Spanje vreest doemsdagmachine

Ingehouden paniek, zo laat zich de sfeer in Spanje het best omschrijven sinds de rentepremie op de Spaanse staatsobligaties de afgelopen dagen boven de gevarengrens piekte.

MADRID - Premier Zapatero had amper tijd genoeg om zijn familie naar de traditionele vakantiebestemming in het natuurpark La Doñana te brengen, en keerde spoorslags terug naar Madrid om de markt in de gaten te houden. De Spaanse koning Juan Carlos riep vanaf Mallorca de politieke partijen tot eendrachtig optreden en alle hens aan dek.


Het is niet voor het eerst in de afgelopen maanden dat Spanje de hete adem van de obligatiemarkt in zijn nek voelt, maar dit keer is het anders. Voor het eerst daagt het besef dat het niet langer ondenkbaar is dat het land Griekenland, Ierland en Portugal achternagaat op de glijbaan van een nationaal bankroet.


Een tiental telefoontjes van de premier - met leidende Spaanse politici, maar ook met de president van de Europese Unie Herman Van Rompuy - onderstreepte gisteren de sfeer van nervositeit in Madrid. Aan het begin van de avond, nadat de rente op de langlopende staatsobligaties weer wat was gedaald, was er een speciaal crisisberaad van de premier en de minister van Financiën. Om de laatste bewegingen op de financiële markten te analyseren, zoals de officiële agenda luidde.


Die analyse noopt tot somberheid. Met een rente die de premiegrens van 4 procent boven de Duitse obligatiegrens nu al een paar keer heeft overschreden, dreigt Spanje terecht te komen in de volautomatische neerwaartse spiraal van de financiële doemsdagmachine. Te hoge rente, te dure herfinanciering van de staatsschuld, nog hogere lasten, nog verder dalend vertrouwen, nog hogere rente en zo verder.


Uit de uitgelekte telefoongesprekken van de premier werd duidelijk dat het doel is om het vertrouwen in Spanje in stand te houden. Maar na alle maatregelen - het begrotingstekort terug van 11 procent in 2009 naar 2,1 procent in 2014, de hervorming van de pensioenen en de arbeidsmarkt, de sanering van de spaarbanken en de vervroegde verkiezingen, heerst nu de vrees dat Spanje zijn lot niet langer in eigen hand heeft.


Officieel is er niet geklaagd, maar de beschuldigende vinger gaat daarbij nadrukkelijk richting Europa, of nog beter: richting Duitsland. Al eerder liet premier Zapatero zijn ergernis blijken over de weinig slagvaardige manier waarop zijn Duitse collega Merkel de Griekse schuldproblemen in Europees verband aanpakt.


Spanje raakt besmet, zo luidt het verwijt, doordat de markt het vertrouwen verliest in het eindeloze gehannes bij de hervorming van het systeem van de eurozone en de manier waarop de verliezen worden afgeschreven. Terwijl het land een van de laagste staatsschulden heeft in de eurozone, en dus moeilijk insolvent genoemd kan worden, dreigt de kraan naar de liquiditeit dichtgedraaid te worden door de almaar oplopende rente die het algemeen verlies van vertrouwen met zich meebrengt. Zowel de Spaanse staat, die uitgerekend vandaag een deel van zijn herfinanciering moet regelen, als de Spaanse banken konden tot dusver wel tegen een stootje, maar de aanhoudend stijgende obligatierente blaast uiteindelijk alles omver.


Niemand in Spanje moet daarbij denken aan wat er kan gebeuren met dat andere reusachtig probleem dat Spanje nog op de plank heeft liggen: de speculatieve huizenbubbel die als een tijdbom staat te tikken op de balansen van zijn banken.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden