Spanje beëindigt vervolging van internationale zaken

Spanje maakt een eind aan de grenzeloze vervolging van misdaden tegen de menselijkheid en de toepassing van het universele rechtsbeginsel door zijn rechtbanken. De regering heeft hiertoe een wetsvoorstel ingediend.

MADRID - Daardoor dreigt een tiental internationale zaken die in onderzoek zijn - zoals die tegen de Chinese partijtop wegens volkerenmoord in Tibet en de vluchten van de CIA op Guantánamo Bay - te worden gestopt.


De regering komt met het voorstel na groeiende ergernis en dreigementen met represailles vanuit China. Peking , belangrijke houder van Spaanse staatsobligaties, riep de Spaanse ambassadeur op het matje nadat een Spaanse rechtbank in november vorig jaar besloot vervolging in te stellen tegen vijf leden van de partijtop, inclusief ex-president Jiang Zemin en voormalig premier Li Peng. De Chinese leiders zouden in Spanje terecht moeten staan op verdenking van genocide in Tibet.


Tot het uitvaardigen van een internationaal opsporings- en aanhoudingsbevel van de partijleiders kwam het tot dusver niet door onenigheid binnen de rechterlijke macht. Als de wetswijziging wordt aangenomen, is de vervolging definitief van de baan.


De wijziging voorziet dat slachtoffers de Spaanse nationaliteit moeten hebben, maar ook dat de daders zich op Spaans grondgebied moeten bevinden. Daarmee dreigt de Spaanse wetgeving het universele beginsel te blokkeren dat in 1998 wereldwijd toepassing kreeg nadat de Spaanse rechter Baltasar Garzón vervolging instelde tegen de Chileense ex-dictator Augusto Pinochet.


De voorgestelde wetswijziging, die door een absolute meerderheid van de regeringspartij zonder problemen kan worden aangenomen, heeft geleid tot felle protesten bij de Spaanse oppositiepartijen en mensenrechtenorganisaties. Daarbij wordt de regering verweten onder druk van de economische belangen met China opportunistisch en overhaast een internationaal rechtsbeginsel overboord te zetten. In de rechterlijke macht werd wisselend gereageerd op het voorstel.


In de afgelopen jaren werd bij rechtbanken onder de universele vlag onderzoek ingesteld naar een reeks aan internationale zaken. Die betroffen ontvoering en de martelingen van gevangenen in het kampement van Guantánamo Bay, de vervolging van de Falun Gong in China, genocide in de Westelijke Sahara en moordpartijen in El Salvador, Guatemala en Rwanda.


Dichter bij huis was het onderzoek naar de dood van de Spaanse cameraman José Couzo, die in 2003 om het leven kwam in hotel Palestina tijdens de Amerikaanse invasie in Bagdad. Ofschoon bekend was dat de pers in het hotel was gevestigd, vuurde een Amerikaanse tank een granaat af op het gebouw. Daarbij kwam Couzo om het leven. Uit de gelekte telegrammen van WikiLeaks bleken de Amerikaanse autoriteiten grote druk uit te oefenen om de vervolging van de drie betrokken leden van de tankbemanning stop te zetten.


Behalve diplomatieke druk waren de internationale vervolgingen ook omstreden in Spanje zelf. Zo werd de vraag gesteld waar het land met zijn toch al overbelaste rechtbanken de mankracht en het geld vandaan moest halen om een fatsoenlijke rechtsgang mogelijk te maken. De zaken waarin onderzoek werd begonnen, leken daarbij vast te lopen in eindeloze vertragingen.


In de nieuwe wet wordt verwezen naar het Internationale Gerechtshof in Den Haag als meer aangewezen instituut voor internationale vervolging. In veel lopende zaken in Spanje erkennen de betrokken landen het Internationale Gerechtshof echter niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden