Nieuws George Soros

Soros-organisatie verlaat Hongarije wegens ‘repressieve politieke klimaat’

De Open Society Foundation (OSF) van de Amerikaans-Hongaarse durfkapitalist en filantroop George Soros heeft besloten haar kantoor in Boedapest te sluiten wegens het ‘toenemend repressieve politieke en juridische klimaat’ in Hongarije.

Activisten verwijderen een billboard met daarop George Soros. Foto REUTERS

De organisatie is al lange tijd het doelwit van een campagne van de rechtse regering van premier Viktor Orbán, die vorige maand met zijn Fidesz-partij voor de derde achtereenvolgende keer de verkiezingen won. Orbán beschuldigt Soros en zijn organisatie ervan dat zij de nationale cultuur van de Hongaren proberen te ondermijnen door het land te overspoelen met islamitische migranten.

Ook de door Soros gefinancierde Central European University (CEU) liet dinsdag weten dat zij overweegt de deuren te sluiten in Hongarije, als de regering de universiteit niet op korte termijn een licentie verleent. De universiteit lag de afgelopen tijd ook onder vuur van de regering-Orbán, die de CEU als een bastion van de oppositie ziet.

Bij het besluit van Soros’ organisatie om zich terug te trekken uit Hongarije speelt mee dat de OSF zich steeds meer zorgen begint te maken over de veiligheid van het personeel. De 170 mensen die in Boedapest voor de organisatie van Soros werken, verhuizen binnenkort naar Berlijn. Maar de OSF beklemtoonde dat zij zal doorgaan met het ondersteunen van niet-gouvernementele organisaties in Hongarije die zich inzetten voor de persvrijheid, democratie en mensenrechten. De organisatie deelt jaarlijks miljoenen uit aan ngo’s, onderwijsinstellingen en culturele organisaties.

Het besluit om Hongarije te verlaten hangt vooral samen met een pakket maatregelen dat de regering-Orbán komende maand door het parlement wil jagen. De ‘Stop Soros’-wet komt erop neer dat ngo’s 25 procent belasting moeten betalen over donaties vanuit het buitenland. Ook moeten organisaties die zich met immigratiezaken bezighouden een licentie van de overheid krijgen. Als het ministerie van Binnenlandse Zaken oordeelt dat ze een ‘gevaar voor de nationale veiligheid’ vormen, kunnen ze worden verboden.

Het wetsvoorstel stuit ook op kritiek van de Europese Unie, maar daarvan trekt de Hongaarse regering zich voorlopig niets aan. Zoltan Kovacs, de woordvoerder van Orbán, liet deze week nog weten dat de regering juist van plan is de wet nog iets aan te scherpen als tegenwicht tegen de ‘openlijke inmenging van de Soros-organisaties in de verkiezingen’.

Orbán en Soros liggen al jaren met elkaar overhoop. De Hongaarse premier schildert hem af als een indringer die de culturele identiteit van de Hongaren probeer te verwoesten, terwijl Soros Orbán ervan beschuldigt dat hij van Hongarije een ‘maffiastaat’ heeft gemaakt.

In de aanloop naar de verkiezingen liet Fidesz het hele land volplakken met affiches tegen Soros, met een bedenkelijke antisemitische ondertoon. De pro-regeringskrant Figyelö publiceerde kort daarna een lijst met de namen van honderden journalisten, leerkrachten en activisten die het blad brandmerkte als ‘huurlingen van Soros’.

Dat lokte bij de Soros-stichting de reactie uit dat Hongarije leek terug te keren naar de ‘donkerste dagen’ uit zijn geschiedenis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heulden de Hongaarse autoriteiten met Hitler-Duitsland, terwijl het land na de oorlog lange tijd onder de plak zat van Stalin en diens Hongaarse zetbaas Matyas Rakosi.

Critici verwijten Orbán dat hij sinds hij in 2010 aan de macht kwam het politieke systeem in Hongarije steeds verder naar zijn hand heeft gezet. Hij liet het kiesstelsel wijzigen, onder andere met een bonus voor de winnende partij, waardoor Fidesz een bijna onaantastbare positie kreeg.

Oppositiegeluiden klinken amper door. Veel kranten en radiostations zijn in handen van politieke bondgenoten van Orbán. Fidesz is ook machtig bij de publieke omroep, voor veel Hongaren de belangrijkste informatiebron.