Spectaculaire uitvoering pure flamenco

Fiesta Gitana '98. Samenstelling en regie: Nico Knapper, advies Samy Pelta. Zuidplein Theater, Rotterdam. Tournee in maart...

ISABELLA LANZ

Het klinkt altijd naar overdreven fel gewapper met rokken en hard gestamp. Maar dat blijkt een vooroordeel. Fiesta Gitana '98, nu voor de derde keer samengesteld door producent Nico Knapper, is zelfs tamelijk sober gehouden. Het programma opent met gedichten van Garcia Lorca, voorgedragen door danseres Carmen Casarrubios. Lorca kwam als een van de eersten in Spanje op voor de rechten van zigeuners.

Na dit wat gedragen eerbetoon bestaat het programma verder uit gitaarspel, flamencozang en dans. Dat laatste ook wel ter aanvulling op de muziek, maar vaker ligt de nadruk op de flamenco-dans. Die is in de uitvoering van deze dansers spectaculair. Voor de pauze tonen de zes hun individuele kwaliteiten: de twee mannen excelleren in de zapateado, het roffelend voetenwerk, de vrouwen bewijzen zich in driftige alegrias en vrolijke bulerias.

Na de pauze zijn ze allemaal op het podium om zich beurtelings te presenteren temidden van de aanmoedigende groep, zoals het oorspronkelijk ook op zigeunerfeesten ging. Die authenticiteit streeft Fiesta Gitana na. Het accent ligt op de flamenco puru, de zuivere, wat rauwe flamenco. Die is strak en hard, driftig en opwindend, en bezit - als het goed is - duende.

Voor die magische bezieling zorgt inderdaad David Morales, die virtuoos is in de karakteristieke zapateado: de vonken schieten onder zijn stampende hakken uit. Maar heel zacht als kabbelend water klinkt dit ritmisch acoustisch geroffel ook, in samenspel met de twee gitaristen en de twee zangers die hem begeleiden. Uit die nuancering blijkt het talent, behalve bij deze danser ook bij gitarist Paco Javier Jimeno en bij zanger 'El Ecijano'.

Minder traditioneel dan Morales is de jonge Juan Carlos del Pozo. Dat zie je al aan zijn kleding. Niks Spaanse broek met bolero. Hij draagt een spijkerbroek met zilver beslagen riem, en een zwarte, zijden blouse. Met zijn lange blonde haren is deze Don Juan het toonbeeld van de moderne flamenco-danser. Met puro heeft dat weinig te maken, want vrijelijk voegt hij jazzballetpassen toe aan dit zigeuner-vocabulaire.

Daardoor krijgt zijn dans een showkarakter, en dat is ergerlijk. Niets is mooier dan de beperking, waardoor de danser moet vechten om zijn stempel op de dans te drukken.

Dan zie ik liever de gezusters Lola en Esperanza León, die zo uit een dorp bij Sevilla geplukt zijn. Hun ongepolijste bewegingen zijn op het grove af - met diep gebogen benen, de kont naar achteren gestoken en fel uitschietende heupen - maar dat maakt wel duidelijk dat dit een echte volkskunst is. Of was.

Isabella Lanz

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden