Spanje herdenkt in verdeeldheid

De bomaanslagen op treinen in Madrid zijn vandaag precies tien jaar geleden. Het land werd in de jaren daarna gespleten door complottheorieën.

Voormalig politiecommissaris Rodolfo Ruiz gaat een zware dag tegemoet. Ruiz was als een van de eersten bij El Pozo, het treinstation van zijn buurtdistrict in Madrid waar vandaag tien jaar geleden een van de treinstellen de lucht in vloog. Hij stond tussen de wagons die als sardineblikjes waren opengetrokken, verminkte lichamen van slachtoffers lagen als lappenpoppen op de rails. De terreur van Al Qaida had zijn visitekaartje afgegeven in Madrid.


Voor Ruiz moest het ergste nog komen. In zijn station werd een van de rugzakken met springstoffen gevonden die niet waren ontploft. De simkaart van de telefoon waarin het ontstekingsmechanisme was verstopt, leverde een cruciaal spoor op. De informatie leidde naar de eerste verdachten uit de Al Qaida-cel die twee dagen later werden gearresteerd.


In plaats van met complimenten werd Ruiz overstelpt met haat. De commissaris werd er in media van beschuldigd dat hij de rugzak met het bewijs had gefabriceerd. Het zou deel uitmaken van een complot om de scheidende regering-Aznar in diskrediet te brengen. Die beweerde dat de ETA achter de aanslagen zat.


'Op de radio werd ik voor moordenaar uitgemaakt', zegt Ruiz tegen de krant El País. Zijn kinderen werden uitgescholden. Zijn vrouw kon de stroom van beschuldigingen, die nog jaren aanhield, niet verwerken. Ze werd depressief en pleegde zelfmoord.


Spanje herdenkt vandaag met bijeenkomsten en een mis in de kathedraal van Madrid de aanslagen die in 2004 werden gepleegd door islamistische extremisten. Vier treinen werden tijdens de ochtendspits van 11 maart uit elkaar gescheurd door dynamiet omwikkeld met ijzeren schroeven. Daarbij kwamen 192 reizigers om het leven, 1.900 mensen raakten gewond.


Het was de eerste grote aanslag van Al Qaida op Europees grondgebied. De beelden van verminkte lichamen schokten Spanje en de wereld diep. Maar waar de aanslagen van 9/11 in de VS en een jaar later in Londen leidden tot eenheid onder de bevolking, worstelt Spanje nog met een wond van verdeeldheid die maar niet wil helen.


Niemand in Spanje is de omstandigheden rond de aanslagen vergeten. Het was drie dagen voor de landelijke verkiezingen. Vertrekkend premier José María Aznar en lijsttrekker Mariano Rajoy, beiden van de conservatieve Partido Popular, onderstreepten keer op keer dat er geen twijfel bestond: terroristen van de Baskische terreurbeweging ETA zaten achter de aanslag. Gelukkig maar. Was het Al Qaida geweest, om wraak te nemen voor de in Spanje omstreden oorlog in Irak, dan kon de regeringspartij het wel schudden bij de stembus.


De afloop is bekend: op de zaterdagavond voor de verkiezingen werden de terroristen gearresteerd en viel het ETA-verhaal in duigen. Woedend dat ze waren voorgelogen gingen demonstranten in Madrid de straat op. De volgende dag leidde de Partido Popular een grote verkiezingsnederlaag.


In Spanje, waar de verdeeldheid van Burgeroorlog en dictatuur nog altijd onderhuids smeult, begon een vier jaar durende haatcampagne. Vrijwel dagelijks bestookten woordvoerders van de Partido Popular het publiek met verhalen over het complot dat hen ten val had gebracht. Er werd zelfs gesuggereerd dat leden van de socialistische partij het op een akkoordje hadden gegooid met terroristen, van de ETA, Al Qaida en misschien van allebei. In de woorden van ex-premier Aznar: 'De intellectuele auteurs van de aanslagen bevinden zich niet in afgelegen woestijnen of verre bergen.'


Aznar, nu bestuurder bij Newscorp van Rupert Murdoch, doet er het zwijgen toe. Net als Mariano Rajoy, nu premier. Op de dag van de arrestaties sprak hij zijn 'morele overtuiging' uit dat de ETA achter de aanslagen zat. De politie zat toen al op een ander spoor.


Complotdenkers

Het eerste kabinet van de socialistische premier José Zapatero werd bestookt met beschuldigingen van een complot dat de ware toedracht achter de aanslagen zou verdoezelen. De explosieven zouden eerder door de ETA zijn gebruikt, de rugzak met springstof zou later bij de spullen uit de trein zijn gelegd, er zou contact zijn geweest tussen terroristen van de ETA en Al Qaida. Voor de verdachtmakingen uit kringen van de Partido Popular, gesteund door dagblad El Mundo en de radiozender van de katholieke kerk, Cope, is nooit bewijs gevonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.