Spel zonder grenzen

Een van onze beste actrices reist de podia af. In Nederland, maar steeds vaker ook in België, Duitsland, wat heet: Korea, China! Nu is Elsie de Brauw even thuis, voor Platonov. Hoe stilt ze haar wereldwijde theaterhonger?

Ze zit midden in een grote verbouwing. In de hoge klaslokalen van de voormalige katholieke lagere school in Varik staan meubelstukken en snuisterijen op elkaar gestapeld, in de keuken wordt een nieuwe vloer gelegd, aan de andere kant komt een grote badkamer. Elsie de Brauw verontschuldigt zich van te voren: ze zal het interview misschien een paar keer moeten onderbreken om de elektricien te woord te staan. Terloops wijst ze enthousiast op een aantal fraaie details, duidelijk dol op het oude huis. En dat voor iemand van wie je zou denken dat ze nooit thuis ís.


Want je kunt het zo exotisch niet noemen of ze speelt er: van Peking tot New York, van Moskou tot Seoul, van Nantes tot München. Theatermaken voor een (groter) internationaal publiek, het is een gestaag oprukkende ontwikkeling in het theaterwezen en Elsie de Brauw is echt een van de pioniers op dat vlak. Als geen andere Nederlandse actrice bespeelt ze de wereldpodia, in regie van klinkende regisseursnamen als Alvis Hermanis, Jossi Wieler, Ivo van Hove en (levenspartner) Johan Simons. Volgend seizoen komt daar Alain Platel bij. En dinsdag en woensdag staat ze in de Stadsschouwburg Amsterdam met Platonov, in regie van Luk Perceval bij NTGent.


Afgelopen maand was De Brauw evenwel gewoon te vinden in Varik. Na een aantal omzwervingen wordt het geliefde familiehuis in de Betuwe opnieuw uitvalsbasis. Op het moment van het gesprek hoeft ze even niet verder dan de hoofdstad, waar ze op dat moment de titelrol vervult in het veelgeprezen Wassa van Hermanis. Maar voor de goede orde: van deze actrice hoef je geen klachten te verwachten over een hectisch bestaan van slopende reistijden en steeds wisselende rollen. Elsie de Brauw speelt vanuit overtuiging, vanuit nieuwsgierigheid en een zekere honger naar andere theaterculturen en hun taal. 'Ik heb het druk, maar ik ben gezegend met al dat werk', zegt ze. 'En het is zo verschillend, dat het je scherp houdt.'


Even grof gerecapituleerd: Elsie de Brauw (1960) maakte naam bij Hollandia, ZT/Hollandia en vervolgens NTGent onder regisseur Simons. Toen die laatste intendant werd bij de Münchner Kammerspiele, bleef De Brauw het Gentse acteursgezelschap trouw. Tegelijkertijd kreeg ze van hen de vrijheid ook met regisseurs in Duitsland te gaan werken. Dat, plus een toenemend aantal hernemingen, tournees en coproducties vergen een strak schema.


Ze denkt even na, vertelt hoe je theater eigenlijk op drie wijzen kunt exporteren. 'Eén: je maakt een voorstelling in het Nederlands en toert ermee de wereld rond - met boventiteling in de taal van het gastland. Twee: je maakt een voorstelling in het Nederlands, laat die vertalen en gaat ermee op stap. Drie: je maakt een voorstelling bij een buitenlands gezelschap in hún taal. Het zijn drie manieren van werken, en daartussen bestaat een wereld van verschil.'


Noemt een eerste voorbeeld: Opening Night, coproductie van Toneelgroep Amsterdam en NTGent, succesvoorstelling sinds het begin, toert van Korea naar Frankrijk en terug - met boventiteling. 'Weet je: dat vind ik ook gewoon gezéllig, collega's onder elkaar. 'Ik zie de acteurs van Toneelgroep Amsterdam niet zo vaak. Volgend jaar gaan we naar Chili, leuk. Je blijft natuurlijk gast in zo'n land, je komt even langs. Maar: Opening Night in New York, dat vond ik geweldig, echt bijzonder. Doodeng ook. Iets te spelen op de plek waar het oorspronkelijk gedacht is. Gorki in Moskou, idem.'


'Iets heel anders: een voorstelling máken in een ander land, Duitsland in mijn geval. Dan word je voor een tijdje onderdeel van dat gezelschap. O, man. Dat is wennen! Ten eerste ben je natuurlijk doodmoe van de taal - de hele dag Duits praten. Ik heb ondersteuning gehad, een taalcoach, gaat goed, maar improviseren is bijvoorbeeld niet altijd even makkelijk.


'Ik probeer zo goed mogelijk Duits te praten, maar uiteraard hou je een accent. Normaliter heb je je personage helemaal in eigen hand; wat ik haar meegeef, dat bedenk ik zelf. En nu is er iets wat ik niet tot in de finesses controleer, ik weet niet precies wat mijn specifieke stembuiging of tongval bij het publiek teweegbrengt. Dat is gek.


'Ik vind het fantastisch: spelen in een andere taal. Je moet echt over je grenzen heen. Het geeft je als acteur goed afstand tot de materie. Je bent secuurder dan in je moedertaal, beter voorbereid op het stuk. Bovendien is het wonderlijk te merken dat een 'vreemde' taal op een andere plek in je lichaam zit. Duits spreek je als het ware vanonder je jukbeenderen vandaan en met een mond die zo min mogelijk beweegt, terwijl Nederlands veel meer achter in je keel gorgelt, en wij onze klinkers meer rekken.'


En hoe anders is het maakproces. 'In Duitsland zegt meestal de regisseur hoe het moet; het is geen groepsaangelegenheid met mogelijkheid tot overleg en kritiek, veel meer einzelgängers zijn het daar. Wij hebben natuurlijk het systeem van reisverplichting, waardoor we met elkaar overal naar toe trekken, samen eten, en als vanzelf de voorstellingen bespreken. Dat bestaat in Duitsland niet. Je blijft waar je bent. En dus kom ik vaak mijn tegenspelers pas op de bühne tegen. Na afloop gaan sommigen meteen naar huis. Er is minder tijd en ruimte voor onderling overleg als de voorstelling eenmaal speelt. Bij mijn eerste repetitie met Jossi Wieler legde ik mijn tegenspeler een idee voor: misschien is het leuk als we...? Ik zag hem kijken, van: dit is toch míjn rol? Hij zei het nog net niet. Gezellig? Nou nee. Ze zijn wel héél goed. Maar erg op zichzelf.


'Wat ik mooi vind: de Münchner Kammerspiele is een echt Europees gezelschap. Er werken mensen uit zeven landen. Het bestaat uit generaties en uit 'echte' mensen, waar Nederlandse groepen vaak zijn samengesteld uit leeftijdsgenoten - die er ook nog niet al te afwijkend uitzien. In een Duits ensemble zitten ook gewoon oude, piepjonge en dikke spelers.'


Nog weer een andere variant is Gif, een kleine, fijne voorstelling van De Brauw en Steven Van Watermeulen, gemaakt bij NTGent (regie: Johan Simons). 'Gif hebben we laten vertalen. Omdat Steven en ik dachten: hoe moet zo'n subtiel verhaal nou bij het publiek binnenkomen als de mensen voortdurend naar boven moet kijken voor de vertaling? Alleen waren we nog wel even bezorgd: zouden we zelf in die taal wel bij ons gevoel kunnen komen, alle lagen kunnen aanspreken? Ja dus. En nu merk ik: het gaat inmiddels zó veel soepeler. Ik kan nu echt denken en ook voelen in het Duits!'


Zwijgt weer even en zegt dan: 'Dit is een verhaal over taal, hè. Taal is zo belangrijk. De rest komt erachteraan.'


De elektricien roept, Elsie de Brauw verdwijnt voor een moment. In de verte klinken hun stemmen. Vanuit een laag kastje in de woonkamer piept de kop van een Gouden Kalf. Om hem heen staan andere trofeeën opgetast. Dan is ze is weer terug.


'Weet je dat ik een stotteraar ben? Taal was echt een vijand vroeger. Je hoort het nog wel. Maar ik kan het beheersen. Op school hield ik veel achter. Ik wist dat dat Appingedam was op de kaart, maar ik wist ook dat ik het niet kon zeggen. Ik hield wel van lezen, maar spreken: niks. Inmiddels mogen de woorden gaan, de druk is eraf.'


Glimlacht: 'De voorstelling Zus van begint met gestotter, mijn personage heeft te lang niks gezegd. Maar mijn zoons gingen bij de première door de grond, ze dachten dat ik er echt niet uitkwam. Ook deze heb ik in het Duits gespeeld, er mooie reacties op gekregen. Dat is fijn van Duits publiek, het is zo goed onderlegd. Zus van is geënt op het Oedipusverhaal. In de zaal voel je meteen dat ze het kennen.


'Duitsers zijn vaak puur geïnteresseerd in maatschappelijke thema's. Om die reden hebben we nog wel even getwijfeld over iets persoonlijks als Gif. Maar het ging zo goed dat we ermee via het Goethe-Instituut tot in Peking belandden. Dat is wel bijzonder, spelen in het Duits in China. Het was een groot theater, er werd enthousiast gereageerd.


'Belgisch publiek is heel ingetogen. Altijd. Maar Platonov sloeg in Gent in als een bom, ik was erdoor overrompeld. Misschien dat het ook te maken had met de taal, in dit geval: dialect. Het stuk speelt op het platteland en Luk (Perceval, red.) had tegen iedereen gezegd: spreek in de taal van waar je vandaan komt. Dus alle Vlamingen gingen los. Maar Bert (Luppes, red.) en ik zaten op een gegeven moment echt te kijken van: ja hallo! Geestig, maar wij verstaan er geen hol van. Zelf hebben we nog wel iets in die richting geprobeerd, maar dat was toch raar. Ook Luk zei: doe maar niet, jongens.


'Uiteindelijk kwamen we erachter dat een dialect voor een Vlaming iets totaal anders is dan voor een Nederlander. Bij ons is het: leer maar snel af en keer er nooit meer naar terug. Vlamingen, en niet de minste gezelschappen, doen dialect voor volle zalen. Het heeft een romantiek die wij niet kennen. Het klínkt ook mooi. Steven Van Watermeulen spreekt heel veel dialect in Platonov, fantastisch. Bij de meesten bleek Algemeen Beschaafd Vlaams een aangeleerde taal.'


Inmiddels zijn ze begonnen: de voorbereidingen voor de nieuwste voorstelling, met haar grote held Alain Platel. En vijf dansers. 'Supergeweldig, natuurlijk.' Maar, zoals vaak bij Platel betekent dat: begin maar ergens. 'Zij begonnen te dansen. Ik kan bewegen, maar niet dansen. En ik kan niet zo maar beginnen met 'een tekst'. Ik heb de eerste dag alleen maar gehuild. Ik voelde me zo totaal onthand. Ik had geen tools. Ik had geen taal! Ik vroeg maar: what are you thinking? Danser: 'I'm fascinated by my hand, look!' Een totaal nieuw vocabulaire.


'Maar Alain heeft me nu wel een goede opdracht gegeven: ik moet van alle rollen die ik heb gespeeld het bewegingspatroon achterhalen en dat achter elkaar zetten. Dus van Zus van, via Opening Night en Gif naar Platonov. Waarmee ik kan voelen dat die personages, stukken, op die manier ook een verloop hebben, een eigen taal, een eigen ritme. En uiteindelijk zal ik zeker spreken, klank voortbrengen.'


Ze knikt: 'Ik zou best Engeland erbij willen, als theaterland. In het Engels willen spelen. Maar vooralsnog liggen de eerstkomende plannen opnieuw in Duitsland. Ik wil bijvoorbeeld graag nog een voorstelling maken met Johan in München voordat hij daar klaar is. Het is niet altijd gemakkelijk, maar zoals hij theater maakt!'


En daarna misschien even vrij? O, nee. Want er is nog een gekoesterde droom. De afgelopen jaren is er namelijk wel dit besef gerezen: 'Wij hebben in Nederland niet de cultuur die dwingt om dieper door te denken. Als we niet oppassen, denken kinderen over niet al te lange tijd bij het woord 'cultuur' alleen nog maar aan Paul de Leeuw. Daar wil ik iets aan veranderen. Serieus: ik ben een plan aan het ontwikkelen. Kinderen worden niet meer geprikkeld tot fantaseren, de verkleedkist is weg, de poppenkast afgeschaft. Er zijn filmpjes, computers, 'reality' voor in de plaats gekomen. In Duitsland word je als kind opgevoed met Goethe en Schiller, daar is het geen vraag of je dat nodig hebt.


'Op de basisschool hier in Varik hebben we al twee keer een voorstelling gemaakt. Voor sommigen echt een openbaring. Over een jaar of wat wil ik dat uitwerken en uitbouwen. Je moet al jong ergens een aanknopingspunt hebben, een verbinding maken naar een ander, abstracter niveau van denken en van kijken. Een kind moet dat leren, anders zal het nooit naar een schilderij kunnen kijken, geen dans, moderne muziek of theater appreciëren. Ik ga dit echt doen. Omdat ik het nu zo druk heb, blijft het even liggen. Maar ik zweer dat ik het ga doen.'


CV Elsie de Brauw (1960)


b studeerde aan de Toneelacademie Maastricht;


b speelde bij Fact, Bonheur en vervolgens bij Theatergroep Hollandia, in ondermeer: Prometheus, Perzen, Fenicische vrouwen, Menuet, Vuile dieve (met Paul Koek);


b werkte ook voor andere gezelschappen als Het Zuidelijk Toneel en De Tijd;


b Bij ZTHollandia te zien in Het land, Truus en Connie en GEN;


b speelde in de muziektheatervoorstelling Bacchanten en De Metsiers (2002);


b genomineerd voor de Theo d'Or (beste vrouwelijke hoofdrol) voor rol in Vrijdag (2003);


b NTGent-debuut met De asielzoeker (Simons);


b ontving Theo d'Or voor haar rol als Myrtle in Opening Night van Van Hove (2006-2007);


b speelde in Oresteia (2006), Instinct (2007), Vergeten straat (2008), Gif (2009), waarvoor ze opnieuw de Theo d'Or ontving in 2011, en La grande bouffe (2010);


b Salzburger Festspiele 2010, rol in Angst, (Jossi Wieler);


b speelde in Kinderen van de zon, onder regie van Ivo van Hove (2011);


b speelde ook geregeld in televisieseries en films, waaronder Antonia, Uitgesloten, In therapie en Lijn 32. Voor haar vertolking in de film Tussenstand (Mijke de Jong, 2007) kreeg ze op het Nederlandse Filmfestival het Gouden Kalf 2007 voor beste actrice.


Zus van (2005). Het 'oudste' verhaal. Mooie solo waarin ze in de huid kruipt van Ismene, de (veel minder bekende) zus van Antigone. Het leverde haar een Theo d'Or-nominatie op. Tot op de dag van vandaag oogst de monoloog veel bijval. Speelt het stuk ook in Duitse vertaling in Keulen en Frankfurt. Recentelijk weer tien voorstellingen.


Opening Night(2006). Coproductie van NTGent/Toneelgroep Amsterdam. Virtuoze rol van De Brauw als steractrice Myrtle Gordon, die worstelt met haar leeftijd, rol en leven. Bejubelde voorstelling, bekroond met een Theo d'Or.


Gif (2009). Speelt met Steven Van Watermeulen echtpaar dat worstelt met verlies van een kind. Hartverscheurend acteerwerk, weer Theo d'Or. Veel in Duitsland, eind mei Wiener Festwochen.


Wassa (2012). Gemaakt in München bij de Kammerspiele in gastregie van de veelgevraagde Let Alvis Hermanis. IJzingwekkend krachtig spel van De Brauw als titelheldin.


Platonov(2013). De nieuwste. Staande ovaties dit voorjaar in Gent, nu in Amsterdam. Luk Perceval regisseert De Brauw als generaals- weduwe Anna Petrovna.


TOPSTUKKEN ELSIE DE BRAUW

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden