Specialist in treurige vergane-glorie-vakanties

Ik had weer eens een aanval van carcinofobie en reisde gezwind naar de Caldas da Monchique, een vervallen thermaalbad in de westelijke Algarve. Zwavelbaden zijn weldadig voor de prostaat, al wist ik niet zeker of die klier de oorzaak van het euvel was. Mijn hele kruis deed pijn en dat werd alleen maar erger tijdens de rit door de bergen naar Monchique.

Beeld Gabriel Kousbroek

Ik heb iets met kuuroorden. Mijn moeder had zware reuma en badderde regelmatig in de bronnen van het Oostenrijkse Bad Gastein. Haar reis werd betaald door Max Tailleur. Althans, via de opbrengst van lorren die zijn stichting Geef Max de Zak ophaalde.

Ik kende de joodse grappenmaker van de Geinlijn die ik dagelijks belde, een kinderachtige hobby die onze maandelijkse telefoonrekening flink opstuwde.

Voordat je de mop van de dag hoorde, was er die krakende stem van de vader van de 06-lijnen: er is nog één geinponem voor u.

Ik vergezelde ma regelmatig naar Bad Gastein. Aan het einde van zo'n Geef Max de Zak-reumareis tapte Tailleur moppen voor de patiënten. Ik moest de schuine moppen dan uitleggen aan mijn moedertje.

Overdag kuurde ik met haar mee. Verder slemperde ik schnaps en observeerde ik de talrijke chassidim en charedim, ultra-orthodoxe joden die om mij volstrekt onbekende redenen graag in Austria profunda kuren.

Het deed mij denken aan de roman Badenheim 1939 van de Israëlische schrijver Aharon Appelfeld, met een Oostenrijks-joods vakantieoord aan de vooravond van de holocaust als decor.

Ik ben gespecialiseerd in treurige vergane-glorie-vakanties en bezocht Karlsbad, Franzensbad en Marienbad in de Boheemse Spa-driehoek. De Oostbloknostalgie is daar inmiddels helaas zo goed als verdwenen.

Het verdrietigste kuuroord dat ik bezocht, lag in de Algerijnse Sahara. Dat was zo intens smerig dat ik het bijkans jammer vond dat ik geen Toeareg-herpes of een exotisch eczeem opliep in die zwavelhel, gewoon als trofee voor het thuisfront.

Het thermaalbad in Monchique zat potdicht die dag, terwijl op de website stond dat ze open waren. Er stond een enorme rij vrachtwagens bronwater in te laden en ik zag er bejaarden met skistokken.

Bij de beroemde waterval (die het meestal niet doet) bestelde ik een kaasplankje en een karafje wijn. Het jugendstilhotel lag er verlaten bij. Ik rookte een sigaret en voelde een enorme steek ergens bij mijn kloten.

Ach, als je na je 50ste op een dag wakker wordt zonder pijn, ben je dood.

Toen dacht ik aan de lijfspreuk van Max Tailleur: ik lach om niet te huilen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.