Spektakelstukken

Pim Fortuyn, de moord, de paniek, de verkiezingen, de val van het kabinet - 2002 was het jaar van het politieke spektakel....

HET WAS, in letterlijke zin, een eye-opener: de parlementaire RSV-enquête, midden jaren tachtig, naar de verdwenen subsidiegelden voor de noodlijdende scheepsbouw. Dag na dag, avond aan avond nestelde Nederland zich voor de buis om zich collectief en ademloos over te geven aan de ontluisterende beelden van falende politici, in krijtstreep gestoken ambtenaren en minzame captains of industry - de een hautain, de ander sidderend onder het kruisverhoor van de parlementaire commissie. Politici en journalisten reageerden verbaasd op de gretigheid waarmee het publiek de uitzendingen volgde. Na afloop concludeerde men tevreden dat een oud politiek wapen, de parlementaire enquête, door de televisiebeelden een nieuwe glans had gekregen.

Het is, achteraf, niet moeilijk aan te geven waarom de RSV-enquête zoveel indruk maakte. De verhoren waren niet alleen inhoudelijk onthullend, maar ook door hun vorm. De uitzendingen moeten bij de kijkers associaties hebben opgeroepen met bekende beelden van speelfilms, televisieseries en documentaires - over Joseph McCarthy's communistenjacht bijvoorbeeld - inclusief de close-ups van zenuwachtige getuigen en onverstoorbare ondervragers. Kortom, de enquête bleek zich moeiteloos te voegen naar de gangbare dramatische stijlen van de visuele media.

Ruim vijftien jaar later is de verbazing over dergelijke vormen van politiek drama verdwenen. We zijn eraan gewend: het lijkt er zelfs op dat de media de politiek inmiddels hebben overgenomen. Met name de televisie, waarvan de invloed in Nederland in vergelijking met elders lange tijd betrekkelijk klein is gebleven, wordt een doorslaggevende rol toegekend, niet alleen door deskundigen, maar ook door het publiek en de politici zelf, zoals de verkiezingscampagne van de laatste weken laat zien. Terwijl de applausmeters van De Hond en het NIPO de winnaars en de verliezers van de debatten aanwijzen, voeren de hoofdrolspelers achter de schermen een verbeten strijd om greep op de regie te krijgen.

Links en rechts groeit onderwijl de kritiek op de voortschrijdende 'medialisering' (tot voor kort 'amerikanisering') van de politiek. In de televisiedemocratie zou de inhoud het afleggen tegen de vorm, zouden suggestie en vermaak het winnen van ernst en realiteitsbesef. In zo'n democratie, zo profeteerde Gerrit Komrij in zijn onvolprezen televisiekritieken begin jaren tachtig, laat de kiezer zich ten slotte leiden door de vraag of hij op politici kan vertrouwen, zoals hij vertrouwt op het A-team als de nood hoog gestegen is.

Alle kritiek en goede voornemens ten spijt is het evenwel nog maar de vraag of deze ontwikkeling nog te stoppen of misschien zelfs terug te draaien is. Wie om zich heen kijkt, zal het antwoord snel gevonden hebben: het proces is onomkeerbaar. De veranderingen in de politieke cultuur zijn immers niet het gevolg van tamelijk willekeurige ingrepen, van nieuwe programmaformules of de opkomst van infotainment - laat staan van journalistieke normvervaging, sensatiezucht of partijdigheid - maar van de steeds grotere rol die de media als zodanig in de samenleving zijn gaan spelen.

Anders gezegd: in vergelijking met een halve of hele eeuw geleden, toen de kranten het openbare leven beheersten, het politieke debat werd gevoerd in de herensociëteit of het Paleis van Volksvlijt en de kerkganger de juiste politieke keuze eenvoudigweg vanaf de kansel gedicteerd kreeg, is de inhoud van het begrip 'politiek' wezenlijk anders geworden. De politiek heeft haar relatieve autonomie voor een belangrijk deel verloren en is meer dan ooit onderworpen aan het regime van de media. En wat voor de nationale politiek geldt, is evenzeer van toepassing op de internationale verhoudingen.

De 'medialisering' van de wereld is de laatste decennia, vooral buiten Nederland, onderwerp geworden van een bonte verzameling wetenschappelijke studies, serieuze theorieën, fantastische utopieën en cultuurpessimistische beschouwingen. Maar hoe gevarieerd deze ook zijn, één thema keert telkens terug: media zijn geen lege hulzen of neutrale vormen, maar structureren door hun aard en karakter onze cultuur en onze voorstellingen van de wereld.

Een van de eerste en meest radicale vertolkers van deze opvatting was de Canadese mediatheoreticus Marshall McLuhan, die in de jaren zestig wereldwijd bekendheid verwierf met het aansprekende, maar uit zijn context gehaalde aforisme The medium is the message, een leuze waarmee elke reclamemaker goede sier kon maken. In zijn belangrijkste werk, Understanding Media (1964), een moeilijk doordringbaar, speculatief werk, waarvan onlangs een kritische Nederlandse editie verscheen, betoogt McLuhan dat media geen neutrale technieken zijn, maar ons waarnemen en denken bepalen.

De voorbeelden waar McLuhan in Understanding Media (in vertaling: Media begrijpen) mee komt, zijn prikkelend. Niet alleen de radio en televisie, maar ook andere 'verlengstukken' van de menselijke vermogens, zoals fietsen en schrijfmachines, die hij eveneens tot de media rekent, hebben door hun introductie de perceptie van de wereld veranderd. Zo leidde de invoering van de klok niet alleen tot een andere ervaring van duur, maar ook tot gevoelens van ongeduld en tot veranderingen in de ervaring en organisatie van arbeid, aldus McLuhan, schrijvend in de jaren waarin John F. Kennedy de grondslagen van de Amerikaanse televisiedemocratie legde en de popcultuur in woord en beeld de wereld veroverde.

Maar terwijl McLuhan zich liet leiden door een utopisch verlangen naar universele harmonie in een global village, werkte een subversieve vagebond aan de andere zijde van de oceaan, Guy Debord, aan een even somber als indringend werk, La société du spectacle (1967), waarin een heel andere visie op de 'medialisering' van de wereld werd ontvouwd. Als een van de drijvende krachten achter de Internationale Situationisten, een groep kunstenaars en intellectuelen waartoe ook de Nederlandse schilder Constant behoorde, opende hij de aanval op de kapitalistische samenleving en 'het systeem van illusies' waardoor zij in stand werd gehouden.

Het orthodoxe marxisme was in de ogen van Debord blijven steken in een achterhaalde analyse van de maatschappij. De hoogontwikkelde industriële samenleving, gericht op massaproductie en massaconsumptie, overleefde bij de gratie van een pandemonium van beelden, illusies en frases, die het volk hypnotiseren en gevangen houden in een schijnwereld. In Debords 'spektakelmaatschappij' worden reclame, amusement, popmuziek, film en televisie bij wijze van 'permanente opiumoorlog' ingezet om het individu te bedwelmen en daarmee te onderwerpen. Ondertussen wordt hij afgehouden van zijn eigenlijke bestemming: het echte leven, de vrijheid, de kunst.

De invloed van Debord, die in 1994 zelfmoord pleegde, is niet beperkt gebleven tot de artistieke avant-garde en de protestbewegingen van de jaren zestig. Zijn ideeën over de 'spektakelmaatschappij' hebben bijvoorbeeld grote invloed gehad op het werk van de cultuurfilosoof Jean Baudrillard en - recenter - op de film- en televisiewetenschap en cultural studies. Maar ook de protestbewegingen van de jaren negentig hebben zich, getuige hun pamfletten en websites, door Debord en de Situationisten laten inspireren. In het besef dat de commercialisering, globalisering en visualisering van de cultuur een nieuwe fase zijn ingegaan, oriënteert deze generatie zich opnieuw op het werk van denkers die aan de wieg van deze consumptiesamenleving hebben gestaan.

Media spectacle, geschreven door Douglas Kellner, hoogleraar aan de Universiteit van Californië, is bij uitstek een vrucht van de recente herwaardering van het werk van Debord. Door het begrip 'spektakel' minder abstract te maken en te ontdoen van zijn venijnige ideologische lading - als beoefenaar van cultural studies heeft Kellner ook oog voor mogelijke positieve aspecten van het fenomeen - slaagt de auteur erin een groot aantal ogenschijnlijk geïsoleerde verschijnselen met elkaar te verbinden en in hun onderlinge samenhang te analyseren.

Hoewel hij nergens een precieze definitie van het begrip 'spektakel' geeft, wordt al uit de inhoudsopgave duidelijk dat Kellners vizier verder reikt dan de media. Onder 'spektakel' verstaat hij niet alleen de direct herkenbare verschijningsvormen daarvan, zoals televisieshows, reclamecampagnes en griezelfilms, maar alle voorstellingen die onderhevig zijn aan de logica van dramatisering, uitvergroting en sensatie. Daarmee opent hij de weg voor een studie naar uiteenlopende onderwerpen, van pretparken en sportieve evenementen tot de cultuur van het McDonalds-imperium, naast - uiteraard - het politieke circus, de wereld van roddels en schandalen, rechtszaken, rampen, terrorisme en oorlogen, voorzover wij die niet in levenden lijve maar als media events ervaren.

Spektakels zijn er volgens Kellner op gericht de toeschouwer te overweldigen, te verbazen, te amuseren, te koesteren en in te palmen. In die zin gaat het om een fenomeen dat zo oud is als de beschaving zelf. Waar het om gaat is dat het sociale, politieke en culturele leven in de westerse wereld meer en meer gevormd en gedomineerd wordt door de wetten van het spektakel.

De snelle ontwikkeling en verbreiding van nieuwe mediatechnologieën en de vorming van immense, op winst gerichte supranationale ondernemingen hebben in enkele decennia het aanzien van de wereld aangrijpend veranderd, zowel in letterlijke als in figuurlijke zin. Want of het nu gaat om een CNN-uitzending over de honger in Afrika, een aanslag van islamistische radicalen in Indonesië of de opening van de Olympische Winterspelen, om een Hollywood-film over de nazistische vernietigingspraktijken of het leven in de Middeleeuwen, om een Nederlands televisieverslag van een witte mars tegen zinloos geweld of het jaaroverzicht over het annus horribilis 2002 - telkens is de informatie over de gebeurtenissen, nu en in het verleden, gegoten in een dramatische, meeslepende en indrukwekkende vorm.

O

ndanks de vele zwakke punten in het boek - het gebrek aan historisch perspectief, de slordige terminologie en de veronachtzaming van andere benaderingen - bevat Media spectacle tal van elementen die bijdragen aan een scherper inzicht in de gevolgen van de 'medialisering' van de samenleving. Instructief is bijvoorbeeld het hoofdstuk over de rechtszaak tegen O.J. Simpson, een zwarte sportheld en populaire mediaberoemdheid die werd verdacht van de moord op zijn vrouw en een vriend van haar. Vanaf het moment dat de slachtoffers werden gevonden, ontrolde zich een drama zonder weerga, dat het Amerikaanse publiek maandenlang in zijn ban zou houden. De O.J. Simpson Trial bevatte alle elementen van een 'megaspektakel', inclusief een wilde achtervolging over de highways van Los Angeles, gefilmd vanuit de lucht, gedetailleerde en spectaculaire getuigenverklaringen, familietragedies en live uitzendingen uit de rechtbank, plus - uiteraard - de heftige botsingen tussen degenen die wel en niet in Simpsons onschuld geloofden, een kwestie die het land diep verdeelde naar huidskleur, klasse en sekse.

De gebeurtenissen van het afgelopen jaar in Nederland laten zien dat ook hier de relatie tussen politiek en media onomkeerbaar is veranderd en onderhevig is aan een heel eigen dynamiek. Een treffend bewijs vormen de opkomst van de leefbaarheidsbeweging en de komeetachtige carrière van de extravagante populist Fortuyn, twee fenomenen die grotendeels in en door de media zijn bewerkstelligd. Onderwijl laten de stemming en de politieke crisis na de moord - de rouw en woede, de paniek, de verkiezingen, de euforie en de angst, de mislukte poging tot normalisering die jammerlijk eindigde in een tragikomedie - zich bestuderen als een spektakel dat qua intensiteit en dynamiek niet onderdoet voor het drama rond

O.J. Simpson.

De lopende verkiezingscampagne, die zich wederom vrijwel volledig afspeelt in de media, onderstreept nog eens dat er geen enkele reden is te veronderstellen dat de politiek iets van haar autonomie tegenover de media zou kunnen terugwinnen. De 'medialisering' van de politiek, die zich in Nederland pas goed openbaarde in de jaren tachtig en vorig jaar een voorlopige climax bereikte, zal niet vanzelf tot stilstand komen. Integendeel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden