'Speciaal' was band met Israël maar even

Niet Mark Rutte maar oud-premier en minister van Staat Wim Kok vertegenwoordigde Nederland maandag bij de begrafenis van Ariel Sharon. De betrekkingen met Israël zijn veranderd: onze hartstochten hebben een negatief karakter gekregen.

Heel af en toe wordt nog gesproken van 'de speciale band' tussen Nederland en Israël. Daarbij gaat het dan over Anne Frank en over het relatief grote aantal Nederlanders dat als 'rechtvaardige onder de volkeren' wordt geëerd. Een enkeling zal bij 'de speciale band' misschien nog denken aan de warme gevoelens die 'de jonge Joodse staat' ooit in Nederland wekte.


Maar feitelijk zijn de betrekkingen allang niet speciaal meer. Getuige alleen al het feit dat Nederland een oud-premier (Wim Kok) afvaardigde naar de begrafenis van Ariel Sharon. Anders dan in 1973, toen Nederland als enige EU-land de schuld van de Jom Kippoer oorlog (impliciet) bij de Arabische landen legde, manifesteert het zich in internationale fora in de regel niet meer als vriend van Israël. Nederland is niet minder kritisch over de Israëlische bezettingspolitiek dan de andere westerse landen. En werkvakanties naar een kibboets - ooit een must voor Nederlandse jongeren - zijn in onbruik geraakt.


Agressor

Daarmee is niet gezegd dat Israël geen hartstochten meer oproept. Maar die hebben een overwegend negatief karakter gekregen. Waar Israël in de Nederlandse beeldvorming vroeger figureerde als het enige aangeharkte deel van het Midden-Oosten, wordt het nu alom als agressor en zelfs bedreiger van de wereldvrede aangemerkt. In de toptien van antipathieke landen wordt het bij booswichten als Wit-Rusland en Noord-Korea geschaard.


Alleen Geert Wilders zegt nog 'de speciale band' van weleer te voelen. Want de vijand van zijn vijand is z'n vriend. En wie achter Israël staat kan nooit van racisme en al helemaal niet van antisemitisme worden beticht. Daar komt het in z'n politieke logica ongeveer op neer.


De enige constante in de perceptie van de staat Israël door de jaren heen is dat het land nooit 'normaal' is geweest. Nederland wachtte lang, tot 1950, met de erkenning van het land om ten tijde van het conflict met Indonesië de Aziatische wereld niet voor het hoofd te stoten. In de jaren vijftig werd Israël, na z'n korte flirt met de Sovjet-Unie, vooral gewaardeerd als vooruitgeschoven post van het Westen in het Midden-Oosten.


Maar de liefde van Nederland voor Israël ontlook pas echt in de jaren zestig, na het proces tegen holocaust-manager Adolf Eichmann in Jeruzalem (1961) en de publicatie van De Ondergang, het boek van de historicus Jacques Presser over 'de vervolging en verdelging van het Nederlands Jodendom 1940-1945' dat in 1965 verscheen. Ze was het neveneffect van schuldgevoel over het Nederlands onvermogen om bescherming te bieden aan de Joodse burgers.


Nederlandse rooms-katholieken zagen het falen van de moederkerk tijdens de Tweede Wereldoorlog onder ogen, aangevuurd door de herroeping (in 1965) van het eeuwenoude dogma dat de Joden collectief verantwoordelijk waren voor de dood van Christus. Voor protestantse Nederlanders was de staat Israël een getuigenis van het verbond tussen God en de Joden. In zogeheten 'leerhuizen' gingen joden en christenen samen op zoek naar de bronnen van hun spiritualiteit. De sociaal-democraten voelden zich sterk met Israël verwant vanwege de politieke dominantie van de Arbeiderspartij in dat land, en vanwege het kibboetssysteem - dat als het enige geslaagde socialistische experiment werd aangemerkt.


Fatsoen

Tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 was steun voor Israël een gebod van politiek en moreel fatsoen. Nederlanders voorzagen zichzelf massaal van stickers met het opschrift 'Wij staan achter Israël', doneerden bloed en brachten tijdens een straatcollecte in twee dagen 12 miljoen gulden op. Tijdens de Jom Kippoer (of Oktober-) oorlog van 1973 was de sympathie onder de bevolking voor Israël weliswaar al tanende, maar schaarde de regering van Joop den Uyl zich zonder voorbehoud achter het belaagde land. Minister van Defensie Henk Vredeling verscheepte op eigen gezag wapens naar Israël. Daarmee oogstte hij jaren later, toen hij deze soloactie in een interview opbiechtte, overigens nog veel begrip.


Niet-jood

De liefde voor Israël mocht geen pijn doen. In 1978 onthulde het Centrum voor Informatie en Documentatie over Israël (CIDI) dat Nederlandse bedrijven die actief waren in de Arabische wereld op grote schaal 'niet-joodverklaringen' afgaven. Hierin garandeerden ze dat ze geen joods personeel uitzonden en geen banden met Israël onderhielden. Zo beschouwd, was de relatie toen al minder bijzonder dan werd gesuggereerd en is er niets nieuws onder de zon met bedrijven die hun Arabische partners willen behagen en met een voetbalclub die in Abu Dhabi aantreedt zonder zijn Israëlische speler.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden