'Soms kan ik me niet herinneren hoe hij me sloeg'

Weg, dacht ze: de kinderen hebben hier al veel te veel gezien. Maar hoe bewijs je geweld zonder wonden?

De muren, de vloeren, de tafel, de kaarsen, zelfs de houten tissuedoos: alles in het huis van Sandra (niet haar echte naam) is wit. Sandra heeft haar vorige leven 'het huis uit gewit'. Niets mag herinneren aan haar ex, aan zijn geweldsuitspattingen en dreigementen.


In 2002 trokken ze in de rijtjeswoning, jonge ouders met twee kinderen in de luiers. Ze kwamen uit een moeilijke fase: beiden werkloos, ze hadden ingewoond bij familie en vrienden. Hij sloeg haar toen ook al - waarschijnlijk. Zeker weten doet Sandra het niet meer. 'Ik heb zoveel geblockt. Soms begint mijn zusje erover. Dan zegt ze, 'weet je nog San, dat hij je toen en toen zo hard geslagen heeft? En dan kan ik me dat helemaal niet meer herinneren.'


Ze grimast verontschuldigend. 'Het is ook zo groot allemaal. Zo groot.'


Sandra is een van de duizenden slachtoffers van huiselijk geweld, een vorm van geweld die vaak zo diep zit weggemoffeld dat het voor veel slachtoffers moeilijk is te bewijzen dat ze slachtoffer zijn.


Sandra's ex treiterde en intimideerde, gooide met meubels en sloeg. Jaren achtereen. Pas toen hij een aantal keer gedreigd had Sandra te vermoorden, belde ze naar het steunpunt voor huiselijk geweld. Daar werd ze goed opgevangen, maar ze raadden haar ook aan aangifte te doen bij de politie. Dat bleek ingewikkelder dan gedacht.


'Het komt omdat de lijn zo dun is', zegt Sandra. 'Wat versta je onder huiselijk geweld? Intimidatie kan zo subtiel zijn.' Als ze sliep, gooide haar ex soms een glas wijn kapot tegen de muur naast haar hoofd. 'Dat is bedreigend, maar je houdt er niets zichtbaars aan over. Je durft alleen niet meer te slapen.'


Sandra raakte geïsoleerd, deels omdat haar ex haar en de kinderen belette contact te hebben met anderen, maar ook omdat ze zich schaamde voor haar situatie en voor haar man.


Zes jaar geleden vluchtte ze, op een ochtend in de zomervakantie, met een handtas en aan elke hand een kind. Een vriendin had er de vorige avond op aangedrongen: ga weg. 'Ik wil je niet in een kist naar buiten hoeven dragen', had ze gezegd. Maar achteraf gezien gaven de kinderen de doorslag, zegt Sandra. Haar ogen dwalen door de woonkamer. 'Ik realiseerde me dat ze hier al veel te veel hadden gezien.'


Een half jaar zaten ze met z'n drieën in een overvol opvanghuis in Hilversum, dat inmiddels is opgedoekt vanwege wanbeleid. Sandra kreeg nauwelijks hulp van een psycholoog, de kinderen helemaal niet. 'Die werden gewoon in een speelkamer gedumpt.' Ze had gehoopt dat ze, met hulp van de instelling, met voorrang een woning ineen andere plaats kon krijgen. Dat gebeurde niet.


Moeder en kinderen keerden noodgedwongen terug naar dezelfde woning. De politie en de rechter konden niet verhinderen dat haar ex verhuisde naar een huis vlak in de buurt, dat hij Sandra bleef bedreigen, de kinderen een aantal keer voor een korte periode ontvoerde, en haar lastigviel op het schoolplein.


Inmiddels zijn ze gescheiden. En, Sandra houdt haar handen een flink eind uit elkaar, 'na een paar van zulke dikke dossiers is hij ontheven uit de ouderlijke macht.' Bij Sandra werd twee jaar terug een posttraumatische stressstoornis (ptss) geconstateerd. Uit angst voor haar ex durft ze alleen overdag naar buiten. De laatste keer dat Sandra de politie belde vanwege bedreiging is een half jaar geleden. 'Hij heeft een nieuwe vriendin. Misschien helpt dat.'


De naam van Sandra is uit veiligheidsoverwegingen gefingeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden