Spaanse blauwdruk

De 18de eeuwse Spaanse kunstschilder Goya was een oorlogsfotograaf avant la lettre, zoals Museum Boijmans Van Beuningen laat zien.

Een onafhankelijke geest. Iemand die op eigen initiatief naar een conflictgebied afreist. En daar een indringend en huiveringwekkend beeldverslag maakt van de totale waanzin van een burgeroorlog. Aldus luidden, vorige week, de lovende woorden in het juryrapport voor de winnaar van de Zilveren Camera, Eddy van Wessel. Hij won de prijs voor zijn indringende fotoserie, gemaakt in Aleppo, strijdtoneel van grimmige gevechten tussen opstandelingen en Syrische troepen.


Lovende bewoordingen dus voor de lef en het werk van Van Wessel. Maar wie niet weet dat het hier om eigentijdse oorlogsfotografie gaat, zou evengoed kunnen denken aan de oorlogsgravures van Francisco José de Goya (1746-1828). In het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam zijn ze vanaf morgen de zien: de voltallige serie Los Desastres de la Guerra (de verschrikkingen van de oorlog).


Tachtig etsen, die de Spaanse schilder maakte van de chaotische en vooral wrede Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog tussen 1808 en 1814. Zes lange jaren waarin Spanje, tijdens de Franse overheersing van Napoleon, zich een weg naar de vrijheid vocht. Met alle verschrikkingen van dien: executies, zinloze verminkingen, verkrachtingen, hongersnood, talloze lijken en vele, vele treurende slachtoffers. Ellende die zich makkelijk laat vergelijken met wat er op de foto's van Van Wessel is te zien.


Was Goya daardoor een oorlogsfotograaf avant la lettre? En speelde bij hem dezelfde discussie als rond de uitreiking van de Zilveren Camera afgelopen week? Over wat belangrijker is: de journalistieke informatie of het tot de verbeelding sprekende beeld? De vraag of fotojournalisten zich moeten richten op nieuwsgaring of artistieke kwaliteiten? En hoe zat dat trouwens bij Goya?


Goya's etsen hebben er lang over gedaan gepubliceerd te worden. De eerste potloodschetsen maakte hij waarschijnlijk ter plekke en anders kort daarna uit zijn geheugen. Hij had de wreedheid met eigen ogen gezien. Met name in de buurt van Madrid waar hij woonde. De etsen zelf ontstonden pas daarna. En de uitgave ervan duurde nog veel langer: in 1863, 35 jaar na zijn dood. Eerder had niet gekund. Daarvoor waren de afbeeldingen te omstreden. Hij toonde niet alleen hoe de Spanjaarden door de Fransen werden vernederd, maar ook hoe wreed de Spanjaarden onderling waren. Dat lag destijds gevoelig.


Goya nam de positie van een buitenstaander in. Een vrijdenker en onafhankelijke geest, die op eigen initiatief verslag deed in een conflictgebied waar een inmiddels waanzinnige burgeroorlog woedde. Net als bij Van Wessel. De etsen waren daardoor niet alleen uitingen van een artistieke geest, ze gaven ook een kritisch beeld van oorlogsverrichtingen die tot dan toe nauwelijks bekend waren. Die combinatie van urgentie en kunstzinnigheid maakt het werk zo indringend. Goya moet een enorme drang hebben gehad de keerzijde van de oorlogsheroïek zoals die destijds nog bestond, te laten zien.


Maar liefst tien jaar werkte Goya aan zijn serie. Hij experimenteerde met nieuwe technieken. Kon nadenken over de impact van zijn beelden. Hoe hij het drama in de prenten kon verhogen. De zeggingskracht kon maximaliseren. Door een scherp licht-donkercontrast. Door in te zoomen op bepaalde figuren. Met name op de slachtoffers. Want daar was het hem om te doen: niet het oorlogsgeweld an sich, maar de gevolgen ervan voor de plaatselijke bevolking. Je weet eigenlijk niet wat er daadwerkelijk aan oorlogsverrichtingen is gebeurd. Wel wat het opleverde: een hoop ellende voor de burgerij. En een verlies van vertrouwen dat oorlogen ook iets goeds zouden kunnen opleveren, zoals toen nog werd gedacht.


Oorlogsfotografen hebben het daarentegen tegenwoordig een stuk lastiger, net als alle andere serieuze nieuwsfotografen. Als journalist ondervinden ze een groeiende concurrentie op hun vakgebied. Van inwoners van rampgebieden die zelf hun mobieltjes gebruiken. Van vluchtige snapshots en YouTubefilmpjes die door passanten worden gemaakt. Kijk maar eens op internet. Het aanbod aan foto's van drugsgeweld en oorlogsmisère is overstelpend.


Aan de andere kant staat ook hun artistieke bijdrage onder druk. Dankzij de snelheid waarmee fotografen moeten werken. En door de budgetten die almaar omlaag gaan, waardoor ze niet eens de kans krijgen hun werk beeldend te ontwikkelen. Als het gaat om wat een oorlogsfotograaf moet zijn - journalist of kunstenaar - is het pleit snel beslecht. De kans dat ze beide, of zelfs maar een van beide zijn, wordt steeds kleiner.


In die zin had Goya het (relatief) een stuk makkelijker. In zijn tijd bestond de fotografie nog niet. Bovendien had hij een scherp oog voor de onmenselijkheid van oorlogen en geweld - iets wat hem onderscheidde van zijn tijdgenoten, die nog sterk door de geest van de Verlichting waren geïnfecteerd. Hoe dan ook, Goya was de eerste die het 'oorlogsnieuws' bracht op een manier die toen ongekend was. Maar die sindsdien een blauwdruk is geworden voor de beeldvorming van oorlogen zoals die nu nog steeds worden gevoerd.


Denk aan de executiepeletons van de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog, de drugsoorlog in Mexico of de slachtoffers in Syrië. En je ziet eigentijdse varianten van hoe Goya nieuws en beeld met elkaar verenigde.


Goya's 'Verschrikkingen van de oorlog'. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. 26/1 t/m 21/7. boijmans.nl


Goya's etsen over de 'verschrikkingen van de oorlog' mogen dan invloed hebben gehad op de fotojournalistiek daarna. De fotografie zelf had ook invloed op de etsen. Toen zijn koperplaten in 1863 voor het eerst werden gedrukt, bestond de fotografie al meer dan dertig jaar. De donkere tinten op die eerste foto's deed de drukkers besluiten ook de prenten donkerder te presenteren dan Goya ze oorspronkelijk in zijn proefdrukken had bedoeld. Kortom, alsof het foto's waren.


Foto AP


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden