Spaanse banken krijgen lening uit noodfonds

De Spaanse banken zijn verzekerd van een noodlening van maximaal 100 miljard euro uit het Europees noodfonds. In ruil daarvoor moet Spanje zijn financiële sector grondig saneren en wordt het verplicht zijn begrotingstekort uiterlijk in 2014 onder de 3 procent te brengen.

MARC PEEPERKORN

BRUSSEL - De steunoperatie biedt het land vooralsnog weinig soelaas. De rente die Spanje moet betalen op de financiële markt om zijn schulden te financieren, steeg vrijdag naar een nieuwe recordhoogte: 7,2 procent voor een lening met een looptijd van 10 jaar. Een rente van 6 procent of meer wordt door economen als onhoudbaar gezien.

Het groene licht voor de noodhulp aan de banken - Madrid vroeg de steun vorige maand aan - kwam vrijdagmiddag na een anderhalf uur durende teleconferentie van de ministers van Financiën van de eurolanden. Het besluit werd met unanimiteit genomen. Minister De Jager deed mee aan de vergadering vanaf zijn vakantieadres in Frankrijk.

Spanje krijgt de lening niet direct overgemaakt. Eerst wordt in september vastgesteld hoeveel de banken precies nodig hebben. De verwachting is dat het eindbedrag voor het noodfonds rond de 60 miljard euro zal schommelen. De eurolanden eisen dat de aandeelhouders van de banken een deel van de redding voor hun rekening nemen.

De discussie tussen de ministers richtte zich vooral op de voorwaarden waaronder de lening verstrekt wordt. Banken die steun krijgen, moeten verliesgevende afdelingen opheffen en hun marktaandeel verkleinen. Het toezicht op de Spaanse financiële instellingen wordt verscherpt. De ellende waarin ze nu zitten, vloeit voort uit de ongecontroleerde en ongebreidelde verstrekking van leningen in dubieuze bouwprojecten.

Spanje blijft voorlopig verantwoordelijk voor de aflossing van de lening, die de staatsschuld verhoogt. De rente die Madrid voor de lening uit het noodfonds gaat betalen zal 3 à 4 procent bedragen, de helft van wat het op de markt kwijt is. De looptijd bedraagt gemiddeld 12,5 jaar. Normaliter wordt het geld in vier tranches uitgekeerd tussen november dit jaar en juni volgend jaar. Een deel van het geld (maximaal 25 miljard euro) is bestemd voor het opzetten van een nieuwe bank waarin alle rommelkredieten van de andere banken worden ondergebracht.

Het doel van de lening uit het noodfonds is de stabiliteit in de eurozone te garanderen. Finland eiste en kreeg een speciaal onderpand van Spanje voor het Finse aandeel in de lening. Daarvoor wordt Helsinki verplicht zijn bijdrage aan het noodfonds in één keer te storten (de andere landen in vijf stappen) en het ontvangt minder rente op de lening. Nederland vraagt geen onderpand omdat de prijs te hoog wordt geacht en de extra zekerheden te klein.

Spanje is na Griekenland, Ierland en Portugal het vierde euroland dat aanklopt bij het noodfonds, zij het alleen om hulp voor zijn bankensector. Cyprus deed onlangs ook een beroep op het fonds. Dat wordt vermoedelijk in september gehonoreerd. Nicosia denkt 6 tot 10 miljard euro nodig te hebben.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden