Sopraansaxofonist Steve Lacy gaat op tournee met het Ab Baars trio 'De muziek is belangrijker dan jij'

Het eerste instrument van Steve Lacy was de klarinet, en een tijdlang heeft hij geprobeerd zowel op de klarinet als op de sopraansax te spelen....

FRANK VAN HERK

Van onze medewerker

Frank van Herk

AMSTERDAM

'Jazz is een virus, dat de hele wereld kan aansteken.' Sopraansaxofonist Steve Lacy praat graag in beelden en associaties. 'Sommige wijnen moet je ter plaatse drinken, andere kun je exporteren. Jazz is een van die wijnen.'

De 61-jarige Lacy ging 25 jaar geleden met zijn eigen vaatje van New York naar Europa, vol wijn die, mede door de klank van zijn instrument, koel kan overkomen maar veel vuur en kracht herbergt. Dezer dagen toert hij met het Ab Baars Trio, Nederlandse muzikanten die hij goed kent, want Amsterdam is een van de 'jazz corners of the world. One of the Brilliant Corners.' Een zinspeling op een compositie van Thelonious Monk, zijn grote leermeester, en een deel van een poëtische gesproken solo.

Hij begint met verrassend nieuws: hij is weg uit Parijs, de stad waar hij 25 jaar heeft gewoond, en de groep die hij daar bijna al die tijd geleid heeft, is ontbonden. Hij wil niet al te diep ingaan op de redenen, maar wil wel kwijt dat hij er genoeg van kreeg altijd een buitenstaander te zijn in de protectionistische Franse jazzwereld, waar hij door het ontbreken van efficiënt management nooit genoeg werk heeft gehad. 'En als een groep niet de hele tijd werkt, werkt hij na een tijd niet meer.' De stad Berlijn bood hem aan een jaar lang 'artist in residence' te worden, en daarmee begonnen de omzwervingen opnieuw.

'Iedereen wordt uit het paradijs verdreven. Mijn Paradise Lost is New York in de jaren '50. Alle groten van de jazz speelden daar toen, uit alle perioden. De club Birdland was mijn universiteit, daar hoorde je het hele spectrum. Ik speelde als jochie van achttien mee met oude heren uit New Orleans en Kansas City, klassieke jazz die ten onrechte Dixieland werd genoemd. Maar ik werkte ook zes jaar samen met Cecil Taylor, de toen nog volkomen verguisde avantgarde-pianist. Die ervaring stelde me ertoe in staat met Monk samen te spelen, vier maanden lang. Prachtige tijd. Jammen met Ornette Coleman, met Rollins, buiten op die brug . . . zo wordt het nooit meer. Ik koos voor Europa omdat ik de underground uit wou.

'Maar het paradijs is niet helemaal verloren, want je teert op wat je toen geleerd hebt. Ik leer nog dagelijks van Monk, als ik zijn stukken speel. Hij zei: die stroom noten die voorbijtrekt in je hoofd, kies daar een paar uit die je de mooiste vindt, en laat de rest maar gaan. Daar is de soberheid van mijn stijl op gebaseerd.

'En verder volg je je roeping, de roep van de muziek. The call of the wild. The call of the sax. Wie dat niet doet, is een van de wannabe's. Klinkt als een soort kangoeroe. Die zijn de moeite niet waard. Het is net als met de sopraansax: dat instrument sprak tot mij. Ik hoorde hem voor het eerst op een plaat van Sidney Bechet, en was gebiologeerd. Ik moest ook zo'n ding hebben, al wist ik niet eens precies wat het was. Een tijd lang heb ik hem omgekeerd bespeeld, met het mondstuk verkeerd om. Mijn eerste instrument was de klarinet, en ik heb nog even geprobeerd te dubbelen, maar dat was net of ik twee vrouwen had, en die ene, de sopraan, was jaloers.

'Waarom kiest iemand een bepaald instrument? Door de associaties met andere klanken, denk ik. De sopraansax, dat is de rechterhand van de piano, de melodische kant. Het is een fluit, een viool, de stem van je moeder. Je ontwikkelt ook een eigen stijl door je affiniteit met andere instrumenten. Daar zijn beroemde voorbeelden van: Ben Webster wou op tenorsax klinken als een cello, Earl Hines probeerde trompetlijnen te spelen op piano, John Coltrane oefende op zijn tenorsax études voor harp. Vandaar al die arpeggio's.

'Goede jazzklarinettisten zijn een bedreigde diersoort geworden. Ab Baars is er een, en nog een handjevol anderen. Maar er zijn duizenden sopraansaxofonisten. Dat komt doordat Coltrane er rond 1960 op ging spelen, en die had het weer van mij. Prima dat het er zo veel zijn, want het is een veelzijdig instrument. Ken je Kenny G, die Amerikaanse popster? Nee, niet eens fusion, maar onversneden rommel. Ook een sopraan.'

Als Steve Lacy hem bespeelt heeft de sopraansax een volle, glanzende klank, open en vloeiend, die ver afstaat van de Oosters aandoende nasaliteit die Coltrane en zijn vele volgelingen kenmerkt. Puttend uit 60 jaar jazzgeschiedenis speelt hij er doorzichtige patronen op, die vaak net als bij Monk of de New Orleans-school een melodie omspelen, maar ook de vrije ruimte in kunnen schieten die de avantgarde van de jaren '60 heeft geschapen. Lacy's aanpak is sterk afhankelijk van de context, en hij werkt graag samen, niet alleen met veel verschillende muzikanten, maar ook met dichters, choreografen en theatermakers. Voor zijn composities maakt hij geregeld gebruik van teksten: Mandelstam, Beckett, Robert Creeley en de Tao Te Ching zijn maar een paar voorbeelden.

'Ik heb nooit ingezien waarom alles in aparte compartimenten moest. Ooit, in de tijd van Homerus, was alles één. Dichters waren zangers en muzikanten die een theatervoorstelling gaven. Poëzie heeft me altijd geboeid, dus ik dacht: waarom niet? Ja, ik schrijf zelf ook wel eens wat, maar het is niet goed genoeg. Telegrammen, daar ben ik het beste in.

'Dankzij die teksten sta ik zelf ook minder in de weg. Ik heb zelf niets uit te drukken, de muziek drukt iets uit. Je eigen ongebreidelde emoties spuien, daar hou ik niet van. De muziek is groter, belangrijker dan jij. Een cyclus als Vespers heeft een emotioneel onderwerp, het zijn gebeden voor overleden kunstenaars die ik bewonder. Maar de tekst is van de Bulgaarse dichteres Blaga Dimitrova. Ik maak me die gedichten eigen, tot ze uit mezelf lijken te komen, tot ik ze kan zingen. Dan kan ik de inhoud tot zijn recht laten komen, en is het nog wel expressie, maar indirect, via de kunst.

'Ik heb vaak voor dansers gespeeld, en dan is het je taak hen op te zwepen. Als je te veel met jezelf bezig bent, houden ze op met dansen. Daarom is het ook zo belangrijk om samen te werken met anderen. Ooit sumo-worstelaars gezien, die dikke jongens uit Japan? Die draaien om elkaar heen tot ze synchroon ademen, dan vallen ze pas aan. Als jij en ik iets spelen, zit de muziek ergens tussen ons in. Jij hebt hem niet helemaal, ik ook niet. De muziek is iets anders geworden dat los van ons staat. Daar moet je je op concentreren, zonder je te laten meeslepen. Blijf op de weg letten.

'Ik verheug me op de samenwerking met Ab Baars. Hij is een hele subtiele muzikant met veel gevoel voor ruimte, dynamiek, vorm. En hierna? Dat zie ik wel. Misschien ga ik wel weer in New York wonen, hangt ervan af wie de verkiezingen wint. Ik heb nog talloze onverwezenlijkte projecten liggen. Wie weet scoor ik wel een hit, een duet met Kenny G. Ach, laten we Kenny niet te hard vallen, zijn huis is net afgebrand. Dat is wel erg strenge kritiek.

'Nu moet ik mijn smoking en hoge hoed gaan uitpakken, want de tournee begint over een kwartier.'

Steve Lacy en het Ab Baars trio spelen o.a. 25 januari in Groningen, 26 januari in Amsterdam en 27 januari in Rotterdam. Tournee tot en met 1 februari.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden