Spaarzame duetten en te veel kerken

'Epoxy', de eerste coproductie van Scapino en Dansgroep Krisztina de Châtel, is het resultaat van een bijzondere samenwerking. Frank Scheffers maakte de videobeelden, Thom Willems de 'instabiele' muziek en Krisztina de Châtel de choreografie: een ruimtelijke dans voor technisch geschoolden, in kostuums van gordijnstof....

SCAPINO heeft de volgende eeuw al in zijn zak. Denkt artistiek leider Ed Wubbe. Epoxy wordt 'de Sacre van de eenentwintigste eeuw'. Het is het nieuwste stuk van Scapino Ballet Rotterdam, in coproductie met Dansgroep Krisztina de Châtel. Wubbe bluft - dansmaand april is hem vast naar het hoofd gestegen. Niet alleen staat het Springdance-festival in het teken van Nijinski's oerchoreografie Le Sacre du Printemps (1913), ook hijzelf herneemt zijn interpretatie van het lente-offer. Zijn 'Sacre' uit 1996 toert dit voorjaar als double bill met Epoxy.

'Puur toeval', zegt Ed Wubbe, die in de geest van de Russische impresario Diaghilev de voorwaarden schiep voor Epoxy. In meer opzichten komt de samenwerking die ten grondslag ligt aan het nieuwe stuk overeen met die van destijds, tussen componist Igor Stravinsky, choreograaf/danser Vaslav Nijinski en schilder Nikolai Roerich. Drie eigenwijze kunstenaars, ieder een grootheid binnen zijn discipline, in artistiek gevecht om een Gesamtkunstwerk.

Een week voor de première van Epoxy komen in de Rotterdamse kelderstudio van Scapino de elementen bij elkaar die choreografe Krisztina de Châtel (55), cineast Frank Scheffer (43) en componist Thom Willems (44) ieder afzonderlijk hebben voorbereid. Een film vol lichtende oerbeelden. Een mathematische massa-choreografie voor twintig dansers. En een eigenzinnige klankstructuur voor twee live bespeelde vleugels en een computerprogramma (Supercollider).

De gezichten zijn verhit; het tellen van de dansers gaat gepaard met verbetenheid. En ook de technici die de batterij aan apparatuur bedienen, zijn overgeconcentreerd.

Bijna was de samenwerking geklapt. Krisztina de Châtel had moeite met het feit dat Willems plotseling werd weggeroepen door zijn vaste partner William (Billy) Forsythe, in verband met de Parijse première van Pas./Parts en Woundwork I van het Ballet L'Opéra de Paris.

Willems: 'In plaats van één compositie wilde Billy er twee. Wij bespreken nooit of zoiets kan. Ik doe dat gewoon.' Dat betekende veel heen en weer gereis tussen Parijs en Rotterdam en nachten van gemiddeld twee uur slaap.

Uiteindelijk slonk de stapel Epoxy-partituur voor pianisten Gerard Bouwhuis en Sepp Grotenhuis van dik twee centimeter tot nog geen tien vellen. De rest van de 'instabiele compositie' zit in de hoofden van de musici; die wordt vrij geïnterpreteerd of ontstaat ter plekke door manipulatie van sonoloog Joel Ryan achter de computer.

Maar ook de eerste filmproeven van Frank Scheffer konden De Châtels goedkeuring niet wegdragen. Hij had te veel kerken gefilmd. 'Het ene sacrale beeld schoof over het andere; te illustratief en te psychedelisch. De voorstelling moet abstract blijven.' Zelf zag De Châtel vooral op tegen de confrontatie met de lyrische techniek van de zo anders getrainde Scapino-dansers.

Maar nu de tweecomponentenlijm - waar de titel Epoxy naar verwijst - is gehard, valt alle eigenwijsheid wonderwel op zijn plaats. Volgens Willems nemen ze alle drie intuïtief de juiste beslissingen: 'Ik heb met Billy eens geprobeerd een stuk te maken dat moest falen. Zoiets lukt niet. Het werd een groot succes.'

In Rotterdam heeft het trio elkaar gevonden in een praktopia, zoals Scheffer het noemt. 'Een samenwerking die in de praktijk ontstaat, waar disciplines vervloeien maar toch hun eigenheid behouden.' Zowel hij als Willems, die in 1979 als danscomponist debuteerde bij De Châtel met Light, roemen haar non-conformisme in de besluitneming. En ze prijzen haar beslissing om de spaarzame duetten in deze groepschoreografie voor het radicale slot te bewaren - op hun advies.

Allemaal denken ze ruimtelijk; muziek, film en dans beschouwen ze als architectuur. Bij hun eerste discussie besloten ze het principe van de moderne architect Dom. H. van der Laan als uitgangspunt te nemen. Hij nam in de geest van de gulden snede wiskundige reeksen, voorkomend in de natuur, als basis voor zijn indeling van ruimten. Zo onderscheidde hij vier ervaringswerelden: die van baksteen, de omgeving waarin je woont, die waarin je wandelt en zover als je kunt kijken. Daarbinnen zag hij acht maten, zoals de acht noten van een toonladder.

Gaandeweg verdween Van der Laan steeds meer naar de achtergrond. Willems - in de ogen van De Châtel een computerwizzkid: 'Mijn leermeester, de componist Jan Boerman, maakte mij duidelijk hoe goed een mathematisch uitgangspunt voor een compositie kan werken. Het intellect leert erdoor emoties behappen. Maar je moet je de vrijheid permitteren het weer los te laten.'

Wel bleef een klassieke driedeling gehandhaafd: Epoxy start in het verleden en reist door het heden naar de toekomst. Scheffer kreeg zelfs megalomane gedachten over de oerknal en het ontstaan van de menselijke beschaving. 'Ik werk voor het eerst met een choreograaf. Dansers blijven onontkoombaar mensen op het podium. Vandaar.'

Zijn video begint met een van kleur verschietende zon: 'Er was licht en er waren tonen.' Vervolgens richt het vizier zich op oude beschavingen, zoals de zonne-architectuur van Stonehenge en de Maya-piramides in het Mexicaanse Chichinita Yukata. Scheffer zocht die plekken speciaal voor Epoxy op; voor opnamen van de Sint Pieter filmde hij de replica in Oudenbosch. Maar al die kerk- en kruisbeelden werden De Châtel te veel. Zij zag liever meer live-opnamen van de cirkelende dansers, via camera's in de nok van het toneelhuis. Die beelden staan voor het heden, terwijl de computerbewerkingen ervan de toekomst moeten suggereren.

Ook De Châtel koos voor een evolutionaire structuur, nadat ze eerst thuis had zitten schuiven met alle denkbare combinaties van twintig dansers. Nooit eerder werkte ze met zo'n grote groep. De massaliteit van haar choreografie refereert bij vlagen aan Le Sacre. Als op tekeningen van Escher schuiven rijen dansers in en uit elkaar.

Net als Willems - die seconden uit Bachs Höhe Messe citeert - permitteert zij zich een grapje voor kenners: haar eigen vijf dansers die meedoen, staan even in slagorde tegenover hun vijftien Scapino-collega's. Die breken vervolgens door met lyrische sprongen. 'Ik heb nog nooit een grand jeté in een stuk verwerkt.'

Toch had ze in eerste instantie de bibbers voor het samenbrengen van haar eigen dansgroep met Scapino Ballet Rotterdam: 'Zulke technisch geschoolde dansers, en dan komt mevrouw De Châtel even vertellen dat ze niets met die techniek mogen doen, omdat alles ondergeschikt is aan het ruimtelijke concept. Al die extroverte, lyrische bewegingen van Ed moeten ze plotsklaps dicht bij hun lichaam houden.'

Maar danser Klaas Backx heeft vooral last van het feit dat hij 'het hele stuk geen moment er alleen vandoor kan gaan. De muziek heeft geen dansritme dus op je gehoor versnellen of vertragen kan niet. We houden elkaar voortdurend in de gaten.' Een andere bron van zorg vormt de coated lycra waarvan de zilver- en goudkleurige kostuums met hologrammotief zijn gemaakt. Backx: 'Tijdens de eerste doorloop droeg ik niets onder dit glimmende plastic. Het ademt niet, neemt geen druppel zweet op. Ik werd een snelkookpan en dacht dat ik het loodje ging leggen.'

Thuis heeft Krisztina de Châtel gordijnen van dezelfde stof. 'Ik hou van die sfeer rond astronauten, van sciencefiction-films. De toekomst van de mens als machine en het kloppend hart erachter intrigeren me mateloos. Daar moeten mijn stukken over gaan.' Met één been probeert de Hongaars-Nederlandse al in de eenentwintigste eeuw te staan.

Epoxy en Le Sacre du Printemps door Scapino Ballet Rotterdam in coproductie met Dansgroep Krisztina de Châtel. Vanavond try out, 17 april première in de Rotterdamse Schouwburg. Tournee tot 2 juni.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden