Spannend abstract eindexamenwerk

Het Frank Mohr Instituut toont eindexamenwerk. Vier jonge talenten trekken de aandacht op de tentoonstelling...

Net als alle andere Nederlandse kunstacademies opende ook het Frank Mohr Instituut (FMI), de tweedefaseopleiding in Groningen, afgelopen week zijn deuren voor de jaarlijkse eindexamenexpositie. Het instituut is gevestigd in een statig, monumentaal pand aan de Noorderbinnensingel, vlakbij het Noorderplantsoen.

Hoewel het niet de naam heeft van andere tweedefaseopleidingen zoals het Sandberg Instituut (Amsterdam) en de Jan van Eijck Academie (Maastricht), geniet het Frank Mohr toch een uitstekende reputatie als opleidingsinstituut voor schilders.

Dat komt onder andere doordat FMI-studenten Schilderkunst regelmatig nationale prijzen winnen. Bijvoorbeeld bij de competitie voor de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst, een jaarlijkse aanmoedigingsprijs ter stimulering van jong schildertalent. Barbara Wijnveld (2004), Marielle Buitendijk (2005), Anneke Wilbrink (2006) en Pascal van der Graaf (2007) wonnen hem al eens, de felbegeerde prijs.

Vier FMI-studenten in een periode van vier jaar. Een indrukwekkend gemiddelde. Daar kun je als instituut mee voor de dag komen. De grote vraag is of het ze dit jaar opnieuw lukt. Levert het Frank Mohr wederom de winnaar af? Moeilijk om in te schatten, maar indruk maakt het werk van de zes studenten wel.

Ieder van hen heeft voor de gelegenheid een eigen presentatieruimte gekregen. Het zorgt ervoor dat je kunst kunt bekijken, zonder, zoals bij alle andere eindexamenexposities, afgeleid te worden door het werk van de andere kunstenaars in hetzelfde lokaal.

Vanuit die relatieve rust trekken vier studenten de aandacht. Dat zijn Maartje Overmars, Hendrik Kroner, Sanne Rous en Aldwin van de Ven. Overmars en Van de Ven hebben van hen de beste papieren. Overmars schildert met zwart en één kleur raampartijen en binnenruimtes van abstracte, modernistisch ogende gebouwen. Het werk doet qua thematiek erg denken aan de schilderijen van Lilian Kreutzberger, maar is kleiner van formaat, iets afstandelijker en minder melancholisch. Helaas pakt het je ook iets minder. Dat komt voornamelijk door dat kleine formaat.

Overmars hanteert een andere werkwijze dan de meeste van haar collegae, want schildert niet traditioneel met penseel op doek, maar spuit de verf op een alumiumdrager of MDF. Door het gladde oppervlak doet het werk eerder denken aan een foto of reclamedrukwerk dan aan een schilderij. In tegenstelling tot de doeken van Aldwin van de Ven, die nog een verfhuid hebben.

Van de Ven is veel minder dan Overmars geïnteresseerd in de techniek van het schilderen. Hij is vooral op zoek naar de terloopsheid van een schets. De losse stijl en de manier waarop duikboten en zwemmende mensen zweven op een egale achtergrond, doet denken aan het werk van de Duitse kunstenaar Norbert Schwontkowski.

In het midden van zijn ruimte plaatste Van de Ven op de grond een aantal kunststoffen bergjes. Het lijken haast decorstukken van elektrische speelgoedtreintjes. Je zoekt meteen naar de verbanden met de schilderijen. Eigenlijk is dat precies wat Van de Ven beoogt. Hij is niet op zoek naar het betekenisvolle onderwerp, maar naar beelden die mogelijk betekenis hebben. Van de Ven geeft net als Maartje Overmars slechts een eerste aanzet. Het is aan de kijker om het werk af te maken. Spannender dan in het Frank Mohr zul je jonge schilderkunst niet snel tegenkomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden