Sorgdrager helpt minnelijke regeling schulden om zeep

DE gewijzigde manier waarop wij met geld omgaan, brengt risico's met zich mee. Zo is krediet in een beperkt aantal jaren doorgedrongen tot nagenoeg ieder huishouden, waar toch zo lang de spaarmentaliteit de boventoon heeft gevoerd....

JAN SIEBOLS

Een toenemend aantal huishoudens wordt geconfronteerd met schulden. De vijftig gemeentelijke kredietbanken, verenigd in de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK), constateren in de periode 1992-1994 een stijging van het aantal schuldregelingsverzoeken van ruim 44 procent. In 1994 meldden zich bij deze kredietbanken ruim 28 duizend cliënten met ernstige financiële problemen. Ook andere organisaties, zoals sociale diensten en het algemeen maatschappelijk werk, worden geconfronteerd met een toenemend aantal cliënten met schulden. In Nederland kunnen 150 à 200 duizend huishoudens de touwtjes niet meer aan elkaar knopen.

Al meer dan vijftien jaar worden particuliere schulden geregeld op basis van de gedragscode schuldregeling van de NVVK. In deze gedragscode is vastgelegd dat iemand moet doen wat hij kan doen om uit de schulden te komen. Dit betekent dat drie jaar lang al het inkomen boven het absolute minimum beschikbaar moet worden gesteld om de schuldeisers te betalen. Is de totale schuld na drie jaar nog niet voldaan, dan zijn veruit de meeste schuldeisers bereid van verdere incassomaatregelen af te zien en de restant-schuld kwijt te schelden.

Deze praktijk, geïnitieerd en uitgevoerd door de gemeentelijke kredietbanken, wordt breed erkend door de overheid en het bedrijfsleven. Een alternatief voor de gedragscode schuldregeling is er niet. De huidige Faillissementswet is sterk verouderd en biedt geen oplossingen voor de particulier in financiële problemen.

Binnenkort buigt de Tweede Kamer zich over de Wet schuldsanering natuurlijke personen. In de Memorie van Toelichting wordt benadrukt dat deze wet bedoeld is als ondersteuning van de huidige praktijk. Een prima uitgangspunt: een wet als steun voor een breed geaccepteerde minnelijke regeling. Weigerachtige schuldeisers kunnen op basis van de wet worden gedwongen te participeren in een schuldregeling.

Het enthousiasme voor het wetsontwerp wordt echter fors getemperd omdat de minister van Justitie heeft gemeend aanzienlijk te moeten afwijken van de gegroeide praktijk. Kredietbanken regelen schulden van particulieren in drie jaar. De minister meent dat deze periode wel vijf jaar kan zijn. Kredietbanken vertalen het begrip 'het absolute minimum' in een vrijlating van 94 procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Het wetsvoorstel spreekt over 90 procent.

De praktijk leert dat verruiming van de uitgangspunten van de gedragscode resulteert in een sterk verhoogde kans op recidive: Er ontstaan nieuwe betalingsproblemen, zodat alle inspanningen om de oorspronkelijke schulden te regelen voor niets zijn geweest.

Minister Sorgdrager is niet bereid gebleken het wetsontwerp aan te passen. De rechter heeft volgens de minister de mogelijkheid, de wettelijke regeling aan te laten sluiten bij de gedragscode. Hij hoeft van deze mogelijkheid geen gebruik te maken.

Het overgrote deel van de huishoudens in financiële problemen is daarin buiten eigen schuld terecht gekomen, onder andere door verschraling van de sociale zekerheid. Voor een kwetsbaar deel van de bevolking wordt het financiële en sociale lot in handen van de rechter gelegd. Dat is een foute keuze. De sociale grenzen in Nederland behoren te worden bepaald door het parlement en niet door de rechter.

Relaties en dienstverbanden zijn vaak minder hecht dan vroeger. De sociale zekerheid biedt minder houvast. Een ieder loopt de kans in financiële problemen te raken. De instellingen die de schuldhulpverlening vormgeven, onderkennen de sociale en economische noodzaak van een nieuw (financieel) begin.

Betrokken instanties, waaronder ook veel schuldeisers, zijn tevreden met de huidige schuldregelingspraktijk. Er bestaat dan ook geen enkele behoefte om bij particuliere schulden de rechter de ruimte te geven, de 'schuldige' een langere looptijd op te leggen. Een langere looptijd kan voor sommige (kortzichtige) schuldeisers aanleiding zijn om niet meer mee te werken aan de minnelijke regelingen van de kredietbanken. Daardoor zal steeds vaker een beroep worden gedaan op de wettelijke regeling. Het resultaat: een overbelasting van de rechterlijke macht en uitholling van de minnelijke regeling. Daarbij is niemand gebaat.

De komende jaren zal het schuldenprobleem verder toenemen. Een te ruime wettelijke schuldsaneringsregeling zal leiden tot verdere escalatie. Ook hier geldt: 'voorkomen is beter dan saneren'.

Jan Siebols

De auteur is voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden