Spaanse socialisten doorbreken impasse; nieuwe verkiezingen van de baan

De Spaanse politiek is zondag voorgoed veranderd. De Socialistische Partij (PSOE) heeft besloten een regering van de Volkspartij (Partido Popular, PP) te gedogen. Dat betekent dat de twee partijen die sinds het begin van de democratie in Spanje een vete met elkaar uitvechten, nu voor het eerst gaan samenwerken.

Mariano Rajoy als hij aankomt op een EU-top, afgelopen vrijdag. Foto afp

De partijbaronnen van de PSOE stemden zondag in meerderheid voor het gedogen van een nieuwe regering onder leiding van PP-premier Mariano Rajoy: 139 tegen 96 stemmen. Daarmee krijgt Rajoy eindelijk de Grote Coalitie waarvoor hij al sinds de verkiezingen in december 2015 pleit.

De sociaal-democraten willen 'hun verantwoordelijkheid nemen', blijkt uit de resolutie die ze aannamen. Een derde verkiezingsronde zou het vertrouwen van de Spanjaarden in hun politici nog verder beschadigen. Maar het gedogen van Rajoy is ook een besluit uit angst: om bij nieuwe verkiezingen nog meer zetels te verliezen. De PSOE voelt de hete adem van de linksere protestpartij Podemos in haar nek.

Aanvankelijk hoopte de PSOE nog een regering over links te kunnen formeren. Dat bleek na de tweede verkiezingsronde (juni 2016) onmogelijk. Vier maanden en de aftocht van partijleider Pedro Sánchez had de PSOE nodig om in het reine te komen met een nieuwe regering van Rajoy.

Splijtzwam

Het is dan ook een breuk met de politieke traditie. Altijd waren de PSOE en de PP om beurten aan de macht. Vanuit de oppositie bestreden ze elkaar. De PP rechts en conservatief, voor katholieke tradities, niet bereid een centimeter toe te geven aan het onafhankelijkheidsstreven in Catalonië en Baskenland. De PSOE links, voor een socialere politiek, welwillender in het afstaan van macht aan de regio's. Nu staan ze voor de opdracht die twee wereldbeelden in elkaar te passen.

Er is nog geen compromis gesloten. Dat roept de vraag op hoe stabiel de nieuwe samenwerking zal zijn. De PSOE eist dat een groot deel van de politiek van de PP van de afgelopen jaren wordt teruggedraaid, zo blijkt uit de resolutie die zondag werd aangenomen. De partij spreekt van 'enkele doelen die niet zijn uit te stellen', zoals een hoger minimumloon, meer macht voor de vakbonden, afblijven van het geld uit de pensioenpot en gratis gezondheidszorg.

Aanhangers van de PSOE demonstreren tegen de gedoogsteun aan de Partido Popular. Foto reuters

Podemos

Podemos stond klaar om de PSOE uit te jouwen, op een manier die bij de academici die de partij leiden past. 'De PSOE tekent vandaag zijn acte van overgave, en zal eindigen als krijgsgevangene van de PP van de corruptie', schamperde de nummer twee. Het commentaar van de Podemos-leider Pablo Iglesias: 'Vandaag is het einde van het 'turnismo' (beurtelings regeren, red.) een feit. Er wordt een Grote Coalitie geboren, en ze zal ons tegenover zich vinden als alternatief.'

De opkomst van Podemos heeft alles te maken met de economische crisis en de ergernis over de corrupte Spaanse politiek die tot een uitbarsting kwam. De PSOE werd door Podemos naar het midden van het politieke spectrum gedrukt. Daar past ze, in zekere zin, want ze kiest vaak positie tussen de twee extremen van PP en Podemos. Alleen is het overal ter wereld steeds moeilijker om gematigde kiezers te vinden.

Zelfs de 'militanten' van de PSOE, zoals de leden worden aangeduid, zouden nooit instemmen met een nieuwe termijn van Rajoy. Buiten stonden ze te roepen om de 'Revolutie van de Rozen', honderden bloemen in de hand. Op z'n minst hadden ze zondag mee willen praten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.