Speechschrijver Obama: 'Met te veel tijd is het schrijven een worsteling'

President Obama noemde hem vaak zijn gedachtenlezer. Na een acht jaar durend bondgenootschap met Obama als zijn speechschrijver werkt Jon Favreau (32), afgelopen week even in Nederland, aan een serie over politiek.

Jon Favreau Beeld afp

Jon Favreau (32) praat met zijn handen, maar zal nooit met een vuist op tafel slaan. Hij negeert de stoel die klaarstaat en pakt er een op grotere afstand - elegant, zonder een vervelend gevoel te geven. Zijn haar is keurig opgeschoren en zal dat altijd zijn.

Landsbelang
Soms spreekt hij langzaam, met nadruk op elk woord: No - I - do - not. Dan weer snel, vloeiend. Hij schuwt de grote woorden niet. In een alledaags antwoord duikt plotseling het landsbelang op. Dan spreekt hij zachter.

Je praat met Favreau en denkt: waar heb ik dit eerder gehoord?
Het is geen act. Hij leefde nou eenmaal acht jaar nauw samen met de man die wij kennen als de machtigste op aarde, Barack Obama. Die noemt hem 'Favs', zoals zijn vrienden doen.

Tussen zijn 23ste en 31ste schreef hij mee aan de grote speeches van Obama, de laatste jaren als hoofdspeechschrijver. De inauguratieredes van 2009 en 2013? Favreau. De campagnetoespraak waarmee Obama zich uitsprak over de rassenkwestie en presidentieel elan kreeg? Favreau. De overwinningsspeech van 2008 waarin de president de 106-jarige Ann Nixon Cooper opvoerde, de vrouw die nog had meegemaakt dat vrouwen en Afro-Amerikanen niet mochten stemmen? Favreau.

Alle kanalen
Hij belde met haar op de verkiezingsavond. Terwijl het campagneteam juichend naar de uitslagen op tv keek, zat hij met zijn telefoon onder een bureau om haar verhaal op te tekenen. 'Komt de toespraak op tv?', vroeg de 106-jarige aan het eind van het gesprek. 'Ja', zei hij, 'het komt op tv.' Op welk kanaal dan, wilde Cooper weten. 'Op alle kanalen, mevrouw.'

Ja, het is een goed verhaal. Zoals elke anekdote van hem een goed verhaal is, met een kop, staart en als het even kan een onderliggende boodschap. Hij is de verpersoonlijking van zijn speeches.

Neem hun eerste ontmoeting, in 2004. Na afgestudeerd te zijn in politicologie en sociologie werkte de 22-jarige Favreau in het campagneteam van presidentskandidaat John Kerry. Zijn taak was weinig eervol: het verzamelen van radiofragmenten, zodat het campagneteam die zou kunnen terugluisteren. Maar hij viel op en schopte het tot plaatsvervangend speechschrijver.

Ene Barack Obama
Op de Nationale Democratische Conventie, waar Kerry de nominatie zou krijgen van zijn partij, moest hij ervoor zorgen dat alle speeches overeenkwamen met de boodschap van de presidentskandidaat. Het team kreeg een telefoontje: in de toespraak van ene Barack Obama, toen kandidaat voor de Senaat, zat een statement dat eruit moest. Het dubbelde met de toespraak van Kerry of de presidentskandidaat wilde het gewoon gebruiken - Favreau weet het niet, of zegt het niet te weten. Maar híj moest het Obama gaan vertellen.

Hij liep naar de ruimte waar Obama stond te oefenen, mompelde wat en Obama zei: 'Are you serious?' De campagnestrateeg kwam tussenbeide, liep met Favreau naar buiten en vroeg hem te helpen met het herschrijven van de speech.

Kerry werd geen president, Obama wel senator. Niet veel later kreeg de werkloze Favreau een telefoontje van Obama's woordvoerder: ze hadden een speechschrijver nodig. Hij ging op sollicitatiegesprek bij de nieuwe senator, hopend dat het incident tijdens de conventie niet ter sprake zou komen. Het bleef onbesproken. Obama zei wel: 'Mijn woordvoerder zegt dat ik een speechschrijver nodig heb. Ik denk van niet, maar jij lijkt me aardig genoeg.'

Het was het begin van een acht jaar durend bondgenootschap, waarin Obama vaak aan hem zou refereren als zijn gedachtenlezer. Afgelopen maart verliet Favreau het Witte Huis. Hij wil scenarioschrijver worden in Hollywood en richtte een communicatiebedrijf op om van rond te komen. Gevraagd of hij nu, met de shutdown, in het Witte Huis zou willen zijn, schudt hij verontschuldigend zijn hoofd en zegt dan: 'Nee, dat zou ik absoluut niet willen.'

Barack Obama Beeld ap

Waarom niet?
'Tijdens een shutdown blijft alleen de hoofdspeechschrijver achter, de rest wordt naar huis gestuurd. Mijn opvolger, een goede vriend, moet nu alles alleen schrijven. Er zijn bovendien geen researchers. Het is veel werk, in je eentje. Je komt om zeven of acht uur binnen en zal vaak doorwerken tot vijf uur 's nachts.'

Is zo'n crisisperiode niet juist goed voor een schrijver?
'Ja, dat klopt. Zo'n periode dwingt je tot schrijven, het werk niet steeds uit te stellen. Met te veel tijd is het schrijven een worsteling. Je zit daar maar achter de laptop en denkt, als perfectionist, veel te veel na over elk woord. Met weinig tijd moet je wel en gaat het vaak vanzelf.

'Ik stel álles uit, tot de laatste minuut. Het is ongelooflijk dat ik het mezelf blijf aandoen. Ik deed het al in mijn studententijd en ben ermee doorgegaan in het Witte Huis. Als ik zes uur tot de deadline heb, weet ik dat ik vier uur niet schrijf. Ik ga lunchen, met vrienden bellen, een rondje lopen en het nieuws bekijken op internet. Daarna heb ik geen keus meer.

'Het gekke is dat ik die vier uur wel nodig heb. Als ik mijn agenda vol zou plannen met afspraken en dan nog twee uur zou reserveren voor het schrijven, zou het niet lukken. Uitstellen helpt me de gedachten te ordenen, vaak onderbewust.'

Hoe was het in het Witte Huis, twee dagen voor, bijvoorbeeld, de inauguratierede?
'Afgelopen jaar was het rustig. Het was zaterdag, de dag bestond vooral uit oefenen. De president repeteerde hardop, onderstreepte de woorden die hij wilde benadrukken en maakte wat aantekeningen die ik vervolgens verwerkte. Daarop stuurde ik de tekst weer terug.'

Maar zo was het vast niet altijd.
'Nee. Het ergste wat ik heb meegemaakt was de voorbereiding van de speech in Oslo, toen de president de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. We hadden maar een paar dagen; een andere grote toespraak had veel tijd gekost. De avond voordat we naar Oslo vertrokken, begon de president te werken aan het concept dat we hem hadden gegeven. De volgende ochtend kregen we het terug: acht kantjes, met de opdracht de toespraak in te korten en er nog veel aan toe te voegen. Mijn collega Ben Rhodes en ik werkten de hele dag door, freaking out.

'Die avond stapten we in het vliegtuig, het was een nachtvlucht. Al snel viel iedereen in slaap, maar de president, Ben en ik moesten door. Ik heb vliegangst en dit was nou juist de ergste vlucht ooit. Door de turbulentie schudde het vliegtuig uren op en neer. De president en Ben werkten samen aan de wijzigingen, ik probeerde in een hoekje het slot te schrijven en de turbulentie te negeren. Op een gegeven moment zei de president: 'Ik moet de speech over een paar uur geven, zal ik toch maar gaan slapen?' Dat leek ons verstandig.

'Het was op het randje: in de lift op weg naar de ruimte waar hij de toespraak moest geven, stopte hij op de verdieping waar Ben en ik stonden te wachten. Daar gaven wij hem de laatste wijzigingen. Op het moment dat hij het podium opstapte, voerden wij de veranderingen door in de teleprompter. Na de speech ben ik meteen gaan slapen. De president maakte me wakker en zei: 'Nou, ik denk dat dat best goed ging. Een ding: laten we het nooit meer zo doen.'

In katern V Weekeinde van de Volkskrant het volledige interview: 'Ik praat soms nog steeds zoals hij praat, denk ik'.

 
Je komt om zeven of acht uur binnen en zal vaak doorwerken tot vijf uur 's nachts.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.