'Soms maakt de sport er een potje van'

Miljarden mensen richten zich dit jaar, wereldwijd, op het vermaak van topsport. Kinderen zullen worden aangezet om in het spoor van hun idolen te treden....

Door Poul Annema

Met verkrampte kuiten zat hij tijdens het Europees kampioenschap voetbal de wedstrijden uit. Intens leefde hij mee, het onverwachte succes van de Grieken het dynamische middenveldspel van de Tsjechen fascineerden hem het meest. En straks, bij de Olympische Spelen in Athene, zal hij opnieuw naar het puntje van zijn stoel schuiven om de emotie van sport over zich heen te laten komen.

Ze hebben het hem vaak gevraagd: 'Albert houd je eigenlijk wel van sport? Van echte competitiesport?' Geerd antwoordde hij dan: 'Ik kan er soms van kwijlen, zo mooi vind ik het.' Maar dat grote genoegen weerhoudt hem niet om kritisch te zijn te blijven.

Tussen zijn bewondering en verbazing zegt hij: 'Omdat ik van sport houd, spreek ik ook voortdurend mijn zorg uit. Ik ben bang voor ongelukken of ontsporingen als gevolg van de vele belangen die tegenwoordig in het geding zijn. Want wie houdt het belang van het kind nog in de gaten?'

Albert Buisman (64) is als sportpedagoog verbonden aan de Universiteit van Utrecht. In zijn gedrevenheid is hij voortdurend onderweg; met zijn studenten, vakgenoten of de trainers die hij op cursussen ontmoet. De glamour en glitter van de topsport kunnen hem boeien maar niet verblinden. Ze vormen zijn drijfveer om zich te verdiepen in de schaduwen van de schone schijn. 'Soms maakt de sport er een potje van.'

2004 is, met de Olympische Spelen, het EK en de Tour de France, een kroonjaar voor de sport, maar het is door de Raad van Europa ook uitgeroepen tot het jaar van 'opvoeding door sport'. Buisman: 'Een mooi begrip, met nobele motieven en het geijkte beleidsjargon: Sport is goed voor de gezondheid, sport is goed voor de educatie en sport is goed voor de sociale cohesie. Allemaal waar, maar wat ik mis is de pedagogische vraag: wie maakt dat dan uit en werkt het wel zo?'

Het hart van de oud-onderwijzer springt open als hij wordt geconfronteerd met de ontluistering die de sport eigen is. 'Sport kan ook fnuikend zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Het is niet alleen maar romantiek, ik ken genoeg voorbeelden waaruit blijkt dat sport door de grote druk en de lichamelijke belasting desastreus kan uitpakken. Er zijn uit de topsport zelfs gevallen van zelfmoord bekend.'

Zijn huiver heeft hij neergelegd in een proefschrift, het Comitnternational Fair Play in Lausanne onderscheidde hem vorig jaar met de Willi Daume Trophy voor zijn toewijding bij de ontwikkeling van het sportende kind.

'Fair play gaat verder dan het opgeheven vingertje tegen geweld, fair play is ook een zaak van gelijke kansen en dito speelsterkte. Fair play heeft in jeugdsport een heel eigen betekenis, je kunt jonge kinderen niet steeds op de bank laten zitten omdat alleen de besten moeten spelen.'

Bijna 25 jaar verricht hij al onderzoek in een veld vol paradoxen. 'Sport is gezond, maar sport is ook ongezond. Sport is fair, maar sport is ook unfair.' Buisman zoekt de balans in een samenleving met veeleisende belanghebbenden. 'Maar we vergeten het kind te vragen wat het zelf wil.

'De sport pronkt met prachtige voorbeelden van kinderen die het hebben gemaakt, maar sluit de ogen voor de kinderen die het niet redden. Die door de druk van hun omgeving zo gestresst raken dat ze gedrag vertonen dat niet meer bij een kind hoort.

'In mijn jeugd kon je op je tiende lid worden van een voetbalclub, nu worden ze als bengeltjes van vier al naar de club gehaald. Om te voorkomen dat hij anders elders lid wordt. Dat is geen goed pedagogisch motief.

'Jongetjes, net kleuter af, kunnen al in de jeugdselectie van een betaald voetbalclub worden opgenomen. Maar hoe worden ze begeleid? Sinds kort kunnen clubs, net als hotels, sterren krijgen voor hun werkwijze. Maar dat systeem is zo weinig transparant, wellicht omdat de aanpak meer club-dan kindgericht is.'

Het sleutelwoord is volgens Buisman belangenbehartiging. 'Ik maak onderscheid tussen opvoeding door en opvoeding in de sport. Bij opvoeding door sport zeggen de beleidsmakers en opvoeders hoe het m bij opvoeding in sport ligt het accent op de vrijwilligheid van kinderen en de verantwoordelijkheid van de trainers. Zij hebben de zorg voor hun kwetsbare pupil in het veld van anderhalf miljoen kinderen dat in georganiseerde sport uitkomt.'

De Utrechtse hoofddocent refereert aan het vergelijkende onderzoek van een buitenspeel-en een sportgroep. Vastgesteld werd uiteindelijk dat de buitenspeelgroep alles zelf regelde. 'Ze ontplooide verrassende initiatieven, bepaalde zelf wat wel en niet is toegestaan. Drie corners een penalty, je kent dat wel.

'Maar maal in de klauwen van de sport, is die zelfstandigheid snel voorbij. Dan verschijnen opeens trainers die zeggen wat ze moeten doen, zijn er scheidsrechters die op een fluitje blazen en begeleiders die het plezier kunnen aantasten. Dan geven kinderen op weg naar volwassenheid zomaar een stukje zelfstandigheid prijs.'

Die afhankelijkheidspositie benauwt Buisman. 'Dat meisjes op weg naar eeuwige roem bereid zijn zich aan het volledige gezag van de trainer te onderwerpen heeft tot excessen geleid. De sport heeft het in zich om kinderen eerder afhankelijk te maken van de deskundigheid en de sociale expertise van de trainer, dan ze uit te laten groeien naar zelfstandigheid.

'Ik heb het bij cursussen aan trainers gevraagd: Schrijf eens op waarmee je de zelfstandigheid hebt gestimuleerd. Dan zeggen ze dat ik niet van die lullige vragen moet stellen.'

Turend door het glas van zijn werkkamer stelt Albert Buisman vast dat er vertrouwen mzijn tussen de trainer, die gelooft in de mogelijkheden van het kind, het kind dat erop kan rekenen dat zijn belangen bij de trainer in goede handen zijn. Hij kent de wetten van de wedstrijdsport waarin de grenzen voortdurend onder druk worden gezet. 'Natuurlijk moet een voetbaltrainer zijn best doen om spelers, zoals dat heet, op scherp te zetten. Maar daarom hoeft hij ze geen vijandsbeelden aan te praten!'

Topcoaches als Ruud Gullit en Robert Eenhoorn verklaarden onlangs dat Nederlandse kinderen niet meer leren om te winnen. De sport aan de basis is te vrijblijvend, zegt het tweetal. 'Als je geen of onvoldoende inzet toont, dan bederf je het spel, dat klopt. Je moet proberen te winnen, maar dat is iets anders dan alle middelen aanwenden om dat doel te bereiken. Dan zeg ik de filosofen Tamboer en Steenbergen na: er is verschil tussen agressie en geweld.

'Agressie is een vast element van wedstrijdsport. Een coach die zegt dat er geen agressie in het spel zit, heeft reden zich te beklagen. Dat hoort bij de cultuur en de taal van sport. Maar dat is iets anders dan geweld waarmee je anderen en ook jezelf kunt beschadigen. Dus je moet recht doen aan de intrinsieke waarde van de wedstrijdsport zonder daarbij vijandsbeelden op te roepen en een ander uit de wedstrijd te schoppen.

'Onderzoek heeft uitgewezen dat kinderen sport vooral associn met plezier. Daarom moet sport veiligheid garanderen en plezier aanbieden. Het is toch schokkend als de tennisser Richard Krajicek zoveel jaar later zegt dat hij vindt dat zijn vader in zijn jeugd wel wat aardiger voor hem had mogen zijn.

'Sportorganisaties houden te weinig rekening met wat er mis kan gaan. Boekjes over talentontwikkeling verschijnen aan de lopende band, maar waar is de kritische noot waarin trainers worden gewaarschuwd voor hijgerige ouders. En omgekeerd: waarin de ouders worden gewezen op trainers die door het lint gaan?'

Buisman vraagt ruimte voor het sportende kind. Laat het de sport eerst verkennen, zich dan ontwikkelen en vervolgens vooral genieten van sport. 'Mijn verhaal is niet het verhaal van kommer en kwel. Maar kommer en kwel mag niet worden vergeten. Er zijn veel goede praktijken, maar we onderschatten wat we kapot maken door nonchalance van trainers en overspannen gedrag van ouders.

'Sport zou transparanter moeten worden. Hoe mooi straks ook het plaatje van de Olympische Spelen zal zijn en hoe groot de invloed van de commercie en de wetenschap daarbij is, sport blijft mensenwerk. Sport moet de mens als mens blijven erkennen en niet als instrument voor de show.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden