Spelen maar

Geen drummer, maar lekker zelf met de voeten stampen. Mumford & Sons is nu Engelands muzikale exportproduct. Het nieuwe album Babel en de film Big Easy Express geven een inkijkje.

De een is banjo gaan spelen omdat hij naar eigen zeggen als gitarist niet goed genoeg was om in een bandje aan de bak te komen. De ander verruilde de elektrische gitaar voor een contrabas, omdat zijn muziekleraar hem vertelde dat hij best behoorlijke baspartijen in zich had, maar wilde hij zich echt onderscheiden, dan moest hij achter een contrabas gaan staan.


Samen zitten banjospeler Winston Marshall en bassist Ted Dwane sinds 2007 in Mumford & Sons, de Londense folkrockband die het niet alleen in Europa goed deed, sinds in 2009 het albumdebuut Sigh No More verscheen. Ook in de Verenigde Staten forceerden zij een voor folkrockbands zeldzame doorbraak.


Dwane en Marshall zijn voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor het bijzondere geluid van Mumford & Sons, dat het zonder echte drummer stelt. De vier muzikanten -naast Dwane en Marshall Ben Lovett op toetsen en accordeon en zanger gitarist Marcus Mumford - stampen op de grond om het ritme aan te geven, en Ted Dwane weet ook aardig raad met zijn contrabas als percussie-instrument.


'Uiteindelijk kwamen we bij dit geluid uit', zegt Winston Marshall. We speelden al een tijdje samen, hier in Londen. Er waren meer jongens en meisjes zoals wij, die aardigheid hadden in akoestische liedjes. Zoals Laura Marling en de jongens die later in Noah And The Whale gingen spelen.'


Er was weliswaar veel gaande, beaamt Ted Dwane, maar is dat niet altijd zo in een stad als Londen? Dwane: 'Toevallig lag bij de groep muzikanten met wie wij graag optrokken de nadruk op akoestische rock 'n' roll. Dus kregen we hier gelijk het etiket neofolk opgeplakt, maar zo erg waren we ook niet in folkmuziek thuis, dus dat heeft altijd wat ongemakkelijk gevoeld.'


Marshall: 'Het lijkt al zo lang geleden. Toen Marcus het meespelen met anderen zat was en in 2007 een band wilde beginnen, was hij de man met de liedjes. Het leek hem wel wat, met banjo en bas en zonder drummer - en ons ook. Lekker makkelijk als je veel wilt spelen. Geen groot drumstel, geen eindeloos gesoundcheck met elektrische gitaren en ander spul. Gewoon met je instrument het podium op en spelen maar. Dat was wat we wilden, zo hadden we ons geformeerd. Dat is eigenlijk nooit veranderd. Spelen, spelen en nog eens spelen: dat is wat Mumford & Sons het liefste doet.'


Dat de band in drie jaar tijd een slordige vijf miljoen platen wist te verkopen, hadden ze nooit durven dromen. De helft daarvan verkochten ze in de Verenigde Staten Dat leek Dwane en Marshall eigenlijk onvoorstelbaar.


De bassist en banjospeler van Mumford & Sons staan in een Londens hotel een deel van de Europese pers te woord, terwijl elders de andere twee bandleden tekst en uitleg geven over hun onlangs verschenen tweede album Babel.


'Een plaat die we eigenlijk al voor eind 2011 hadden gepland, maar we werden steeds teruggevraagd voor tv-shows en andere grote optredens in Amerika', aldus bassist Dwane. 'Dan maar geen nieuwe plaat, concludeerden we.'


Winston Marshall: 'We hadden het geluk dat we ook onze eerste plaat helemaal zelf hadden opgenomen en gefinancierd. Pas daarna zijn we een platenmaatschappij gaan zoeken. We hadden destijds geen enkele bemoeienis van buiten en nu ook niet. We maken een plaat en bieden die aan. In ieder land zoeken we een label waarvan we denken dat dat goed bij ons past. Bevalt het ze niet, dan niet. Druk van buiten was er niet zozeer, maar natuurlijk voelden we die wel.'


Zo duurde het opnemen van Babel geen vijf weken, zoals hun eerste plaat, maar acht maanden. Dwane: 'Je wordt toch onzeker. We wilden niet te veel aan ons geluid veranderen, maar Babel moest ook geen kopie van Sigh No More worden. Ook wilden Ben, Winston en ik ons wat meer met de liedjes van Marcus bemoeien. Wat weer lastig was, want samen schrijven waren we eigenlijk niet gewend.'


Is het resultaat daardoor niet wat halfhartig en een optelsom van compromissen geworden? Nee, is het antwoord van Winston Marshall. 'We hebben zo belachelijk vaak samen gespeeld dat er veel onderling vertrouwen was. Als ik met een loopje kom, weten Ben en Ted precies hoe daarop te reageren. Het fundament van de muziek is hetzelfde gebleven, waarom zouden we dat vervangen, het is toch stevig genoeg?'


Dat fundament is op het eerste gehoor nog even stevig verankerd in folkmuziek, maar folk met een 'eurostompritme' zegt Ted Dwane. 'Dat is het grote verschil met de wijze waarop Amerikanen omgaan met traditionele country, western en Appalachenfolk. Die harde discodreun van ons zit er niet in.'


Het was die eurostomp in nummers als The Cave en Little Lion Man die de band niet alleen radiohits bezorgde, maar ook op festivals deed floreren. Beukende ritmes waar geen harde drums of elektronica aan te pas kwamen, dat was bijzonder, vond het Europees publiek en vanaf eind 2010 werd dat ook zo in de Verenigde Staten ervaren.


Marshall: 'We hadden alle grote Europese festivals al gehad, ook in Nederland, en dachten er echt aan een paar maanden niet te spelen. En toen kwam ineens het Amerikaverhaal.'


Door eindeloos veel te spelen, werd The Cave in de Verenigde Staten opgepikt door de radio. Een tv-optreden bij de uitreiking van de Grammy's (de grote Amerikaanse muziekprijzen, GB) begin 2011, vlak voor Bob Dylan het podium betrad, bezorgde de band misschien wel de definitieve doorbraak.


Marshall: 'Vanaf dat moment schoot de albumverkoop omhoog. We zijn toen blijven hangen in Nashville, waar we eigenlijk onze plaat moesten opnemen, maar we trokken er steeds op uit om op te treden.'


Na Adele is Mumford & Sons inmiddels het grootste Britse muzikale exportproduct in de VS. Waardoor de Amerikanen hun hart aan de band verloren, weten de twee niet precies. Volgens Marshall komt het wellicht doordat hun muziek meer in Amerikaanse dan in Britse traditionele muziek is geworteld. 'Tien jaar geleden al was de soundtrack van O Brother, Where Art Thou, van de Coen Brothers op Marcus van cruciale invloed. Al die traditionele country en bluegrass die daarop volgden, betekenden veel meer voor onze muziek dan Britse folk of folkrock van Fairport Convention.


'Maar wij deden het ook weer net anders dan Amerikanen, door die eurostomp, maar ook melodisch. We waren ook beïnvloed door rockbands als Arcade Fire bijvoorbeeld, en dat verwerkten we in onze muziek.'


Ted Dwane zegt dat het wellicht ook geholpen heeft dat de band in een paar jaar tijd het immense land een keer of tien heeft doorkruist, en ook de kleinere plaatsen heeft bezocht. 'Het is een oud gegeven, wil je met je band de Verenigde Staten veroveren, je jezelf het schompes moet toeren. Ik geloof daar wel in en sterker nog, ik ben blij dat het zo werkt. Ik denk dat het voor de hele band geldt dat we vooral zo veel mogelijk willen spelen. Zo'n plaat maken is leuk, want zalen en festivals verlangen nu eenmaal steeds een nieuwe plaat, maar van ons hoeft het niet.'


Marshall: 'Leuk, een nieuw visitekaartje, zo'n plaat, maar laat ons nu maar weer doen waar we echt lol in hebben. Spelen.'


En nee, spijt dat hij geen gitaar meer speelt, heeft Marshall niet. 'Je hoeft geen goede banjospeler te zijn, voor het soort muziek dat wij maken. Dat is het grappige. Een middelmatig bespeelde banjo valt positiever op dan een goed gespeelde gitaar. Die hoor je genoeg. Dus gitaristen die zichzelf niet goed genoeg vinden: pak de banjo en kijk wat je er allemaal mee kunt bereiken.'


Mumford & Sons: Babel. V2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden