Spanje schippert met smet op zijn democratisch verleden

Twintig jaar geleden ondernam een stel rechtse militairen een poging Spanjes prille democratie om zeep te helpen. Nog altijd is niet opgehelderd wie daar achter zat....

'Se sienten, coño!' bulderde de luitenant-kolonel vanaf het spreekgestoelte in het parlement, en om zijn bevel kracht bij te zetten schoot hij een paar kogels in het plafond: 'Zitten, godverdomme!' De meeste afgevaardigden namen het zekere voor het onzekere en doken onder hun zetels. Alleen demissionair premier Adolfo Suárez en Santiago Carrillo, secretaris-generaal van de Communistische Partij, bleven fier overeind, de ogen strak gericht op de man in het mallotige uniform van de guardia civil: Antonio Tejero, de zichtbare uitvoerder van een staatsgreep.

Een avond lang was Spanje in paniek, afgezien van een nostalgisch deel van de bevolking dat vervlogen tijden meende te zien terugkeren. Het parlement in Madrid was afgegrendeld door opstandige militairen en leden van de guardia civil; in Valencia riep generaal Milans del Bosch de noodtoestand uit en stuurde tanks de straat op. Pas zeven lange uren later verscheen koning Juan Carlos op de televisie met de verlossende boodschap: de militairen hadden naar hem, hun opperbevelhebber, geluisterd en de coup afgeblazen. Spanje bleef een democratie.

Spanje herdenkt vandaag de twintigste verjaardag van het bangste moment in zijn korte democratische bestaan. Op 23 februari 1981, ruim vijf jaar na de dood van generaal Francisco Franco, probeerde een groep militairen en paramilitairen de klok terug te draaien en opnieuw een dictatuur in te voeren. De herdenking gaat gepaard met een lawine aan publicaties, vol halve en hele onthullingen die duidelijk maken dat de waarheid over de couppoging nooit boven water is gebracht, maar geheel op zijn Spaans ondergeschikt is gemaakt aan de politieke opportuniteit.

Vrijwel alle nieuwe publicaties hebben één conclusie gemeen: de coup was niet het werk van een geïsoleerd groepje geüniformeerde hardliners, maar genoot de actieve steun van belangrijke instituties. De organisatie van de opstand was in handen van de Cesid, de Spaanse geheime dienst, waar op dat moment generaal Javier Calderón de nummer twee was.

Calderón ontliep niet alleen een veroordeling bij het proces in 1982, maar werd in 1996 door de nieuwe premier Aznar benoemd tot chef van de Cesid. Deze functie bekleedt hij tot op de dag van vandaag.

Spanje maakte begin 1981 een moeilijke periode door. De democratie had zich nog niet goed verankerd, de terreur van de Baskische ETA was heviger dan ooit en overgangspremier Suárez, die niet alleen de steun van de oppositie maar ook die van zijn eigen UCD had verloren, diende zijn ontslag in. Zijn beoogde opvolger, Calvo-Sotelo, haalde in de eerste stemronde niet de vereiste absolute meerderheid, waarna het parlement op 23 februari bijeen kwam voor de tweede ronde.

De parlementsvoorzitter was net begonnen de namen van de afgevaardigden af te roepen toen luitenant-kolonel Tejero met zijn pistool in de hand de vergaderzaal binnenstormde.

Tejero vormde met tweehonderd manschappen de voorhoede van een groep recalcitrante militairen die meenden dat Spanje aan de democratie ten onder zou gaan. Een jaar eerder was hij al gepakt toen hij de operatie Galaxia voorbereidde, een plan om de hele regering gevangen te zetten en de macht over te nemen, waarvoor hij tot zes maanden werd veroordeeld.

Zijn metgezellen waren extreem-rechtse generaals, die als nieuwe militaire leider van het land een gematigd man naar voren hadden geschoven: generaal Alfonso Armada, de voormalige mentor van koning Juan Carlos. De koning onderhandelde persoonlijk met de opstandelingen en maakte hen duidelijk dat zij niet op zijn steun konden rekenen. Die onverzettelijke houding werd de basis voor de grote populariteit van Juan Carlos.

Drieëndertig hoofdrolspelers werden tot lange gevangenisstraffen veroordeeld. Tejero werd in 1996, na het uitzitten van driekwart van zijn twintig jaar, vervroegd vrijgelaten. Maar in het proces werd niet diep gegraven, alleen de zichtbare coupplegers gingen voor de bijl, zonder dat de betrokkenheid van de legertop of de geheime dienst werd onderzocht.

De laatste blijkt nu de organisator van de opstand te zijn geweest. Dat een van de sleutelfiguren twintig jaar na dato nog gewoon chef van de geheime dienst kan zijn, is niet een teken dat Spanje echt schoon schip heeft gemaakt met de anti-democraten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.