Soms kan jaren werk bij 't vuil

Vergaderen, communiceren, consensus zoeken. Daarin moet een ambtenaar op Sociale Zaken uitblinken, blijkt tijdens twee weken meelopen op de afdeling Pensioenen....

Regeren is vooruitzien. En vergaderen. Véél vergaderen. Als Gerard Riemen niet uitkijkt, zit-ie de hele dag niks anders te doen. Hij sjouwt op en neer tussen tl-verlichte zaaltjes met lange tafels waar gezelschappen collega's al klaar zitten, dikke dossiers voor hun neus, thermoskannen met koffie en thee op tafel. Riemen (39) is hoofd van de beleidsafdeling Pensioenen. Hij is de connectie tussen zijn eigen clubje van veertien ambtenaren en de rest van het ministerie.

Die rol brengt hem van afdelingsvergadering naar functioneringsgesprek naar periodiek overleg naar infostaf naar managementteam. En dan heb je nog de vergaderingen buiten de deur: met alle belangenorganisaties. Riemen zegt dat hij er niet murw van wordt. Dat het vaak niet anders kan. 'Beleid maak je nou eenmaal niet in je eentje. Er is hier enorm veel communicatie. Je kunt er je humeur wel door laten verpesten, maar dan overleef je niet lang.'

In de brede, grijsbemuurde gang van Riemen op de vierde verdieping staan de deuren altijd open. De mannen en vrouwen die hier het Nederlandse pensioenbeleid vormgeven, lopen vaak binnen bij elkaar. Econoom zijn ze, jurist, socioloog, accountant en, in een enkel geval, ingenieur.

Hier schrijven ze de antwoorden op de schriftelijke vragen van Tweede-Kamerleden over het pensioenstelsel, bereiden ze staatssecretaris Mark Rutte voor op zijn pensioendebatten. Hier ook werken ze alleen of in projectgroepjes aan de wetsteksten die straks tezamen de nieuwe Pensioenwet moeten vormen. Hier voert één thema de hele dag de boventoon: pensioenen. Of, zoals beleidsambtenaar Ronald Corvers (35) het zegt: 'Op pensioenen raak je niet snel uitgekeken.'

Maandagmorgen, Berend Groot (50) moet een beleidsnota schrijven. En niet zomaar een. 'Ons magnum opus van dit jaar', zegt Riemen. Onderwerp: het financieel toezicht op de pensioenfondsen. Dat daar wat over te schrijven valt, kan iedere premiebetaler beamen. Nu de beleggingswinsten in recordtempo zijn verdampt, kampen de fondsen met financiële problemen. De premies stijgen, terwijl niemand meer garanties krijgt voor de hoogte van zijn pensioenuitkering. De veelgeprezen Nederlandse oudedagsvoorziening blijkt minder goed gestut dan gedacht. Dat maakt het pensioenbeleid plots tot een hot item voor de politiek. Dus wil staatssecreratis Mark Rutte wel eens weten wat hij kan doen om de fondsen voortaan in toom te houden. Dáár moet de nota van Berend Groot over gaan. Binnen twee weken schrijven, op 1 juli voor overleg naar de sociale partners en rond 1 oktober naar het kabinet. Als iedereen meewerkt, is er eind dit jaar een nieuw beleid. Het beleid van Berend Groot.

Maar eerst loopt Groot eens binnen bij de chef. 'Even een beetje stoeien en klungelen met de materie.' Behalve Berend Groot hebben vakbonden, werkgevers, pensioenfondsen, toezichthouders én het parlement een mening over het pensioenbeleid. Of Groot daarmee rekening wil houden. Want hij kan zijn eigen mening wel optikken, maar dan komt zijn staatssecretaris er straks niet ver mee. Let wel: dit is Sociale Zaken, hét consensusdepartement pur sang, met beide benen middenin de modder van de Nederlandse overlegpolder.

Groot hangt zijn colbert over een stoel. Hij stroopt zijn mouwen op. Op een envelop schetst hij met grote halen de contouren van het financieel toezicht dat hij op de fondsen wil loslaten. Riemen denkt hardop en vraagt. Groot staart naar het papier en trekt dan driftig een paar pijlen. Zó gaat-ie dat aanpakken.

Riemen: 'Je hebt het allemaal goed in je kop zitten Berend. Maar hoe ga je het communiceren?' Dát is het allerbelangrijkste hier, zegt hij - het zoeken naar consensus. Groot: 'Eigenlijk begint het polderen hier nog voordat ik één alinea op papier heb gezet.'

Berend Groot is wat je je voorstelt bij een ambtenaar, zeggen zijn collega's. Het zal wel komen omdat-ie in zijn bruine pak zo mooi van zijn bureau naar het kopieerapparaat kan struinen, verdiept in een beleidsstuk. Een beetje krom, loopt-ie dan. Alsof hij behalve een paar velletjes papier ook het leed van de wereld moet meetorsen.

Heel even heeft Groot geroken aan iets anders, een paar jaar geleden. Nam-ie een baan bij de commerciële jongens van het Verbond van Verzekeraars. Veel geleerd hoor, maar het was niet zijn pakkie-an. 'Je komt op voor het monobelang van een bedrijfstak, niet voor het maatschappelijk belang. Kijk, dat pensioenbeleid is nogal ingewikkeld. Droge materie. Je legt het niet gemakkelijk uit op een feestje. Het is simpeler om te zeggen: jongens, een rondje van mij, want ik heb mijn target voor dit jaar weer gehaald. Maar ik werd daar niet blij van. Het heeft te maken met hoe je in het leven staat: het gevoel dat er meer te doen is op aarde dan het spekken van de aandeelhouders. Het is iets dat niet met geld valt af te kopen.' Berend Groot leverde salaris in toen hij terugkeerde bij het rijk.

L

een van Vliet (47) was op weg arts te worden, tot hij ontdekte dat veel gezondheidsproblemen 'dieper liggen in de samenleving'. Hij geraakte in de wereld van de studentenvakbonden, 'de wereldwinkelsfeer' en kwam zestien jaar geleden bijna als vanzelf op het departement. 'Het was óf hier, óf bij de vakbeweging. Opkomen voor belangen, voor een betere samenleving. Ik wil niet hoogdravend doen, maar dat is het gevoel dat ik hier zocht. Het moet in je karakter zitten. In je menstype.'

Gaby Schellekens (37) werkte jaren voor de radicale spoorwegvakbond FSV. Stond ze om zes uur 's morgens na een nacht onderhandelen een CAO-akkoord te verdedigen tegenover honderd oververmoeide conducteurs in een ijskoude kantine. 'Dat was heftig', zegt ze, 'heel direct.' En hier? Hier doet ze het met een poster van Johnny Depp aan de muur, een bureau met een computer en de internationale aspecten van de pensioenwetgeving. Saaier, had ze gedacht, maar het blijkt in veel opzichten juist uitdagender. 'De vakbond, dat was botte belangenbehartiging: voor je leden zoveel mogelijk eruit halen en de rest zoekt het maar uit. Na een paar jaar wil je verder kijken.'

Wat ook even wennen was: al die vrouwen hier. Bij de bond was ze de enige, nu lopen ze haar deur plat. 'Kíppenhok joh.'

Een kippenhok dan wel met een strenge pikorde. De hiërarchie is strak georganiseerd. Geen stuk verlaat de afdeling zonder dat Riemen het heeft gezien. Tussen hem en de bewindslieden bevinden zich een directeur, een directeur-generaal en een secretaris-generaal. Aart Jan de Geus en Mark Rutte staan aan de top. Zij zijn politiek verantwoordelijk voor alles wat hier gebeurt.

Politici worden niet graag verrast door ondoordachte plannen vanuit lagere regionen. Voor je het weet hangen ze. 'Wat je hier dus nooit zult zien', zegt Riemen, 'is een ambtenaar die op eigen houtje een nota met zijn eigen mening richting de minister stuurt.'

Een brief komt binnen op het ministerie, gericht aan de minister. Die zet er een krulletje op. Gezien, betekent dat. Zijn secretariaat stuurt hem vervolgens naar het archief, de centrale registratiekamer. Daar zetten ze er 'pb' op: door naar de afdeling pensioenbeleid. Daar komt-ie op het bureau van Peter van Loo, directeur Arbeidsverhoudingen. Die kijkt er naar en stuurt hem door naar Gerard Riemen, maar dan via het archief. Riemen leest hem, bedenkt wie er mee aan de slag moet en stuurt hem wéér terug naar het archief. Dat bezorgt hem op het bureau van de ambtenaar, slechts een paar kamers bij Riemen vandaan, die er een antwoord op moet schrijven. Een antwoord dat vervolgens via hetzelfde kronkelpad teruggaat naar de minister.

Riemen zucht. 'Het klinkt omslachtig', zegt hij, 'maar achter elke regel zit een bedoeling.' Hij zou die brief natuurlijk ook meteen bij de juiste persoon op zijn afdeling kunnen bezorgen. Maar in dat geval weet het archief niet meer waar het ding gebleven is. Dat is het grote doel van de hele operatie: trajectbewaking. De minister kan over een stuk opeens een Kamervraag krijgen. Dan moet één telefoontje genoeg zijn om de verantwoordelijke ambtenaar te vinden.

Echt vervelend wordt het pas als mensen niet flexibel zijn. Als een stuk god-weet-waar blijft steken. 'Het zwarte gat', heet dat hier. Voorbeeld: iemand bovenin ontdekt een spelfout in een stuk. Dan kan het gebeuren dat het ding helemaal teruggaat naar degene die het heeft geschreven. In plaats van dat ze daar bovenin even zelf die letters goed zetten. Riemen: 'Dan stokt daar dus het hele proces. Dan kan een antwoord lang op zich laten wachten.' Dat, zegt hij, is onnodige bureaucratie die binnen en buiten het departement ergernis veroorzaakt.

Nieuwe medewerkers noemen het steevast in hun eerste evaluatiegesprek: de stroperigheid, de hiërarchie - voor alles een handtekening halen bij de baas. Sinds enige tijd worden ze geregistreerd, die 'verwonderpunten', om er lering uit te trekken.

Leen van Vliet zit er als lid van de ondernemingsraad met zijn neus bovenop. 'De meest gehoorde klacht is dat alles lang duurt. Dat je je eigen originaliteit nauwelijks terug vindt in het eindresultaat. Als je een gewone ambtenaar bent in schaaltje tien, elf, is het lastig een stempel te drukken op de gang van zaken.'

Ronald Corvers: 'Wat we doen is vaak onzichtbaar. De buitenwereld ziet het pas als de minister een beslissing neemt.'

Je moet er tegen kunnen - altijd anoniem zijn, alles onder pseudoniem doen. Ze hebben wel eens iemand gehad hoor, bij Pensioenbeleid, die het niet kon verkroppen dat hij zulke prachtige nota's schreef waar van alles in werd veranderd en die uiteindelijk onder de naam van de staatssecretaris naar buiten gingen. De man heeft het hier een halfjaar uitgehouden.

Leen van Vliet: 'Dan klagen ze: ik zie geen resultaat van mijn werk. Zeg ik: ja, maar je hebt toch een mooie nota geschreven of een brief aan de Kamer met de handtekening van de minister eronder? Dat vinden ze dan niet genoeg. Ik snap het wel hoor: als je hier binnenkomt met het idee de wereld te verbeteren, moet je in gedachten een stap terugzetten om de link te leggen met zo'n stuk papier.'

Huub Sluijsmans (46): 'Je kunt niet hebben dat drieduizend ambtenaren allemaal individueel gaan corresponderen met de minister.'

Laat staan die bezorgde burgers die de publiekstelefoon van het ministerie bestoken met gemiddeld vierhonderd telefoontjes per dag en niet zelden het allerhoogste eisen: 'Kunt u mij doorverbinden met een minister?'

Sluijsmans: 'Vergeet niet, als de minister een nota in handen krijgt, moet hij er vanuit kunnen gaan dat die voldoende draagvlak heeft, binnen en buiten dit gebouw.'

'Maar dat neemt niet weg', zegt Joyce van der Smitte (53), 'dat het soms wel wat minder kan. Ik verwonder me er nog steeds over dat het soms twee weken duurt voordat een brief van mijn bureau op het bureau van bestemming komt. Dat komt door al die mannetjes die ertussen zitten, die vinden dat ze er ook iets van moeten vinden. Het worden er ook steeds meer. We hebben nu al zeven mensen in de ambtelijke toplaag, terwijl ik me kan herinneren dat het er vier waren. Dan denk ik: is dat nou nodig?'

Het is overdreven risicomijdend gedrag, denkt Leen van Vliet. 'Als een stuk gewoon goed is, mogen ze er best op elk niveau even naar kijken, maar ze hoeven er niet allemaal over te gaan lullen. Dat gebeurt soms toch, omdat ze er allemaal hun eigen geurvlag op willen achterlaten.'

Maar je hebt er zelf ook invloed op, zegt Gerard Riemen. 'Ik zeg altijd tegen mijn mensen: als het echt haast heeft, blijf dan in de buurt van je stuk. Haal die parafen op, loop mee, desnoods tot aan de minister. Als je echt wilt, kan het in een dag zijn geregeld.'

Dinsdagmorgen, vergadering van het 'managementteam': directeur Peter van Loo neemt de week door met zijn afdelingshoofden. De afdeling van Peter Kloosterman heeft het druk met Tweede-Kamerlid Kees Vendrik van GroenLinks. Die levert elke week vragen in over de topinkomens. 'Ja, haha, elke keer als-ie weer iemand is tegengekomen die veel verdient', maakt het gezelschap zich vrolijk. Kloosterman kijkt zuinigjes: 'We hebben het er heel druk mee, hoor.'

De volgende dag is Gerard Riemen aan de beurt: Van Loo stommelt de gang op, zwaaiend met een brief van de Tweede Kamer. 'Spoeddebat!', roept hij, 'Voor Rutte. Over Nigoco. Wat mag dat nou weer zijn?' 'Nee toch!?', roept Riemen terug. 'Heeft de Kamer weer een fonds gevonden dat zielig is?!'

Nigoco staat voor de vroegere roemruchte Rotterdamse rederij Van Nievelt Goudriaan & Co, waarvan de oud-werknemers nog altijd het gelijknamige pensioenfonds beheren. Maar dat mag dus niet. Nieuwe regels schrijven voor dat de gepensioneerden in een pensioenfonds zonder bedrijf moeten worden herverzekerd in een ander fonds. 'Klaar', zegt Leny van der Heiden. 'Daar zijn goede redenen voor.'

Maar Van der Heiden is juist helemaal niet klaar. Het begint pas. Want Nigoco wil zelfstandig blijven. Het is al naar de rechter gestapt: verloren. Nu is de zaak in hoger beroep en zijn kennelijk tegelijkertijd een paar Kamerleden ingeschakeld. 'En die trappen er nog in ook', zegt Van der Heiden.

Soms vragen ze zich af op de gang of Kamerleden wel weten wat dat met zich meebrengt, zo'n spoeddebat. En klagen ze over hoe de politiek zich voor karretjes laat spannen, zich met peanuts bemoeit in plaats van met hoofdlijnen. Van der Heiden: 'Die zaak is onder de rechter. Rutte gaat daar nu echt niet ingrijpen, hoor. Maar wij moeten hem er wel op voorbereiden. Inschatten met welke details de Kamer nu weer komt. Dat is altijd een gok. Ben je dagen mee bezig.'

Gerard Riemen: 'Kamervragen zijn prima, maar het probleem is dat de zelfbeperking vaak ontbreekt. Soms schrijven ze gewoon de vragen en opmerkingen van belangenorganisaties over. Postzegeltje erop en hup, naar de staatssecretaris. Zit je met zo'n pensioenkoepel te praten, verspreken ze zich: ja, maar daar hadden we toch Kamervragen over gesteld?'

E

n dan hebben ze hier nog mazzel met een baas als Mark Rutte, het politieke supertalent van de VVD. Bereid hem goed voor en hij loopt zo de Kamer in om het hele spoeddebat uit zijn hoofd te doen. Da's lekker werken voor een ambtenaar, als de 'stas' zo relaxed is.

Je hebt ook bewindslieden voor wie ze het hele debat van tevoren uitschrijven. Een volledige 'spreekschets' van dertig, veertig pagina's. Dàt is pas veel werk. En dan maar hopen dat zo'n type niet alsnog gaat improviseren, want dan loopt alles gegarandeerd in het honderd. Ben je weer dagen bezig de schade te herstellen.

Wat ze ook erg vinden op Sociale Zaken: ministers die denken dat ze alles zelf het beste weten. Van der Heiden: 'Dat je als ambtenaar denkt: hij heeft al bedacht hoe het moet en ik mag het alleen maar even opschrijven.'

Mark Rutte belt soms even op als je bij een debat bent geweest: hoe vond je dat hij het deed? Dat had een voorganger als Jacques Wallage nooit gedaan, destijds. Of Klaas de Vries. Die spraken met directeuren-generaal, lager kwamen ze niet. Riemen: 'Heel officieel en omslachtig.'

Nee, dan Rutte. Luistert goed naar iedereen, staat open voor discussie en hakt knopen door als het moet. 'Zo hebben wij het graag', zegt Peter Stein. 'Boven alles prefereren wij een bewindspersoon met een heldere, consistente lijn.' Ad Melkert - minister in Paars I - was er zo eentje, zegt hij. 'Kun je achteraf veel over zeggen, over Melkert, maar hij wist wel wat hij wilde. Hij daagde je uit mee te denken. Prachtige tijd mee gehad.'

Peter Stein: 'Er is tenminste één groep Nederlanders onder wie Ad Melkert nog altijd populair is: de ambtenaren van Sociale Zaken.'

De tijd dringt. Berend Groot heeft nog twee dagen om zijn nota af te maken. Hij ijsbeert door de gang, trekt zich 's middags terug in zijn kamer, omgeven door dossiers en kladjes van zijn nota. Het maalt in zijn hoofd, zegt hij. 'Dat gaat de hele dag door. Thuis op de bank, in de supermarkt. Het denken staat niet stil. De bouwstenen heb ik wel, de zachte materie. Nu moet alles één helder geheel worden dat naar buiten kan.'

Maar wat nou als de staatssecretaris die hele nota straks in de prullenbak kiepert? En wat als er een staatssecretaris komt die het allemaal anders wil? Die, om het scherp aan te zetten, het hele collectieve en solidaire Nederlandse pensioenstelsel dat hier zo wordt gekoesterd, op de schop neemt om er een particulier verzekeringssysteem van te maken?

'Even slikken', zegt Peter Stein.

'Op je tanden bijten', zegt Leen van Vliet.

'Kan gebeuren', zegt Hanny van Leijen (52). 'Soms kan jaren werk zomaar de container in.'

'We zullen de man wel adviseren het anders te doen', zegt Gerard Riemen. 'Hem een spiegel voorhouden', voegt Huub Sluijsmans toe. 'Hem waarschuwen: denk hier- en daaraan. De afwegingen laten zien.'

Gerard Riemen: 'Ik zie het als mijn belangrijkste taak ervoor te zorgen dat hij nooit kan zeggen: dat wist ik niet, daarvoor heb je me niet gewaarschuwd.'

Maar wat als al die waarschuwingen niet helpen? Riemen: 'Als ik hem niet kan overtuigen, doe ik wat hij wil. De grondhouding is loyaliteit. We zijn dienaren.'

'Er zijn mensen die daar niet tegen kunnen', weet Leen van Vliet. 'Maar dan moet je hier niet gaan werken. Geloof maar niet dat ze bij de directie Sociale Verzekeringen de komende jaren met veel plezier zitten te snijden in de sociale zekerheid. Maar het is niet anders. Balkenende en Zalm hebben de meerderheid. Dat telt.'

Met de juiste meebuigende houding kun je toch een zekere voldoening uit je werk halen. Door een mooie en uitvoerbare wet te maken, door de keuzes zo te presenteren dat je minister ze kan uitleggen. 'Met zo weinig mogelijk brokken', zegt Van Vliet. 'Uiteindelijk kun je de sociale zekerheid beter op een goede manier afbreken, met compassie, dan dat je het zonder betrokkenheid doet. Want dan wordt het helemáál niks.'

Hanny van Leijen: 'Het gekke van ambtenaar zijn is dat je ook je best doet voor iets als je er niet achter staat. Dat je iets wat je zelf hebt opgebouwd een paar jaar later even blijmoedig mag afbreken. Lastig is het wel als je mensen aan de lijn krijgt met klachten. Dat je denkt: u heeft helemaal gelijk. Maar dat mag je dan niet zeggen.'

Vrijdagmiddag. Berend Groot is tevreden. 'De teerling is geworpen', zegt hij. Zijn nota heeft net de afdeling en de directie verlaten: Gerard Riemen akkoord, Peter van Loo akkoord. Nu de directeur-generaal nog. 'En als die ook z'n paraaf heeft gezet, is het ding rijp voor de buitenwereld.' En mag Mark Rutte er in de ministerraad de complimenten voor in ontvangst nemen. De vijftien van Pensioenbeleid zullen dat vieren als hún triomf. Kan Berend Groot op het volgende feestje een rondje geven: target gehaald.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden