Spaarbeleggen vooral marketingtruc

Beleggen is uit, sparen is in. Door het lanceren van 'combinatierekeningen' proberen banken en verzekeraars hun particuliere klanten voor het beleggen te behouden....

Het is bijna twee jaar geleden dat de aandelenbeurzen in de Verenigde Staten en Europa hun voorlopige hoogtepunt bereikten. Sinds de zomer van 2000 staan de koersen van aandelen zwaar onder druk. Veel mensen vinden beleggen dan ook lang zo leuk niet meer als eind jaren negentig.

De cijfers ondersteunen dat beeld. Het meest recente Statistisch Bulletin van De Nederlandsche Bank liet deze week zien dat Nederlanders in 2001 per saldo 4,2 miljard euro in beleggingsfondsen stopten, waarvan slechts 1,9 miljard in aandelenfondsen. Dat was nog geen derde van wat er het jaar ervoor in fondsen werd belegd. Het beeld is duidelijk: beleggen is uit, en sparen is in.

Banken en verzekeraars vinden die trend niet prettig. Want in de regel brengen beleggingsfondsen heel wat meer in het laatje dan spaarrekeningen. Het is dus in het belang van de financiële aanbieders om beleggen zo veel mogelijk te stimuleren, en dan het liefst beleggen in de eigen huisfondsen.

Snel en eenvoudig

Het is niet verbazingwekkend dat banken en verzekeraars het fenomeen 'combinatierekening' introduceerden: één rekening waarmee je naar eigen inzicht kunt sparen of beleggen. In tijden van een onzekere beurs laat je je geld op de spaarrekening staan, en als je denkt dat de beurs gaat aantrekken, stap je in aandelen, allemaal via een en dezelfde rekening. Snel en eenvoudig, is de boodschap.

Combinatierekeningen zijn er in alle soorten en maten. Ze verschillen in de rente die over het spaargeld wordt betaald, in de kosten die de spaarder-belegger moet betalen om de effecten te kopen, en in de minimaal vereiste inleg.

Twin van ING Bank en Combinance van ING-dochter Nationale Nederlanden zijn de bekendste voorbeelden van combinatierekeningen. Deze twee producten werden de afgelopen maanden met veel tamtam in de markt gezet.

Beleggingssupermarkt

Bij veel combinatierekeningen kan de klant alleen beleggen in de eigen beleggingsfondsen van de betreffende aanbieder. Zo heeft de klant van ING Bank's Twin de keuze uit vijf beleggingsfondsen, allemaal uit de stal van ING Investment Management. Klanten van Combinance van Nationale Nederlanden kunnen kiezen uit negen beleggingsfondsen van de verzekeraar. Voor Delta Lloyd, Robeco en de Holland Beleggingsgroep gelden soortgelijke voorwaarden, waarbij de belegger bij Robeco in principe uit alle fondsen van de Rotterdamse beleggingssupermarkt kan kiezen.

Wat de keuze van fondsen betreft is de Beleggers Rendement Rekening van ABN Amro een buitenbeentje. Via deze rekening kunnen klanten van de bank niet alleen de beleggingsfondsen van ABN Amro kopen, maar ook aandelen en obligaties. Eigenlijk valt dit product een beetje buiten het rijtje bestaande combinatierekeningen. Zo betaalt de belegger die via de Beleggers Rendement Rekening handelt dezelfde transactiekosten als andere beleggers.

Het grote voordeel van de combinatierekeningen is de rente die wordt vergoed op het gedeelte dat niet belegd is. Dat percentage ligt doorgaans fors hoger dan bij een normale beleggingsrekening. Twin van ING is hierbij koploper. Wie geld spaart bij Twin ontvangt 4,4 procent. Ook de Holland Renterekening van de Holland Beleggingsgroep biedt een hoge vergoeding: 4 procent op jaarbasis. Overigens is deze spaarrekening gekoppeld aan een beleggersrekening, en daarom strikt genomen geen echte combinatierekening.

De Beleggings Plusrekening van verzekeraar Delta Lloyd kent nog een aardig extraatje. De spaarder en belegger krijgt bij Delta Lloyd niet alleen rente vergoed over het ingelegde spaargeld. Ook over het kapitaal dat in de huisfondsen is belegd, wordt rente betaald.

Tegenover de hoge rente die op de combinatierekeningen wordt vergoed, staan natuurlijk ook nadelen. Daaronder valt in ieder geval het gebrek aan flexibiliteit: bij de meeste producten kan alleen uit de huisfondsen van de aanbieder worden gekozen. En daarbij is de keuze vaak nog beperkt.

Transactiekosten

Daarnaast gaat het aankopen van en switchen tussen de fondsen gepaard met aanzienlijke kosten. Ook op dit gebied is Twin van ING een positieve uitzondering. Bij Twin kan de klant gratis tussen de diverse beleggingsfondsen switchen. Daar staat dan wel weer tegenover dat je één procent transactiekosten betaalt als je geld van je Twin-rekening wilt halen.

De grote vraag is natuurlijk of combinatierekeningen een toegevoegde waarde bieden. Het belangrijkste verkoopargument is het gemak van de producten. Sparen en beleggen via één rekening, dat scheelt veel rompslomp.

Maar de belangrijkste en moeilijkste keuze blijft natuurlijk gewoon voor rekening van de klant. En die keuze is: welk gedeelte van mijn geld wil ik op een spaarrekening zetten, en met welk gedeelte ga ik beleggingsfondsen kopen?

De Consumentenbond oordeelde onlangs als volgt over de producten Twin en Combinance: 'Oude wijn in nieuwe zakken is het wel. Als je gewoon een salarisrekening hebt met een spaarrekening en een beleggingsrekening, heb je net zoveel vrijheid.'

Hedwig Drost van financieel onderzoeksinstituut Moneyview ziet echter wel voordelen in de combinatierekeningen. 'Je houdt het geld in ieder geval ver van je betaalrekening. Bovendien kun je snel handelen.' Maar een echte financiële innovatie is het ook volgens Drost niet. 'Deze producten moet je vooral zien als marketing tool. Een handige vorm van klantenbinding als iemand eenmaal voor een bepaalde bank heeft gekozen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden