SP-Kamerlid Ronald van Raak bij het standbeeld van Multatuli in Amsterdam.

INTERVIEWSP-Kamerlid Ronald van Raak

SP-Kamerlid Ronald van Raak schreef een boek over zo’n dertig Nederlandse filosofen. Zit er een SP’er bij?

SP-Kamerlid Ronald van Raak bij het standbeeld van Multatuli in Amsterdam. Beeld Eva Faché

Sommige mensen gaan hardlopen, Van Raak leest graag een bekende of juist minder bekende filosoof om zijn blikveld te verruimen.  

Het zijn volgens Van Raak mannen van de praktische, uitvoerbare ideeën. Ronald van Raak (50) is een atypisch Kamerlid. Volksvertegenwoordiger namens de SP, behorend tot het selecte gezelschap aan het Binnenhof dat niet aan Facebook of Twitter doet, ‘die zouden me opzuigen’, columns schrijvend voor de nogal rechtse website ThePostOnline. Hij maakt al vele jaren deel uit van de top van de SP, was Eerste Kamerlid, beleefde onlangs zijn 5.000ste dag in de Tweede Kamer, waar hij namens de SP deel uitmaakt van het presidium (het dagelijks bestuur van de Kamer), was vele jaren lid van het partijbestuur en schrijft deze zomer het verkiezingsprogramma van zijn partij. Als Kamerlid agendeert hij vaak onderwerpen van lange adem die raken aan het functioneren van de democratie: Huis voor Klokkenluiders, referendum, balkenendenorm, informatielekken, groeiende invloed van consultants. Maar ook de speurtocht naar het gebeente van Van Oldenbarnevelt, volgens Mark Rutte de grootste politicus die Nederland kende, is zijn initiatief.

Iets anders: Van Raak leest. Niet alleen Kamerstukken en wetsvoorstellen, ook filosofen. Over een kleine dertig Nederlandse denkers – al moet je dat begrip bij hem ruim nemen – schreef hij een boek, boekje eigenlijk: Denken op de dijken telt 160 pagina’s. Linkse wegbereiders als Multatuli en Domela Nieuwenhuis krijgen een hoofdstuk, maar ook liberale denkers als Thorbecke en Kohnstamm en zelfs staatslieden als Jacoba van Beieren en Johan van Oldenbarnevelt. De kopstukken Spinoza en Erasmus komen aan bod naast onbekende filosofen als de communistische taalwetenschapper Gerrit Mannoury of de Duitse vluchteling Helmuth Plessner, aan wie het motto van het boek is ontleend: ‘Waar ter wereld laat een volk zich moeilijker door grote woorden en ideologieën het hoofd op hol brengen dan in Nederland?’

Van Raak bij het standbeeld van Domela Nieuwenhuis in Amsterdam.Beeld Eva Faché

Dat motto vormt de rode draad. Wil een filosoof in Nederland weerklank krijgen, dan moet zijn denken toepasbaar zijn, stelt Van Raak, die werd opgeleid als historicus van de wijsbegeerte. Liever een filosoof die de kunst van het leven onderricht dan een systeembouwer. Vandaar de eeuwenlange worsteling met het gedachtengoed van Spinoza, in de schaduw van wiens standbeeld pal achter het Amsterdamse stadhuis dit gesprek plaatsvindt. Toepasbare inzichten, hoe zijn die te rijmen met een partij die in Den Haag nooit regeringsverantwoordelijkheid nam? Trouwens, gaat die observatie van Plessner nog wel op in het licht ontvlambare klimaat dat al decennia in Nederland heerst?

‘Er zijn veel verschillende politici maar er is lang één overkoepelende gedachte geweest’, zegt Van Raak als antwoord op de vraag wat hem tot zijn boek bracht. Hij doelt op het neoliberalisme, dat de markt als leidend beginsel neemt. ‘Als politicus moet je je daarvan losmaken, ook van modeverschijnselen zoals nu de identiteitspolitiek. Een ander gaat misschien hardlopen op het strand, mij helpt het filosofen te lezen om zo met andere ogen naar deze tijd te kijken. Hoe zijn wij geworden tot wat we zijn? Ze vormen een deel van onze geschiedenis en toch is er historische afstand.’

Zo iemand is voor hem Mannoury, een communist uit het interbellum, die de nadruk legde op taal als politiek instrument. ‘Taal is politiek, dat leer je van Mannoury. Taal bepaalt hoe wij over de dingen denken. Ben ik met een VVD’er in debat over vrijheid of democratie, dan moet ik beseffen dat hij met die woorden iets anders bedoelt dan ik. Voor een VVD’er is vrijheid individuele keuzevrijheid, alsof iedereen een gelijke start als uitgangspunt heeft. Voor een SP’er is het de mogelijkheid het lot in eigen handen te kunnen nemen. Vrijheid is voor mij een doel waarvoor de politiek de voorwaarden moet scheppen; niet iets wat je krijgt, maar wat je geeft. Bij Multatuli vind je die aandacht voor de stoffelijke kanten van vrijheid: huisvesting en voeding moeten op orde zijn, anders ben je geen vrij mens. Datzelfde kom je in die tijd zelfs bij de liberaal Thorbecke tegen.’

U noemt toepasbaarheid een wezenskenmerk van Nederlandse filosofen. Waar vind je dat gebruiksgemak bij iemand als Mannoury?

‘Wat hij nastreeft, is eigenlijk een in de polderpolitiek ingebed communisme. Naast de klassenstrijd wilde hij een gedachtenstrijd voeren: helder, ondubbelzinnig taalgebruik om misverstanden uit de weg te ruimen. Diezelfde toepasbaarheid vind je al veel eerder bij iemand als Philips Willem van Heusde, die in 1815 de filosofie inzette om een nationale identiteit te omschrijven die de eenheid in het jonge koninkrijk zou kunnen versterken. Hij schreef een uit allerhande filosofieën samengesteld handboek voor de elite van zijn tijd. Een praktische, eclectische filosofie, meteen door bestuurders en kooplieden te gebruiken.’

Van Raak bij het standbeeld van Thorbecke in Amsterdam. Beeld Eva Faché

Zoals Thorbecke wat hem betreft een typisch Nederlandse vorm van liberalisme ontwikkelde, met oog voor de materiële omstandigheden van de minder bedeelden. In zijn boek citeert hij de historicus Huizinga, die sprak van een burgerlijke geest, ‘die maar licht rimpelde onder den wind der groote geestesberoeringen.’ Van Raak: ‘We zijn gesteld op nuttige kennis. Filosofen die hier geliefd zijn, combineren filosofie en theologie, christendom en humanisme, rationalisme en empirisme tot een polderfilosofie. Dat begint al bij de moderne devotie.’

Is die stoïcijnse houding jegens ideologieën nog steeds aanwezig, of zijn we ontvankelijker geworden?

‘Ik schrik van de discussie op universiteiten over safe spaces, waar dwarse meningen verboden zouden moeten worden. Een student moet juist met allerlei denkbeelden worden geconfronteerd; het laatste wat nodig is, is een vrijwaring van gedachten die hem niet bevallen. Als er een elite komt die niet met andersdenkenden kan omgaan, vrees ik het ergste voor de kloof tussen politiek en burger. Ik zie nu dat de ontvankelijkheid voor het marktdenken lange tijd heel groot was, maar dat die snel afneemt.’

Van Raak beschrijft in zijn boek een intrigerend avondje met premier Rutte, die hem had uitgenodigd naar het Torentje te komen om samen de catacomben onder het ministerie van Algemene Zaken te bezoeken. Ze daalden af in de kelders, totdat ze bij een luik kwamen waar een bode een trapje bij had gezet. Achter dat luik waren de kruipruimten die toegang gaven tot de oude muren van de grafkelders bij de Hofkapel, waar hoofd en lichaam van de door beiden bewonderde Van Oldenbarnevelt zouden liggen. Ze beijveren zich er beiden voor dat archeologen bij de komende renovatie van het Binnenhof onderzoek naar Van Oldenbarnevelt kunnen doen.

Van Raak bij het standbeeld van Descartes in Amsterdam.Beeld Eva Faché

Een mooi verhaal, en tegelijk heel erg Haagse politiek: omarm de man van de partij die nooit wil meedoen. Kun je na een verblijf van 17 jaar aan het Binnenhof het politieke bedrijf nog wel van een afstand beschouwen?

‘Ik weet toch hoe dat werkt’, zegt Van Raak. ‘Er is oprechte interesse van Rutte, we zijn beiden historicus. Tegelijk vindt hij het handig om eens wat dingen door te praten. Ook dat hebben we gedaan. Zo werkt Den Haag, dat besef ik.’

Lijkt Haagse politiek daarmee op de filosofie die u beschrijft: alles kan, als het maar functioneel is?

‘In de polder mogen veel gedachten stromen, zo lang de dijk niet breekt. Die gemeenschappelijkheid is de kern van onze politieke cultuur.’

Van Raak bij het standbeeld van Spinoza in Amsterdam. Beeld Eva Faché

U heeft uw 5.000 dagen Kamerlidmaatschap doorgebracht in de oppositie. Waarom onttrekt uw partij zich halsstarrig aan die gemeenschappelijkheid?

‘Het was vijftien jaar vechten tegen het neoliberalisme. Had ik dat dan niet moeten doen? We stonden vaak alleen. Nu zie je de zaak kantelen en hebben alle partijen, inclusief VVD en CDA, kritiek op de marktwerking in de zorg, de huisvesting, het transport – de kritiek die wij al heel lang hebben. Het veld ligt nu open en wij staan dit keer niet langs de zijlijn maar op de middenstip, klaar voor de aftrap.

‘Huizinga noemt politici die zich verlagen tot leugens en bedrog het grootste gevaar voor de democratie. Maar zelfs al zou hierover worden gelogen: moet ik treurig wezen als andere partijen onze ideeën uitdragen?’

Praktische toepasbaarheid noemt u een wezenskenmerk van Nederlandse filosofen. Terwijl u Kamerlid bent van een partij die door de eigen dogma’s nooit is toegetreden tot een regering.

‘Dat is erg van boven af gedacht. Natuurlijk gaan we een keer meebesturen. Hier in de grootste stad van het land deden we dat zelfs met de VVD. Als je op de golven meedeint, lijkt een schip dat een eigen koers kiest dogmatisch te zijn. Je moet vanuit je eigen beginselen compromissen sluiten. Als het neoliberalisme dominant is, doen we niet mee; dat staat te ver van ons af. Maar nu ligt het veld meer open dan ooit.’

De tijdgeest waait jullie kant op?

‘Omdat we er niet mee zijn meegegaan.’

Van Raak bij het standbeeld van Erasmus in Amsterdam. Beeld Eva Faché

U noemt Nederland een land van veel kleine filosofen. Waarom?

‘Dat zie je het best in de omgang met Spinoza. Hij is onze enige echt grote filosoof, een systeemdenker die God en natuur verbond, mens en moraal, politiek en psyche. Hij creëerde een alternatief voor het religieuze denken. In Nederland is er vanaf de Middeleeuwen juist een ongelooflijke traditie van filosofie als levensleer. Terwijl het empirisme van Isaac Newton meteen werd omarmd, kreeg Spinoza pas eind 19de eeuw, met twee eeuwen vertraging dus, een plek in de polder toen zijn filosofie tot algemene levensleer werd omgevormd. Hij is getemd.’

Zijn er filosofen bij die u graag tot de SP had gerekend?

‘Ik heb geen politieke meetlat naast hen gelegd. Van Oldenbarnevelt bijvoorbeeld richtte de VOC op en maakte van Brabant een wingewest, redenen om als Brabantse SP’er een hekel aan hem te hebben. Tegelijk was hij de man die minderheden een plek liet vinden in de polder, die eenheid van onderaf wilden laten ontstaan. Domela Nieuwenhuis had dat typische Nederlandse, praktische socialisme waarin de strijd van alledag centraal staat, in hem kun je een voorloper zien. Misschien ook Multatuli, die het om de stoffelijke voorwaarden voor vrijheid te doen was, al zou hij geen gemakkelijk lid zijn geweest.’

Denken op de Dijken van Ronald van Raak verschijnt bij uitgeverij Aspekt. 17,95 euro. 

Wat er rest van Van Oldenbarnevelt

Vijf jaar lang drong Ronald van Raak er op aan onderzoek te doen naar de resten van de in 1619 op het Binnenhof onthoofde raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt. Vlak voor het reces kreeg hij eindelijk zijn zin. Bij de verbouwing van het Binnenhof zal gezocht worden naar de resten van hoofd en lichaam van de man die volgens Mark Rutte ‘de grootste staatsman uit onze geschiedenis’ is. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden