Speeltuinen voor de geest

IN SEPTEMBER 1675 deed Godfried Wilhelm von Leibniz een nogal potsierlijk voorstel. Hij wilde de hele wereld en ook het heelal op een publieksvriendelijke manier aanschouwelijk maken met demonstraties, een toverlantaarn, theatervoorstellingen, vuurwerk, fonteinen en laboratoria, kunstkabinetten en rariteitenverzamelingen....

Bijna negentig jaar eerder schreef 'tekenaar en geleerde reiziger' Gabriel Kaltemarckt zijn Bedencken wie eine Kunst-Cammer aufzurichten seyn möchte, opgedragen aan de jonge keurvorst Christiaan van Saksen. Het geslacht der Medici, benadrukte Kaltemarckt, was 'door het vergaren van goede boeken en de bevordering van de vrije kunsten van een burgerlijk geslacht opgeklommen tot vorstelijke, ja bijna koninklijke hoogheid'.

In zijn adviezen beschreef hij de functie van de mirabilia, wonderbaarlijke zaken als harige mensen of een uit een kersenpit gesneden beeltenis: enerzijds is een rariteit een verbazingwekkend wonder en anderzijds is het een leermiddel en een studieobject.

In Cabinets of curiosities maakt Patrick Mauriès, voormalig literair redacteur van Libération, een reis in de tijd, op zoek naar zulke 'werelden op huiskamerformaat'. Verzamelwoede is van alle tijden. In de 16de eeuw brachten vorsten in hun Kunst- und Wunderkammern al het wonderbaarlijke bijeen, het exotische en het zeldzame. Sinds de Renaissance werden zulke 'musea van de herinnering' met veel vernuft en durf ingericht, verzamelingen waarin curiositeiten - naturalia, artificalia, scientifica en exotica - werden getoond.

Het waren theatrale opstellingen, op het ideaal van de uomo universale gebaseerde collecties. Alles werd vergaard, slangenhuiden en koralen, struisvogeleieren en schelpen, alles wat kostbaar en kunstzinnig was, of bizar en vreemd. De Renaissance-kabinetten, in de studiolo of studeerkamer van humanistische geleerden, waren door toeval, sentiment en grenzeloze nieuwsgierigheid tot stand gekomen. De drijfveer van die verzameldrift was niet alleen hebzucht of ijdelheid, maar vooral nieuwsgierigheid. Sommige collecties, zoals de rariteiten van het Deense Museum Wormianum of de beroemde Praagse curiosa van Rudolf II, waren 'speeltuinen voor de geest'. Ze hadden geen ander nut dan het genot naar die dingen te kunnen kijken.

In de ogen van de kerkvaders was curiositas of weetgierigheid een zonde. Die spielereien vertroebelden de geest. Het was allemaal bijgeloof. Alleen God ordent de schepping. Renaissancistische verzamelaars echter vonden ongebreidelde nieuwsgierigheid een positieve eigenschap. Ze verzamelden om te weten. Hun kabinet en konstkamer fungeerden als een visuele pendant van de bijbel.

De wereld, vond Plato, is Gods speeltje. Het is een Kunstkammer Gottes, schreef Horst Bredekamp in zijn bij museologen bekende Antikensehnsucht und Maschinenglauben - Die Geschichte der Kunstkammer und die Zukunft der Kunstgeschichte. Verzamelaars spiegelden zich aan dat beeld van de deus ludens, 'de spelende God'. Hun rariteitenkabinetten waren een verkleinde wereld, 'de wereld in miniatuur' met foetussen op sterk water, opgezette dieren en skeletten, insecten, mineralen en schelpen, munten en vernuftig mechanisch speelgoed.

Het waren barokke en opzichtige collecties, vol snuisterijen, naturalia en andere kostbaarheden. Er werd in Europa op een hartstochtelijke manier verzameld. De vroegere collectioneurs waren verlichte en encyclopedische geesten: John Tradescant en Elias Ashmole in Oxford, Ulisse Aldrovandi en Manfredo Settale in Milaan, Lodovico Moscardo in Verona, Ferdinando Cospi in Bologna, Père Molinet in Parijs of Olaeus Worms in Kopenhagen.

In de 18de eeuw, de eeuw van de Verlichting, sorteerde 'de bespiegelende blik' al het onnodige en het curieuze, zoals je het kaf van het koren scheidt. De Wunderkammern werden nu musea. Maar soms worden musea ook weer Kunst- und Wunderkammern, zoals in het Franse Château d'Oiron dat door hedendaagse kunstenaars werd omgetoverd in een overweldigend en betoverend curiositeitenkabinet.

Wellicht herken je nog iets van die vroegere renaissancistische nieuwsgierigheid in de speelse verzamelzucht van kunstenaars en schrijvers: in de boxes en kijkdozen van Joseph Cornell, de penselende machines van Jean Tinguely, de vlinders van Vladimir Nabokov of de kevers van Ernst Jünger, de poèmes-objets van André Breton, de bibliotheek ('een heel huis vol') en de pinguïns van Boudewijn Büch, het Opperlands van Hugo Brandt Corstius of de mechaniekjes van H.J.A. Hofland.

In Het voorgekookt bestaan vertelt Hofland hoe hij, toen hij een jaar of vijf was, voor het eerst verliefd werd. 'In een boek van mijn ouders ontdekte ik de afbeelding van een constructie die me op slag betoverde. Dat was het Monument voor de Derde Internationale van Vladimir Tatlin, ontworpen in 1919.' Met lucifers en velpon bouwde de kleine Hofland zijn eigen toren, die 'er in mijn herinnering uitziet als de toren van Tatlin, maar mooier, vond ik'.

Hofland houdt van de muziek van machines, van het gepiep en het gedreun van de wonderbaarlijke machines van Tinguely én van de gebroken illusies van uitvinders van het perpetuum mobile. Zelf maakt hij ook dingen, 'van gevonden voorwerpen, louter voor mijn plezier'.

Vooral de surrealisten en hun fanatieke roerganger André Breton maakten 'het bekende weer onbekend en het onbekende bekend'. Ze ontdekten weer het genoegen van het verzamelen van mirabilia en rariteiten. Breton ging, zoals misschien ook Hofland, op Parijse 'vlooienmarkten' op zoek naar 'die voorwerpen die je nergens anders vond': onbruikbare dingen, ouderwetse en kapotte zaken. Hij knutselde (een door Hofland verafschuwd woord) kleine curiositeitenkabinetten in elkaar, volgestouwd met 'toevalligheden en raadsels'.

Ook Cornell speurde in obscure New Yorkse winkeltjes en rommelmarkten naar allerlei spullen waarmee hij zijn poppenhuizen en zijn kijkdozen kon construeren. Alles werd bij hem thuis 'geordend en geclassificeerd', als in een museumdepot: opgezette vogels, bloemen onder glazen stolpen, fossielen, vlinders en kevers, horlogeveren, kurken en wijnglazen, de meest uiteenlopende dingen.

Dat deden schrandere geesten vroeger ook, zegt De Duitse schrijfster Anita Albus in Paradies und Paradox - Wunderwerke aus fünf Jahrhunderten, waarin ze over wonderbaarlijke collecties en andere vreemde bespiegelingen schrijft. Wat is toch die spirit of curiosity? Waarom verzamelden vorstelijke families als de Medici in Toscane, de Montefeltro's in Urbino of de Gonzaga's in Mantua stenen, planten en schelpen en door mensenhanden vervaardigde artificialia? Misschien omwille van de sociale distinctie, want het collectioneren heeft iets pronkzuchtigs; of om Gods speeltje, de aarde en het heelal, te doorgronden; uit bezitterigheid, alles wat ik zie en mooi vind wil ik ook hebben; of wellicht uit oprechte nieuwsgierigheid en onverzadigbare leergierigheid.

Het theatrum mundi, de wereld als schouwtoneel, is voor die schrandere geesten, kunstenaars en schrijvers ook een theatrum sapiente, waarin die hele wereld wordt geordend. Mauriès echter laat in zijn schitterend geïllustreerde boek - op zich al een Wunderkammer waarin je kunt bladeren - ook zien hoe mysterieuze voorwerpen en allerlei door mensen bedachte rariteiten de geest kunnen prikkelen. Het zijn ook hulpstukken voor de verbeelding.

Breton verzamelde in zijn flat voorwerpen van surrealisten of uit vreemde culturen, een collectie (althans een reconstructie) die nu in bezit is van het Parijse Centre Pompidou. Zijn verzameling werkte inspirerend.

In het Château d'Oiron is een opstelling van de Belgische kunstenaar Guillaume Bijl te zien van het renaissancistische kunstkabinet van Claude Gouffier. De kasteelheer, een wassen beeld, ontvangt het bezoek. Op een ironische manier brengt Bijl in zijn 'installatie' heden en verleden samen in een museum dat ook een Kunst- und Wunderkammer is voor nieuwsgierige en leergierige bezoekers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden