Soms neig ik weleens naar een bestsellertje over mijn leven als junk

Buddy

Soms, abonnee, na weer een zware dag in de smidse der letterkunde, alwaar ik voor de mensen zwetend metaforen afblus, uit roodgloeiende onzin betekenislagen hamer, slappe dialogen in puntige mallen giet, neig ik wel eens naar een Wim Kieft-achtig bestsellertje over mijn leven als junk.

Tandenstokers. Wat weinigen weten, is dat ik al jaren niet zonder kan. Veertig op een dag, minstens. Na elke hap uit een boterham of appel: even stoken.

Heel soms zijn de tandenstokers 's ochtends 'oppelepop', hoe kan dit gebeuren, en begin ik de dag als Derrick en zijn trouwe assistent Harry. Koelbloedig keer ik lades om, trek plinten los, fouilleer gordijnzomen, pluis stofzuigerzakken uit alsof het uileballen zijn: ergens moet godverdomme een stokertje liggen. Maar helaas, normaal gesproken sterf je van de afgekloven exemplaren, in plantenbakken, botervloten, juwelenkistjes, maar nooit als je gebit erom smeekt, waardoor Derrick en Harry gaandeweg veranderen in een ander type held, de heer John 'First Blood' Rambo, die bij uitblijvende resultaten zijn bandana ombindt en in blote bast naar de Etos fietst.

Op dat soort dagen lig ik dus al vóór koffietijd à la Wim Kieft in een plantsoen, niet met een fles wijn, maar wel met trilvingers plukkend aan een vers doosje stookgerei. Erna: het genot van uitgestelde mondhygiëne, ik zie mezelf liggen, ogen als spaced-out kruisjes, trippende stripfiguren hebben ze ook, denk aan de seks-Suske en Wiskes die de moeder van Natasja vroeger liet rondslingeren, wat een fraaie avonturen waren dat! Jerommeke die met een penis als een stoeppaal eerst Wiske deed, en daarna Tante Sidonia, geen enkel punt, terwijl Lambik en Professor Barabas ondertussen sámen, let wel, in één plaatje, Wiskes knuffeltje onteerden, hoe heette die snol ook al weer ... (Google) ... Schanulleke, dank u.

Junks hebben soms een buddy. Ik ook. Helaas is die van mij inmiddels dood, niersteentjes, ik denk ten gevolge van een overdosis: Buddy Hamstra, de sympathieke cavia die een knappe cameo vervult in mijn debuutroman. Was minstens zo hooked aan tandenstokers als ik. Zij het dat hij ze opvrat. We werkten in die jaren allebei thuis, en elk stokje waarmee ik mijn tandvlees had afgebeuld, legde ik tegen Buddy's sniffelende neusje, waarna hij er zijn sabeltandjes in zette en het ding met dwingende rukjes uit mijn vingers trok.

Ging op. Ze gingen allemaal op! Een doosje per dag. En hebberig, ongelofelijk, ik kon hem optillen aan zo'n tandenstoker, bleef hij hangen als een landpiranha, er alleen nog af te wringen met een vork. (Wat moet dat moet.)

Hoe diep de liefde ging, bleek wel toen Buddy ontslagen werd uit het dierenhospitaal, wegens voornoemde niersteentjes, en hij zo slap als een van Suzy's lege berensloffen op mijn schoot hing, hij bliefde niks, 'geen honger, oom Peter', zelfs rauwe witlof niet, voor cleane cavia's by far het lekkerste ter wereld. Het werd penibel toen Buddy blééf vasten, dagenlang, eet toch wat, ventje tot ik hem, ten einde raad, op een ovalen poppenhuisschaaltje een verse tandenstoker aanbood.

Drie hele doosjes, abonnee. Achter mekaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.