar verwacht niet dat ik me ga uitlaten in superlatieven.'


Daarmee moeten we het doen. Met wapperende mantel vliegt Papa de cabin uit. Die was niet zo te spreken.


De ghoul licht toe: 'Papa denkt dat wij kwaadspreken als hij niet in de buurt is. En laten we eerlijk wezen: Papa is een narcistisch en misantropisch mens. Hij voldoet als onze woordvoerder, beter dan zijn voorganger Papa Emeritus I, maar dat is het dan ook. Als mens ligt hij niet lekker in de groep. Hij weet dat ook hij binnenkort zal worden vervangen door een Papa Emeritus III. Misschien steekt dat hem, maar zo werken we, bij Ghost. Als we de Papa zat zijn, benoemen we gewoon een nieuwe. Dat zal hij moeten dragen als een man.'


Dan willen de heren ghoul, inmiddels allen verzameld in de Portacabin, even douchen. En mag de opgelegde bandmythologie mét het bandzweet door het afvoerputje verdwijnen.


'Tonight we summoned for His unholy fiend. Now celebrate the end.'


(Uit: Ritual, 2010)


De rockshow is voorbij. Aan de deur van de Portacabin hangen nu vijf zwarte monnikspijen zweetlucht uit te wasemen. We zijn buiten de bol getreden en een ghoul in mensenkleren haalt koffie. Zijn naam mag vanzelfsprekend niet worden onthuld, maar verder is vanaf nu niets menselijks hem meer vreemd. In de cabin rommelen geheel naakte bandleden - oké, we wilden graag dat Ghost zich zou blootgeven, maar dit is overdreven.


Wel een gedoe zeg, dat gewissel van identiteiten en die geheimzinnigheid. Vermoeiend. De woordvoerder van de band, voorheen ghoul: 'Ons imago is tegelijk een zegen en een obstakel. Wij denken heel vaak: waarom kunnen we niet gewoon een bandje zijn? Hup, lekker een podium op rennen als gewone jongens uit Linköping. Maar we zijn ook van die gekte gaan houden. De hitte van die pakken. Het gedoe en de ingewikkelde geheimzinnigheid, zeker bij optredens. Je wilt niet weten hoeveel moeite je moet doen om anoniem te blijven op een groot popfestival, als je moet werken tussen heel veel andere bandjes.'


Ooit zullen de maskers afgaan, vermoeden de mannen van Ghost. 'De anonimiteit glipt ons nu al langzaam uit de vingers. Zitten we na een optreden in de Verenigde Staten bijvoorbeeld met zijn zessen in een restaurantje ergens bij het podium, duidelijk herkenbaar als Zweedse band. Komt er iemand die kennelijk bij ons concert is geweest naar de tafel. Kom jongens, geef het maar toe, jullie zijn Ghost, toch? Niet flauw doen. En dan zet je toch maar een handtekening op dat papiertje. Het is bijna niet meer vol te houden, zeker nu we een grote band zijn geworden. Veel mensen willen nu eenmaal weten wie we zijn.' Ze hebben het nog verrassend lang volgehouden, vindt de woordvoerder.


De genesis van Ghost was als die van ieder ander bandje. Jammen op een bank met akoestische gitaar. 'We hebben allemaal een rijk verleden in de muziek, in de rock en de metal. In 2006 zaten we samen eens wat te spelen en kwam ik op een gitaarriff die later het nummer Stand By Him zou worden. Donker en demonisch, doomrock als die van Black Sabbath maar ook heel aanstekelijk en toegankelijk eigenlijk. Ik dacht: als we zo'n riff nu eens lichtvoetig kunnen houden? In degelijke popliedjes, maar toch gemaakt met het gewicht van de zwaarste rock. En met antikerkelijke thematiek van de Scandinavische blackmetal, waar je als Zweed van onze generatie onherroepelijk mee te maken hebt gehad.'


De identiteit van afgedwaalde monniken en kardinaal werd langzaam aan de muziek gekoppeld. 'We vonden onszelf niet zo bij het concept van onze muziek passen.' De woordvoerder wijst in het rond in de Portacabin. Inderdaad: 'We zijn gewoon geen heavy rockers met baarden. Daarom bedachten we die schijnwereld. Ook omdat we allemaal heel graag iets wilden neerzetten als een groteske rockshow, zoals die uit de jaren zeventig van Kiss en Alice Cooper. Een show waar je je als publiek een uur in kon storten, alsof je in een bizarre kerkdienst stond, om daarna weer over te gaan tot de orde van de dag.' Dat escapisme in de muziek had Ghost gemist.


Het satanisme van Ghost, de heisa over de antichrist is onderdeel van een show. 'Wij eisen helemaal niets van ons publiek. Geen overgave. Niemand hoeft onze teksten te spellen. We zijn geen sekte, zo'n obscure metalband waar je zogenaamd bij moet horen, maar als je onze teksten leest als verhalen over hoe de mens omgaat met religie en God, hebben we natuurlijk best wat te vertellen.'


De antikerkelijke inhoud van de Ghost-liederen en eigenlijk de hele satansentourage zit de band natuurlijk weleens in de weg. Muziekliefhebbers die afhaken bij de aanblik van verklede musici: kinderachtig. Of die moeite hebben met duivelse teksten. 'Je stoot waarschijnlijk minstens evenveel mensen af, als je zieltjes wint. Laten we wel wezen: zonder onze angstaanjagende pakken, zoals we er nu bijstaan, hadden we nooit zoveel aandacht getrokken, toch?'


Het wordt tijd de witte cabine te verlaten, de volgende band is in aantocht. Bovendien: Ghost gaat graag in groepsverband nog even het festivalterrein op.


Weer zo'n bijkomend voordeel van het anonimiteitsconcept, aldus de ghouls. Geen hond op de festivalweide die de band gaat herkennen. In de rij voor een biertje en dan in zalige anonimiteit op naar de volgende verkleedpartij.


Ghost speelt 9/6 op Pinkpop en 30/6 in de Amsterdamse Melkweg. Infestissumam is verschenen bij Rise Above Records/ Universal. De ep If You Have Ghost is verschenen bij Spinefarm Records/Caroline.


GEEST VAN ABBA


Dat de Zweedse rockband Ghost is geworteld in de betere popmuziek, hoor je aan hun platen. De band heeft zich ook gestort op het poprepertoire van illustere grootheden. Voor een Japanse uitgave van hun platen nam de band al een mineurversie op van Here Comes The Sun van The Beatles. Op de recente ep If You Have Ghost prijken covers van Abba's I'm A Marionette tot Depeche Mode's Waiting For The Night. 'Een uit de hand gelopen zijproject', aldus een 'naamloze ghoul' van de band. 'Ons eerbetoon aan de helden van de popmuziek en een mogelijkheid even los te breken uit ons eigen satanische idioom.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden