Soms zo moe dat het makkelijk is

Carice van Houten gooit haar hoofd achterover en slurpt het schedelpantser van een fors schaaldier leeg. 'Je hebt niet geleefd als je nooit het sap uit een kreeftenkop hebt gezogen', zegt ze tegen haar disgenoten, in het Engels.


'Oké, cut', klinkt het van opzij. Regisseur Paula van der Oest kijkt de beelden terug op de monitor, peinst even en knikt dat het zo goed is. De locatie is het terras van een verweerd houten strandhuisje, gelegen aan een op wat plukjes rots na maagdelijk strand aan de Zuid-Afrikaanse Kaap. Niet ver van de plek waar de dichteres Ingrid Jonker in 1965 's nachts de ijskoude zee in liep en stierf. Maar zover zijn we nog niet, halverwege de opnames van de op haar leven gebaseerde internationale filmproductie Black Butterflies.


Zonder ook maar iets af te doen aan de kwaliteiten van de hoofdrolspeelster kan gesteld worden dat die geen method-actricepur sang is. Van Houten, die in interviews al eens getuigde van haar hevige duivenfobie, is al even bang voor kreeften. Dus is de kreeftenkop die ze als Jonker leegzuigt nep, speciaal voor de scène geconstrueerd van rubber en gevuld met een soort ragout. Kleine moeite voor de decorafdeling.


Jack catches Ingrid with her foot in Jan's crotch - zo wordt scène 39 bondig omschreven in het productiehandboek. Schrijver Jack (acteur Liam Cunningham) ziet hoe zijn geliefde Ingrid (Van Houten) onder tafel het kruis van de bevriende collega-schrijver Jan masseert, met de voet.


Een lastige scène is het, karakteristiek voor de naar affectie hunkerende, maar alles wat nabij komt afstotende dichteres. Van Houtens spel verspringt in kort tijdsbestek van vrolijk, aandachtsziek en geil tot betrapt, gekwetst en boos. Van der Oest heeft vooraf lang met haar actrice gesproken over de geloofwaardigheid van de vele schakeringen in emotie in het script. 'Als ze het niet begrijpt of niet kan spelen van binnenuit, dan doet ze het niet. Dat is het goeie van Carice.'


Een deel van die getroebleerde geest van Ingrid Jonker laat zich verklaren door haar levensloop: als baby in de steek gelaten door haar vader, opgevoed door verarmde grootouders met een geesteszieke moeder op de achtergrond, of in de kliniek. Elf jaar oud is Jonker, wanneer haar hertrouwde vader Abraham de dochters uit het eerste huwelijk noodgedwongen weer opneemt en onderbrengt in het achterhuis van zijn woning. Abraham Jonker, behalve schrijver ook parlementslid van de met de apartheid verbonden Nasionale Party en voorzitter van het censuurcomité, keert zich publiekelijk af van de dichtbundels van zijn dochter, die het in haar poëzie opneemt voor de zwarte bevolking.


Een nare man is het, ook in de film. Zo naar, dat acteur Rutger Hauer, die zijn deel van de opnames er tijdens het setbezoek al op heeft zitten, aanvankelijk geen raad wist met zijn rol.


Volgens het filmscript steekt Abraham een gedicht van zijn dochter voor haar ogen in brand. Hauer weigerde het te spelen; verscheuren leek hem al erg genoeg. 'Rutger was woedend over die scène', zegt Van der Oest. 'Hij vertikte het. Heftig, maar tegelijk ook prima. Een leuke anarchist is Rutger. Zijn uitstraling op beeld is zo krachtig. Ik moest hem af en toe zeggen: nee, Abraham moet nu strak en stijf blijven staan. Dat vond Rutger wel moeilijk, denk ik. We hebben samen geprobeerd om Abraham nog iets menselijks mee te geven, maar hij blijft onaangenaam, een potentaat.'


Van der Oest (1965) werkte niet eerder met zo'n grote crew; rond de honderd man. 'Geweldig om eens mee te maken, zo'n geolied productieapparaat. Je wordt pragmatisch van jarenlang werken met een klein budget. Dat is gevaarlijk, want je moet ook extra laagjes kunnen aanbrengen in een film. Een van de gedichten van Ingrid heet Ik herhaal je, en beschrijft hoe de vorm van een borst spiegelt in de holte van een hand. Wanneer je zo'n beeld in een vrijscène stopt, valt dat hooguit iemand die haar poëzie kent op. Maar doe je zoiets nooit en draai je alleen maar hup: de scène, dan krijgt een film toch iets karigs.'


Nadat ze in 2003 genomineerd werd voor een Oscar met Zus & zo leek Van der Oest een grote sprong te maken in haar carrière. Weekblad Time noemde haar dramatische komedie 'one of the most talked-about films' en er werden wat Amerikaanse filmprojecten haar kant op geduwd, maar uiteindelijk kwam niks van de grond. Alhoewel Van der Oest dichter bij huis kleinschalige (tv-)films bleef regisseren, werden haar voorstellen vaak afgekeurd door het Filmfonds.


De toen nog onder haar regie geplande Gelukkige huisvrouw-verfilming kwam zo niet van de grond. 'Ook in niet gerealiseerde projecten steek je een deel van je leven', zegt de regisseur tijdens een korte pauze op de set. Net als ze zit, dondert er achter haar een Zuid-Afrikaans crewlid door het dak van het strandhuisje naar beneden. De schade valt mee, constateert de geschrokken regisseur wat later. 'Ik dacht: gebroken rug, dwarslaesie, maar deze man stond na een kwartier gewoon weer op. We moesten hem echt naar het ziekenhuis sturen, voor controle. Harde werkers, zijn het. Ik hoor nooit een onvertogen woord.'


De opnames van Black Butterflies, toen nog Smoke and Ochre geheten (beide titels verwijzen naar dichtbundels van Jonker) werden al lang geleden gepland. De in 2005 overleden Willem van de Sande-Bakhuyzen legde kort voor hij ziek werd in Zuid- Afrika de laatste hand aan het script, met de Zuid-Afrikaanse scenarist. Van der Oest, die goed bevriend was met Van de Sande-Bakhuyzen, werd nadien benaderd en koos ervoor om Jonkers geschiedenis meer vanuit het gezichtspunt van Jack Cope te benaderen, de schrijver waarmee de dichteres een langdurige affaire beleefde.


'Ingrid is hier echt een icoon - iedereen heeft werk van haar in de kast staan en kan uit gedichten citeren. Dat geeft een verantwoordelijkheid die ik soms ook wel beknellend vind. Het is geen documentaire. In een dramatische vertelling moet je sommige elementen kunnen verhevigen'.


Zo redt Cope de zwemmende Jonker uit zee tijdens een voor de film bedachte eerste ontmoeting. Ook een bezoek van de dichteres aan een township wanneer daar net een jongetje door een politiekogel wordt getroffen, vond in werkelijkheid niet zo plaats. Jonker schreef over de slachting bij Sharpeville (1960) haar beroemdste en door Nelson Mandela tijdens de inauguratie van het eerste democratische Zuid-Afrikaanse parlement voorgedragen gedicht: Die kind wat doodgeskiet is deur soldate by Nyanga.


'Ingrid ging pas later naar het politiebureau, waar ze de foto's opvroeg van het jongetje met een kogelwond in het hoofd. We passen dat iets aan, zonder het sensationeel te maken.'


Van der Oest wil ook veel aandacht besteden aan de poëzie zelf, die op allerlei inventieve manieren in de speelfilm terugkeert, van woorden in bewasemde ramen tot volschreven slaapkamermuren. 'Iets tonen van het dichtproces is volgens mij het moeilijkste van deze film. Daartoe moet je in Ingrid Jonkers hoofd komen. Zij kon midden in een hevige ruzie zomaar gaan zitten om volslagen sereen een gedicht te schrijven. Die tegenstrijdigheid zoek ik.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden