‘Soms kun je het lijk niet vinden’

Bij presentaties gebruikt forensisch onderzoeker Charles Berger weleens een fragmentje uit de tv-serie CSI. ‘Maar meestal om te laten zien hoe het níet moet.’ Is het echt zo erg?...

‘Welke CSI-reeks is het?’, vraagt DNA-deskundige Lex Meulenbroek meteen. Hij zit samen met drie collega-forensische wetenschappers klaar in de bioscoopzaal van het Nederlands Forensisch Instituut in Den Haag voor een aflevering van de serie CSI. ‘Las Vegas? Ah, goed zo. Dat is de beste, veel realistischer dan de latere Miami- en New York-reeksen.’

Op het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzoeken vijfhonderd medewerkers de sporen en bewijsmaterialen van vrijwel alle spraakmakende moordzaken in Nederland. Het onderzoek loopt uiteen van pathologie, toxicologie en digitaal onderzoek tot DNA-research. Die laatste afdeling groeide door de ontwikkeling van de techniek de afgelopen vier jaar zelfs van 50 naar 110 man. ‘Allemaal jonge, enthousiaste mensen. Als je iets met DNA in combinatie met misdrijf wilt doen, dan moet je hier zijn’, zegt Lex Meulenbroek. Hij onderzocht destijds met collega’s de messen waarmee Mohammed B. Theo van Gogh vermoordde, zijn collega-documentonderzoeker Charles Berger heeft de brief onderzocht die B. op het lijk achterliet. ‘Dan zie je op de achterkant het bloed van het slachtoffer en besef je: dit is waar het nieuws vandaag om draait.’

Op dat soort momenten is het werk bijna net zo spannend als in Crime Scene Investigation (CSI), in Nederland met gemiddeld 1,2 miljoen kijkers de best bekeken tv-serie van het moment. Ook in de Verenigde Staten stemmen miljoenen kijkers elke week trouw af op de serie rond Gil Grissom, de supervisor van het forensische lab van Las Vegas en zijn team.

En dat heeft in de praktijk zo zijn gevolgen. Amerikaanse jury’s spreken verdachten vrij omdat ze onomstotelijk technisch bewijs verwachten; sporenlabs worden overspoeld met sporen, omdat rechercheurs ervan overtuigd raken dat óveral wat uit te halen valt.

Maar CSI maakte forensisch onderzoek, dat tot dan toe kampte met een saai en stoffig imago, in één klap ook spannend en interessant. En daar zijn de NFI’ers blij mee. ‘Nu zijn we dynamisch en sexy’, zegt Meulenbroek half lachend. ‘Vroeger had je inspecteur Columbo, die weifelend en broedend in een kamer rondliep, een paar keer zijn wenkbrauwen fronste en onder het genot van een goede sigaar de zaak oploste. En toen kwam CSI, de eerste serie waarin de onderzoekstechnieken centraal staan.’

‘Het is ideale propaganda voor bètavakken’, zegt sporenonderzoekster Anick van de Craats. De UvA startte drie jaar geleden zelfs de opleiding forensic sciences. Scheikundige Peter Schoenmakers, hoofddocent aan de opleiding, kijkt zelf liever naar Myth Busters op Discovery Channel waar urban legends op wetenschappelijke wijze worden ontmaskerd, maar hij moet toegeven: ‘Programma’s als CSI maken het vak wel aantrekkelijker.’ En zo blijkt: want de studenten stromen binnen.

Al bij de eerste scène van Swap Meet, een aflevering uit het vijfde seizoen van CSI, begint Van de Craats te lachen. ‘Ah, die ken ik al.’ Een swingersfeestje komt in beeld: veel vrouwen in lingerie en vrijende stelletjes. ‘Het begint in elk geval leuk’, merkt Meulenbroek droogjes op. Van de Craats: ‘O, het wordt nog veel leuker.’

Binnen twee minuten verschijnt het eerste lijk in beeld: een dode vrouw in een fontein. Grissom, de leider van het forensisch lab, citeert Lord Byron. Meulenbroek: ‘Mooi hè, moorden oplossen terwijl je poëzie declameert. Wat is Grissom toch briljant.’

Grissom draagt sporenonderzoekster Sara Sidle op foto’s van de omstanders te maken, want de verdachte zou er tussen kunnen zitten. De aanwezigen beginnen te lachen. Van de Craats: ‘Eigenlijk klopt niets hieraan. Ten eerste is dit werk voor een tactisch rechercheur. Een technisch rechercheur zal nooit foto’s van potentiële verdachten maken.’

Nog een belangrijk verschil met CSI, zegt Van de Craats: ‘Wij hebben van die grote witte pakken aan. Zij lopen in mantelpakjes met los wapperende haren een beetje dingen op te rapen op een plaats delict (pd, red.).’

Grissom stelt vast dat de vrouw maximaal twee uur dood is. Berger: ‘Dat weet hij nu al.’ Van de Craats: ‘Op een plaats delict kun je niet zomaar rondlopen. Er wordt een ‘pad’ naar het lichaam gemaakt, anders vernietig je misschien wel sporen.’

Twee forensische wetenschappers filosoferen hoe de vrouw in de fontein beland kan zijn. Zou ze haar vermoeide voeten hebben willen verlichten en toen zijn uitgegleden? Het vrouwelijke personage spuit info over hakhoogte en vermoeide vrouwenkuiten. Meulenbroek: ‘Kijk wat een parate kennis.’ Berger: ‘Op de pd bespreek je niet informeel wat scenario’s, bovendien doet de tactische recherche dat. En áls wij het zouden doen, dan moet je daar heel serieus mee omgaan en voorzichtig mee zijn. Want voor je het weet beïnvloed je je bevindingen omdat je op een bepaald denkspoor zit.’

Een simulatie laat zien hoe de vrouw eventueel aan haar einde gekomen zou zijn. Meulenbroek: ‘Erg gaaf hoe ze die scenario’s altijd in beeld brengen.’ De animaties uit de reeks vindt ook Berger prachtig. ‘Een kogel op de rug bezien die in slowmotion een lijf invliegt, fantastisch.’

Soms doet de serie in Nederland stof opwaaien. Meulenbroek: ‘In een aflevering over een zedendelict matchte het daderprofiel uit het sperma dat op de slachtoffers gevonden werd niet met die verdachte. Uiteindelijk bleek hij twee soorten DNA te hebben.’ De volgende ochtend werd Meulenbroek aan de lopende band opgebeld door verontruste mensen bij het OM en de politie. ‘Ze vreesden dat daardoor misschien wel allerlei misdadigers vrij rond zouden lopen.’

Meulenbroek stelde hen gerust: ‘In heel zeldzame gevallen komt je wangslijm-DNA niet overeen met dat van het sperma, maar dat is echt extreem zeldzaam. Zo zie je hoe CSI leeft. ’

‘Maar het is en blijft entertainment. Ik gebruik wel eens een fragmentje uit de serie bij presentaties’, zegt Charles Berger, ‘maar meestal om te laten zien hoe het níet moet.’

Terug naar de fonteindame. Haar lijk wordt door een patholoog onderzocht, onder het toeziend oog van Grissom. Meulenbroek: ‘Hij hoort helemaal niet bij een sectie te zijn. Bij ons geeft de patholoog de onderzoeksresultaten gewoon door.’

Maar ja, vergadertafels en rapporten komen in deze serie helemaal niet voor’, lacht Charles Berger. ‘Ons lab is trouwens net zo mooi, maar wel beter verlicht, haha.’

Een van de forensische wetenschappers verhoort iemand. ‘Dit soort werk doen we dus niet’, zegt Meulenbroek. ‘Hoewel mijn kinderen het heel leuk zouden vinden...’ ‘Iemand vermoorden met een kettingzaag, dat is een messy business’, zegt de CSI-er. Hij wijst op het horloge van de verdachte. ‘Daar zou wel eens bloed op kunnen zitten...’ Berger: ‘Wij krijgen het horloge met de vraag: zit hier bloed op? We plukken het niet zelf van een verdachte.’

De vrouw blijkt verdronken, maar niet in de fontein. Het water in haar longen bevat andere diatomeeën (eencellige wieren) dan het water in het stenen bassin. ‘Technisch klopt dit’, knikt Van de Craats. Sara Sidle haalt water uit naburige zwembaden om dat te vergelijken met het water uit de fontein en uit de longen van de dode vrouw. Van de Craats: ‘Referentiemonsters uit de omgeving halen doen wij ook altijd.’

De forensische wetenschappers zoeken het lijk in de kelder. Ze scheppen op dat ze ruim twintig zaken per week doen. ‘Dat kan toch niet?’ roept Berger uit. ‘Dan hebben ze maar een uurtje voor elke zaak.’

Even later ontdekken ze het lijk in een frisdrankautomaat, verstopt onder plastic. Berger: ‘Niet echt geloofwaardig dat een zeiltje die geur tegenhoudt.’ Van de Craats: ‘Soms kun je het lijk gewoon niet vinden, ook al is de geur overduidelijk.’

Een andere onderzoeker stapt het mortuarium binnen. Meulenbroek: ‘Oh kijk, hij is ook ineens patholoog. In CSI kan iedereen binnenwandelen met een open labjasje en gewoon een beetje boven zo’n opengesneden lijk hangen.’ Van de Craats: ‘Het fotograferen van het lijk, de verwondingen en de kleren, dat is wel realistisch. En het halen van sporen van het lichaam.’

Het sporenteam heeft op het ‘swingfeestje’ 26 condooms gevonden, met daarin DNA-materiaal van elf vrouwen en tien mannen. Een onderzoekster druppelt aan een grote tafel wat van de inhoud van elk condoom op petrischaaltjes. Van de Craats en Meulenbroek: ‘Wij zouden dat nooit op één tafel doen. Om contaminatie (‘besmetting’ met ander DNA-materiaal, red.) te voorkomen, moet elk condoom apart worden onderzocht.’

Grissom praat met een verdachte man bij het zwembad van zijn huis. Plotseling ziet hij een bloedveeg. Meulenbroek: ‘Hoe weet hij dat het bloed is?’ Gelach. ‘En kijk nou, alleen handschoenen aan.’ Later die nacht ontdekt een van de forensische wetenschappers het moordwapen – een barbecuepriem – bij het zwembad. Meulenbroek: ‘Ja, bewijsmateriaal verzamelen doe je natuurlijk het liefst ‘s nachts.’

Voor de ontknoping neuzen de CSI-detectives wat rond op een in beslag genomen computer. Documentonderzoeker Berger: ‘Je gaat niet op een originele pc zitten klooien, dan verander je allemaal dingen, dat kan niet.’ Van de Craats: ‘Dit doet de afdeling digitale technologie.’

En dan is het moordmysterie ontrafeld. De vrouw blijkt vermoord door haar jaloerse stiefdochter, die ook een verhouding had met de buurman. Schoenmakers: ‘Jawel hoor, we zijn 24 uur verder en de moord is opgelost. Wat fijn.’

Punten geven aan de serie vinden de wetenschappers moeilijk. ‘Qua techniek krijgt het van mij een 7 of 8. Het is best goed’, zegt Van de Craats. ‘Maar qua rolverdeling geef ik een dikke 2. Wij ondervragen verdachten nooit.’ Wat er nog meer onrealistisch is? Van de Craats: ‘De snelheid waarmee ze zaken oplossen, mensen verhoren en arresteren is jaloersmakend.’

Berger: ‘De apparaten zijn meestal wel echt. Het is natuurlijk ook briljante reclame voor fabrikanten, een kans om hun nieuwste apparaten te laten zien aan een miljoenenpubliek. Maar waar de CSI-types de apparaten voor gebruiken, dat bedenken de tv-makers.’ ‘Zoals met die gaschromatograaf’, roept Schoenmakers uit. ‘Daar gooiden ze een vaste stof in, maar dat kan helemaal niet.’

Wat Berger verder stoort: ‘De personages hebben altijd alles meteen door, ze twijfelen nooit. In de realiteit moet je bewijsmateriaal interpreteren, en dan kun je de plank ook misslaan.’

‘Ach, het zijn geen documentaires’, zegt Meulenbroek. ‘Wat ze over DNA zeggen, klopt ook meestal wel.’ Lachend: ‘En Grissom blijft gewoon een held.’

Dit is de tweede aflevering van een tweewekelijkse serie waarin Volkskrant Banen samen met professionals kijkt naar een bekende tv-serie over hun beroep. Wat klopt en wat niet?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden