Spaans parlement klaagt regering premier Rajoy aan

De regering van de Spaanse premier Mariano Rajoy weigert zich aan de controle van het parlement te onderwerpen sinds ze demissionair is. Dat pikt het parlement niet langer: het besloot woensdag de regering-Rajoy aan te klagen bij het gerechtshof.

De Spaanse premier Mariano Rajoy in het parlement Foto anp

Het gebeurde woensdag voor de derde keer: een minister van de ploeg van Rajoy liet weten dat hij weigert naar het parlement te komen. Deze keer ging het om de bewindsman op Binnenlandse Zaken. De parlementsleden wilden hem spreken over een aantal corruptiezaken en over het oplaaiende geweld tussen bendes in Madrid, maar zijn stoel bleef tijdens de vergadering leeg.

Sinds de verkiezingen van 20 december stelt de regering van de conservatieve PP zich op het standpunt dat ze geen verantwoording meer hoeft af te leggen aan de volksvertegenwoordiging. Dit is immers niet het parlement dat zijn regering ooit het vertrouwen gaf, redeneert PP-premier Rajoy.

'Minachting'

Zelf weigerde Rajoy dus lange tijd te debatteren over de Europese top over vluchtelingen. Pas na stevig aandringen van de andere politieke partijen verscheen de premier woensdag, drie weken na de top, alsnog. Hij moest er niet alleen de uitzetting van vluchtelingen naar Turkije verdedigen, maar ook zijn eigen afwezigheid.

'Wat een minachting van het parlement en van de burgers die het vertegenwoordigt', klonk het bijvoorbeeld vanuit de socialistische PSOE, de tweede partij van het land na de PP. 'Een demissionair kabinet moet zich meer dan ooit laten controleren door het parlement, omdat de legitimiteit ervan is aangetast', vond PSOE-leider Pedro Sánchez. De PP is zijn meerderheid kwijt sinds de verkiezingen.

Politiek signaal

'We zijn weinig opgeschoten sinds de tijd van de Romeinse dictators', stelde Diego López, voormalig PSOE-staatssecretaris en rechtsgeleerde, onlangs al. 'Die konden onder uitzonderlijke omstandigheden de alleenheerschappij krijgen voor een periode van maximaal zes maanden.'

De woede leidt ertoe dat het parlement woensdag besloot de demissionaire regering voor het Constitutioneel Hof te dagen. Het hof doet er maanden tot jaren over om zo'n kwestie te behandelen - en de vorming van een nieuwe Spaanse regering duurt lang, maar waarschijnlijk ook weer niet zo lang. De rechtsgang dient dus vooral om een politiek signaal af te geven. Bovendien kan het hof duidelijkheid geven voor een volgende formatieperiode.

Arrogantie

Tegelijkertijd probeert het parlement de regering langs politieke weg tot de orde te roepen. Alle partijen behalve de PP hebben het kabinet over twee weken ontboden voor een 'controlesessie', waarin de ministers bestookt zullen worden met vragen. Als de ministersploeg daar wegblijft, laat ze niet een enkele commissie, maar het voltallige parlement zitten. Dat zal de oppositie onmiddellijk in verband brengen met de arrogantie van de regerende 'kaste' van de PP.

Volgens de PP dient alle verontwaardiging er vooral toe de partij in diskrediet te brengen in de aanloopt naar nieuwe verkiezingen. De PP-bewindslieden mogen het parlement zijn controlerende taak ontzeggen, dat geldt niet voor de wetgevende taak. De ministers van Financiën en Economische Zaken laten zich regelmatig zien in het parlement, op zoek naar steun voor de bezuinigingen die de Europese Unie van Spanje vraagt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.