Sorry hoor, neem me niet kwalijk

Neemt u mij niet kwalijk, professor Aaron Lazare, bijna zeventig jaar oud, maar uw studie over het excuus, On Apology, acht ik toch wel van een onverwachte hogere saaiheid....

U lijkt mij een bijzonder aardige man, uw gezicht met die loshangende huid maakt u sympathiek. U heeft acht aangenomen kinderen, wat u nog sympathieker maakt, u bent ook heel geleerd, hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Massachusetts, u bent gezaghebbend op het gebied van de psychologie van de schaamte en de vernedering, u verzorgt televisie-en radioshows en trekt volle zalen met lezingen over het excuus.

Ik had dus een briljant boek verwacht. In dat 'dus' zit de reden van mijn excuus voor de negatieve woorden die ik op moet schrijven. In uw onvermoeibare zucht tot indelen en catalogiseren zou u mijn excuus ondergebracht hebben in de afdeling 'excuses bij voorbaat', heel aardig, want ze beginnen al te stelpen voor de wond is toegebracht.

Uw boek – als ik nog een paar woorden rechtstreeks aan u mag schrijven – leek door de titel voor mij geschreven. Ik deel als weinigen in de excuuscultuur; 'neem mij niet kwalijk', het heeft mijn spraakvermogen enigszins aangetast. Dat ik een zwak heb voor grote sorryzeggers, zal u duidelijk zijn, misschien nog het meest voor de zwijgenden, zij die bij binnenkomst in hun houding al verontschuldigingen aanbieden voor hun persoon en hun aanwezigheid. Zij zouden liever niet bestaan. Die hoogste vorm van excuus, die voor het eigen bestaan, wordt door u helaas niet behandeld. Zij is een zeer wezenlijke. Met een andere waaraan u wel raakt, maar die u toch ongemoeid laat.

Het hardnekkigste, wijdstverspreide en superieurste, zou ik bijna zeggen, met diensten, rituelen, dagelijkse gebeden uitgebreide excuus is het christendom. Twee hebben er in den beginne gezondigd, zonder hun excuus aan te bieden aan hun beledigde Schepper. Om hun nalatigheid moet de mensheid dat nu maar blijven doen. Nooit is het excuus dat men in vermorzeling, vernedering en nederigheid brengt groot genoeg om de beledigde God tot verzoening te brengen, de harmonie te herscheppen. Voor u als psycholoog moet de verontschuldiging voor het eigen bestaan en het grote excuus dat het geloof is, toch wel een samenhangend geheel zijn. Neemt u mij niet kwalijk dat ik u deze gedachte toedicht. Ik acht u hoog.

Aaron Lazare heeft ontelbare lezingen over het excuus gehouden. Zijn boek On Ap o l o g y is het resultaat van zijn trektochten. Het verraadt er te veel de sporen van. Het excuus is een wat abstract onderwerp; een gehoor is met abstracties niet lang te boeien, sommige toehoorders zullen excuses mompelend de zaal verlaten.

Wat de aandacht houdt, zijn voorbeelden. Eén voorbeeld is altijd te weinig. Lazare geeft er altijd drie. In veelzeggendheid doen ze weinig voor elkaar onder, ze lijken ook op elkaar. In een boek is drie altijd te veel. Het boek zou aangenaam dunner zijn geworden als vele voorbeelden terzijde waren gelaten. Misschien was de auteur dan ook wel gedwongen geweest zijn formuleringen wat aan te scherpen, spitser te maken. Ze zijn nu over het algemeen nogal vlak. Speelsheid en geestigheid zijn de schrijver totaal vreemd. En welk onderwerp had hij voor het op niveau hanteren daarvan niet in handen?

Lazare ziet de laatste halve eeuw een groei van de excuuscultuur. De Tweede Wereldoorlog – die jaren later tot verzoeningen in het groot en in het klein met de erbij behorende verontschuldigingen heeft geleid – ziet hij als een van de oorzaken. De globalisering, die ons dichter bij elkaar brengt en daardoor ook de mogelijkheden tot schending, belediging, verwonding van anderen vergroot, ziet hij ook als een oorzaak. We zijn van grote verzoeningen en soms

excuses getuigen geweest: verzoening tussen Frankrijk en Duitsland, tussen Duitsland en andere landen, tussen het Vaticaan en het jodendom – de net gestorven paus figureert in de studie als een sterke excuusfiguur.

Wat op de achtergrond blijft is het grote excuus als verborgen uiting van het verlangen naar rust, naar het ongedaan maken van het verleden, naar opnieuw beginnen. De zelfvernedering die het excuus ook kan zijn, wordt dan voor lief genomen. Lazare geeft het bijna nergens te vermoeden, maar heel veel excuses hebben een vermeend karakter. Er zou een schitterend boek daarover te schrijven zijn onder de titel De grote leugen.

Ik weet niet of ik het eens kan zijn met de slotalinea van het overigens heel goede laatste hoofdstuk: 'Het excuus is meer dan de erkenning van een belediging samen met een uitdrukking van spijt. Het is ook een doorgaande verplichting bij de beledigende partij om zijn of haar gedrag te verbeteren.' Het excuus heeft, geloof ik, zelden iemand beter gemaakt, hoogstens ontlast; het excuus is misschien vooral een vorm van zelfbevrijding.

Hoe graag zou ik Lazare gelijk geven wanneer hij aan het begin van het slothoofdstuk schrijft: 'Excuses zorgen voor processen waardoor partijen die met elkaar in conflict zijn, hun meningsverschillen kunnen schikken op vredevolle en constructieve wijze, daarbij tegelijk de waardigheid van beide partijen bewarend of herstellend.'

Dat de passages over de grote religieuze, sociale of politieke excuses de boeiendste zijn, is niet verwonderlijk. Hier kan de auteur ook het best zijn visies gestalte geven.

Het grootste deel van de studie handelt over de excuusverhoudingen tussen enkelingen. Ze zijn saai. De auteur lijkt met zijn vele indelingen een theologie van het excuus te willen scheppen. Soms lijkt hij in zijn nauwelijks te onthouden verdelingen in soorten en ondersoorten de Linnaeus van het excuus.

Een heel mooie ondersoort is het gebruik van 'I am sorry' of 'I regret' in empathische zinnen als 'Neem me niet kwalijk dat je zoveel schade leed'. De zin brengt geen enkele verantwoordelijkheid van de begane fout over. Ze is een schijnexcuus. De hele dag worden er miljoenen van de soort uitgesproken. Een aardig hoofdstuk is 'Waarom mensen zich niet verontschuldigen'. (Waarom mensen iets niet doen is altijd boeiender dan een verhandeling over hun bereidheid.) De mogelijke negatieve reactie van de tegenpartij is de hoofdoorzaak (negatieve reacties in tientallen soorten).

Het enige geestige in de studie is een passage over het pseudo-excuus. A. zegt tegen B.: 'Je hebt een hoofd vol nat zaagsel.' A. krijgt er spijt van en zegt vervolgens tegen B.: 'Het spijt me dat je een hoofd vol nat zaagsel hebt.' Dit had verder uitgewerkt moeten worden door iemand met minder vriendelijke brilleglazen dan Aaron Lazare, want de verstoktheid van de gedachte boven de vrijgevigheid van het woord wordt hier zichtb aar.

Het goede van het boek is dat het je op vele nieuwe gedachten over het excuus brengt. Je gebruikt de studie, een vorm van misbruik. Dat vraagt om een lichte verontschuldiging aan de auteur: u kunt het ook niet helpen dat u niet briljant bent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden