Soul Voorbeeld

Zijn honingzoete stem zou generaties soulzangers beïnvloeden: Donny Hathaway was groots, als zanger én als toetsenist. De laatste nummers op de verzamelbox zijn van vlak voor zijn dood.

Van Stevie Wonder tot D'Angelo, van John Legend tot R. Kelly. De grote stemmen in de soul en r&b zijn schatplichtig aan die ene stem, de stem van soullegende Donny Hathaway. De zoete, wat zalvende soulstem - Hathaway was er eind jaren zestig, begin jaren zeventig de grote leermeester van. Waar Otis Redding en James Brown de mannen waren met dynamiek - ze klonken rauw en schreeuwden het vaak uit om hun punt te maken - was Hathaway de zachtmoedige verleider. In zijn grootste hits, A Song For You en Someday We'll All Be Free overtuigde hij juist door de honingzoete manier waarop hij zijn emoties bedekte. Niet met het uitschreeuwen maar met het polijsten van zijn woorden maakte hij het onderscheid.


Die stem, die in meerdere opzichten tragisch eindigde. Afgelopen maandag was het precies 35 jaar geleden dat Hathaway overleed. Hij was uit het raam van zijn New Yorkse hotel gevallen dan wel gesprongen. De politie hield het op het laatste. Zelfmoord, luidde de officiële verklaring. Hathaway was 33 jaar oud, leed al jaren aan zware depressies en was gediagnosticeerd als paranoïde schizofreen. Toch leek het op het einde van zijn leven weer beter met hem te gaan. De Amerikaanse arrangeur, componist en zanger van soulmuziek, die tussen 1969 en 1974 met drie veelgeroemde studioplaten, een uitmuntend livealbum en een filmsoundtrack kwam, leek in 1979, na jaren niks te hebben uitgebracht, weer wat moed te hebben verzameld.


Hij zocht de samenwerking met zangeres Roberta Flack, met wie hij hits had gescoord als You've Got A Friend en Where Is The Love. Twee jaar eerder had hij ook al samen met Flack geprobeerd zijn psychische impasse te doorbreken. Het duet The Closer I Get To You (1977) was het eerste teken van leven van Hathaway in jaren, maar zoals Flack zegt in het boekje bij de onlangs verschenen cd-box Never My Love: The Anthology: hij was er destijds zo slecht aan toe dat hij zijn eigen zangpartij apart inzong op een door de zangeres verzonden tape met haar partij.


Hathaway kwam daarna nauwelijks uit zijn schulp. Tot die eerste weken van 1979. Ook toen ging het moeizaam, blijkt uit het aangrijpende relaas van Roberta Flack in het cd-boekje. Ze vertelt voor het eerst over die laatste dag voor Hathaways dood. Hathaway heeft moeite zich in de studio te concentreren. Producer Arif Mardin besluit te stoppen. Hathaway gaat met Flack mee naar huis en speelt wat op haar piano. Ze eten en drinken, waarna Flack met hem naar zijn hotel wandelt alvorens afscheid te nemen. De volgende dag komt het telefoontje dat Hathaway dood is.


De opnamen die vlak voor zijn overlijden zijn gemaakt, You Are My Heaven en Back Together Again, zijn de laatste nummers op de verzamelbox. Ze laten een betrekkelijk anoniem klinkende Hathaway horen. Een al te dik gesausd discoachtig geluid doet hem wat ongemakkelijk zoeken naar de juiste vorm.


Het was ook niet de makkelijkste tijd voor een soulzanger als Hathaway om terug te keren aan de top. Net als Curtis Mayfield, Marvin Gaye, Al Green en Isaac Hayes - om maar een paar van zijn collegasoulkanonnen te noemen - worstelde hij met het nieuwe discogeluid dat precies in die jaren, in 1978-1979, zo in zwang was geraakt.


De toch al als zeer onzeker getypeerde Hathaway zal het moeilijk hebben gehad de juiste toon en sound te vinden. Wie de box beluistert, waarop voor het eerst ook werk te horen is uit de spaarzame solosessies tussen 1973-1978, komt al snel tot de conclusie dat Hathaway niet goed wist waar zijn grootste kwaliteiten lagen: als zanger, componist of toetsenist. Hij had dan wel in de soulmuziek furore gemaakt met zijn honingzoete stem, zelf koesterde hij grote twijfels over zijn zeggingskracht als zanger. Gelukkiger werd hij van zijn met Quincy Jones in 1972 gemaakte soundtrack voor de film Comeback Charleston Blue. En enkele voor het eerst uitgebrachte instrumentale stukken op de box bewijzen hoe groots Hathaway op de elektrische piano wist te excelleren.


Die instrumentale kant van Hathaways werk is ten onrechte altijd wat verontachtzaamd. Wanneer over hem wordt gesproken, betreft dat vrijwel altijd zijn stem. Terecht, maar de muzikaliteit die hij als componist en bespeler van de wurlitzerpiano toonde, was minstens zo indrukwekkend.


Dat bewijst deze verzamelbox, al wordt het net iets te weinig benadrukt. Hoogtepunt van de box is de cd met liveopnamen in Bitter End, een kleine New Yorkse club met een capaciteit van tweehonderd man. Eind oktober 1971 speelde hij in drie dagen acht sets, een gedeelte ervan werd gebruikt voor eerdere liveplaten, waaronder het klassiek geworden album Donny Hathaway Live uit 1972.


De selectie uit de Bitter End-opnamen op deze box is minstens zo goed, vooral omdat Hathaway zo'n heerlijk muzikaal gevecht aangaat met zijn begeleiders. In de langere stukken lijkt hij vergeten te zingen en gaat hij volledig op in het jammen en improviseren met zijn twee gitaristen. Voices Inside (Everything Is Everything) en The Ghetto duren meer dan een kwartier en klinken meer als jazz dan als soul. Het blijken nog vuriger registraties dan de al bekende liveversies. Hathaway speelt met een flinke dosis funk en hij spoort zijn gitaristen ook aan tot grootse improvisaties, waarmee het publiek naar hogere sferen wordt geloodst.


Hoe bijzonder Donny Hathaway als soulzanger ook was, minstens zo knap waren zijn verrichtingen op de wurlitzer. Er is 35 jaar geleden niet alleen een groot soulzanger overleden, maar ook een geniaal toetsenist.


Donny Hathaway: Never My Love - The Anthology. Rhino/Warner Music.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden