Sparren met Sherlock

Iedereen dacht dat 'bartitsu', de magische vechtsport van Sherlock Holmes, een verzinsel was. Tot er opeens vergeelde handleidingen met knokkende snorremansen gevonden werden onder een eeuw stof. Nu is de eerste 'mixed martial arts' ter wereld een hype.

Hij wierp zijn aartsvijand, Professor Moriarty, simpelweg van een helling. Liefhebbers van Sherlock Holmesverhalen weten dat de meesterdetective de professor van een rotshelling kon gooien dankzij zijn kennis van 'baritsu'. Meer dan dat het een vorm van 'Japans worstelen' zou zijn, vermeldt het verhaal The Adventure of the Empty House uit 1903 niet. Veel lezers dachten dan ook dat de auteur, Arthur Conan Doyle, de vechtstijl had verzonnen.

Iets meer dan tien jaar geleden bleek het tegendeel. Twee onderzoekers vonden documenten met tekeningen en foto's waarop groots besnorde heren in tricots elkaar te lijf gingen met de blote vuist, paraplu's of venijnig zwiepende wandelstokken. 'Baritsu' bleek eigenlijk 'bartitsu' te heten en was ontwikkeld door Edward William Barton-Wright, een excentrieke ingenieur die op zijn reizen door het Britse rijk allerlei vechtsporten had geleerd. Bij thuiskomst, na drie jaar in Japan te hebben verbleven, besloot hij zijn kennis van jiu-jitsu te combineren met Engels boksen, Zwitsers worstelen en het Franse la canne, waarbij de wandelstok werd gebruikt om onwelriekende straatschuimers van het lijf te houden. Het resultaat was de eerste mixed martial arts ter wereld. De Brit noemde het in 1898 in alle bescheidenheid 'bartitsu': een samentrekking van Barton-Wright en jiu-jitsu. Slechts vier jaar duurde de bloeiperiode, toen nam het échte jiu-jitsu de fakkel over en verdween bartitsu razendsnel in de vergetelheid. Die tijd is voorbij. Sinds 2009 mag je zelfs spreken van een bescheiden hype dankzij de Sherlock Holmesfilm, waarin Robert Downey jr. van de cerebrale speurder een Victoriaanse straatvechter wist te maken, die met daadkrachtige stokstoten en andere trucs van Barton-Wright het schorriemorrie van de Londense onderwereld te grazen neemt.

In 2006 was er nog maar één plek waar geregeld bartitsulessen werden gegeven. Anno 2011 zijn er twintig verenigingen en cursussen gewijd aan de sport. Op 'steampunk'-conventies (waar 19de-eeuwse mechanieken en moderne technologie worden gemengd) worden demonstraties gegeven in laat-19de-eeuwse kledij. Nederland blijft nog wel een beetje achter: in totaal beoefenen zes landgenoten bartitsu. En dat is inclusief trainer John Jozen van vechtsportvereniging Shizen Hontai in Veldhoven, de enige plek in Nederland waar wekelijks met de wandelstok wordt gevochten. Jozen: 'Erg praktisch is bartitsu natuurlijk ook niet. Als iemand een pistool in zijn hand heeft, kun je nog zo goed met een wandelstok zwaaien of je jas als afleiding over hem heen proberen te gooien: een kogel ontwijk je toch niet.'

Aan de basis van deze bartitsu-revival staat Tony Wolf, de instructeur die als 'Cultural Fighting Styles Designer' ook orken en elfen heeft leren vechten in Lord of the Rings-films. In 2005 organiseerde hij de eerste bartitsu-reconstructies met een zelfgeknutselde rotan wandelstok van 91 centimeter met een stalen bal als handvat. De Holmesfilm en de stijlvolle BBC-tv-serie van vorig jaar, waarin Holmes in modern Londen zijn zaken oplost, hebben bartitsu weer cool gemaakt, denkt Wolf. Eind van dit jaar komt op beide een vervolg. Gezien de trailer van de film Sherlock Holmes: A Game of Shadows wordt er weer stevig op los gemept: 'bartitsu-styley'. De gestage renaissance van bartitsu in de 21ste eeuw staat in schril contrast met de explosieve groei die de sport eind 19de eeuw doormaakte.

Kort na zijn terugkeer in Londen presenteerde Barton-Wright zelfverdedigingsdemonstraties in herenclubs en bij liefdadigheidsinstellingen. Met groot succes. Jozen: 'In de periode tussen 1880 en 1920 was het dragen van een wapen in de stad verboden, vandaar dat de heren van stand massaal overstapten op zware wandelstokken. Niet om makkelijker te lopen, maar uit angst voor beruchte straatbendes als de 'Hooligans' in Londen en de 'Apaches' van Montmartre, schurken waar de kranten vol van stonden.' Bijkomend voordeel van de wandelstok als wapen, zo schreef Barton-Wright, was dat het daarmee eenvoudig was elke schavuit af te drogen 'zonder de handen vuil te maken'.

In 1899 opende de ondernemende vechtsporter de Londense Bartitsu Club: een kolossale ondergrondse hal met glanzend witte tegels en elektrisch licht, waar 'kampioenen rondslopen als tijgers', aldus een opgewonden journalist in 1901. De meeste leden waren soldaten, atleten, acteurs, politici en aristocraten.

De leraren die Barton-Wright naar Londen had gelokt, waren dan ook niet de minsten. Uit Japan kwamen de jiu-jitsulegendes Yukio Tani en Sadakazu Uyenishi, uit Zwitserland de worstelaar Armand Cherpillod en Frankrijk leverde de beroemde wapenmeester Pierre Vigny, expert in savate (Frans kickboksen) en het opmerkelijke wandelstokvechten.

Hoewel bartitsu als ondertitel the gentlemanly art of self defense meedroeg, waren niet alle beoefenaars echte heren. Onder de soldaten, atleten, acteurs, politici en aristocraten die zich bij Barton-Wright aanmeldden, bevond zich bijvoorbeeld ook sir Cosmo Duff-Gordon. Deze olympische schermer zou later vooral bekendheid verwerven als een van de weinige mannelijke passagiers die het zinken van de Titanic had overleefd, naar verluidt omdat hij de matrozen in zijn reddingsboot had omgekocht om absoluut geen andere drenkelingen toe te laten.

Ook dames beoefenden bartitsu. Feministe Edith Garrud begon later zelfs haar eigen 'dojo', die ze gebruikte als schuilplaats voor de 'suffragettes', de revolutionaire strijdsters voor vrouwenkiesrecht. Hier trainde ze ook 'The Bodyguard', een geheim genootschap van vrouwen dat de spreeksters tijdens bijeenkomsten fysiek beschermde tegen aanvallen van conservatieve Londenaren. Hun bijnaam: de 'jiu-jitsufraggettes'.

De trainingen in de Bartitsu Club moeten een spectaculaire aanblik hebben geboden. In teruggevonden handleidingen wordt uitgebreid uit de doeken gedaan hoe je de overhand kunt krijgen met je paraplu, je fietspomp of zelfs met je hele fiets als wapen. Tekeningen tonen een welgestelde dame in een lange jurk met een enorme hoed vol bloemen die stijfjes over een plattelandsweggetje komt aanrijden. De schurk die uit het struikgewas tevoorschijn springt, werkt ze met een flukse beweging van haar fiets tegen de grond. Het volgende plaatje zie je haar minzaam glimlachend wegpeddelen.

In 2011 stalt John Jozen zijn fiets elke zaterdag echter gewoon buiten de dojo in Veldhoven. Hij beperkt zich in zijn training tot wandelstokken of paraplu's. 'Al moet ik wel bekennen dat mijn vrouw er niet gelukkig mee is dat ik nu al vier, vijf paraplus aan gort heb geslagen. Ik koop daarom nu maar oude wandelstokken in kringloopwinkels en sinds kort haal ik soms ook bij de bouwmarkt bamboestokken. Die kosten geen knoop.'

Zo vindingrijk was Barton-Wright niet. Drie jaar na de oprichting moest hij de Bartitsu Club sluiten. Ruzie met zijn bekendste jiu-jitsuleraar en het teleurstellend aantal Londenaren dat de torenhoge contributie wilde betalen, deed hem in 1902 besluiten zijn heil te zoeken in elektrische gezondheidsapparatuur. Ook dat was geen succes. De ultraviolette lampen en hittekanonnen die hij importeerde waren misschien nog wel heilzaam, andere vindingen zoals de Nagelschmidt Apparatus (een elektrische stoel die door stroom de spieren los en het vet weg zou moeten toveren) hielpen zijn reumatische patiënten vaak van de regen in de drup. In 1951 overleed Barton-Wright berooid en vergeten; zijn lichaam verdween in een anoniem graf voor armlastigen.

Tegenwoordig is mixed martial arts een miljardenindustrie. Gevechten van de Ultimate Fighting Championship worden door tientallen miljoenen fans middels pay-per-view bekeken en MMA-vechters als Anderson Silva, Georges St. Pierre en Matt Hughes verdienen jaarlijks tonnen.

Je zou hopen dat zo'n erfenis respect oplevert voor de combinatiesport van weleer. Dat valt tegen. Als John Jozen historische foto's laat zien van vechters uit de Bartitsu Club, wordt hij vaak wat meewarig aangekeken. Jozen: 'Dan vragen ze of je kunt zien welke graad de bartitsu-vechter heeft aan de grootte van zijn snor. Of de bretels die hij draagt.' Hij moet er zelf ook om lachen. En benadrukt snel dat hij en zijn leerlingen gewoon oefenen in moderne sportkleding, niet in malle hansopjes uit 1900.

Bartitsu is maar één van de eigenaardigheden uit de Victoriaanse tijd die een revival beleeft

Ook monocles, haarvet, hoge hoeden, de uitvindingen van Nicola Tesla en gaslicht groeien in populariteit. Vooral dankzij liefhebbers van de 'steampunk'-subcultuur, die graag 19de-eeuwse mechanieken en moderne technologie in elkaar knutselen. Denk daarbij aan koperen computerkeyboards en usb-sticks die niet zouden misstaan in de Nautilus, de onderzeeboot in Jules Vernes Twintigduizend mijlen onder zee.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden