Soms is het hinderlijk dat iedereen van voetbal verstand denkt te hebben

Tot voor kort was er bij de KNVB niet eens een vut-regeling. Jan Huijbregts (59) maakte 37 tropenjaren bij de bond en was hèt gezicht van de sectie betaald voetbal....

DE tastbare herinneringen overwoekeren zijn kantoor in Zeist. Het matje uit Mexico, de Poolse asbak, de bel uit België, het vikingschip uit Göteborg, de Beierse bierpul, het zijn de tekens dat Jan Huijbregts overal ter wereld met alle egards is ontvangen.

Door de warmte van de internationale voetbalcontacten heeft de duizendpoot van de sectie betaald voetbal het de laatste jaren volgehouden. Huijbregts is een zachtaardig mens die moeite heeft gehad met de instant-verharding van de voetbalmaatschappij.

'De eerste tien jaar dat ik het secretariaat betaald voetbal deed, was het vooral een kwestie van aan de telefoon hangen, het sociale contact, communiceren met de clubs. Met een man als Olijve van Twente belde ik elke dag, de ene keer drie minuten, de andere keer een half uur, om een probleem uit te praten en op te lossen.

'Tegenwoordig krijg je een cynische fax. Of je wel met het belang van die club rekening wilt houden. Er is nu een heel andere maatschappij. Toen was je meer samen bezig. Het ging joviaal, kijken hoe je zaken kon oplossen. Tegenwoordig hoor je problemen systematisch aan te pakken. En is er verwijdering tussen de KNVB en de achterban.'

Huijbregts heeft nooit op het punt gestaan ontslag te nemen. Hij vermoedt ook nooit op de schopstoel te hebben gezeten. Hij wil het bij zijn afscheid niet hebben over het Berenschot-rapport en de roep, in 1988, om de sterke man. Hij kon naar de KNAU, de atletiekunie. En hij was ooit in gesprek met de NSF.

ADO'er Jan was en bleef een voetbaljongen. Hij werd aan de Verlengde Tolweg in Den Haag door Lo Brunt aangenomen, en moet toen dra beseft hebben dat hij voor het leven KNVB'er zou blijven.

'Ik kwam van een automobielimporteur. Bij de bond begon ik, in juni '58, op de wedstrijdafdeling. In '65 ging ik het secretariaat betaald voetbal doen en kreeg het programma van de profs mee. De afdeling bestond toen uit een secretaris en een juffrouw. Later kwam Gerard Schoenmakers erbij, als tweede secretaris.

'We hebben jaren in een structurele overwerk-situatie verkeerd. Het bestuur bestond immer uit topmensen van het bedrijfsleven. Die hadden overdag geen tijd, dus 's avonds werd er vergaderd. En overdag moest je er zijn als bureauhoofd. In '87 zaten we nog maar met zeven mensen. Dat valt niet te vergelijken met de kantoren van het profvoetbal in Frankrijk, Le Groupement Professionel, of de League in Engeland. Daar zaten veertig, vijftig fulltimers.

'Wij hadden lange tijd te maken met bezuinigingen. Toen Henk Hut penningmeester was, heette dat SKV, structurele kosten verlaging. Ik mocht in die tijd nog geen juffrouw aannemen. Nu hebben we wel de middelen gekregen. Tegenwoordig wordt de sectie gerund door 24 mensen. Dat begint er op te lijken.'

Huijbregts, sinds het aantrekken van de directeur betaald voetbal (Wolzak, Vogelzang) afgelost als bestuurssecretaris, heeft zich altijd moeten aanpassen. 'Je verandert in het voetbal. Brunt heeft dat ooit tegen me gezegd: als je in het betald voetbal een functie hebt zoals de jouwe, dan kun je niet echt jezelf blijven. Je moet een soort diplomaat worden. Als je te star bent in zo'n functie, dan red je het niet.

'Dat is wat anders dan met alle winden meewaaien. Dat is zoeken naar een middenkoers. Als secretaris denk je daar over na. In je bestuur heb je steunpunten nodig. Ik heb in totaal 38 bestuursleden meegemaakt. Als alle zeven leden van een bestuur je een zak vinden, dan kun je niet meer functioneren. Maar zelfs in moeilijke tijden, tijdens het collega-Van der Louw, had ik mijn steunpunten.'

Huijbregts maakte verschillende bestuursstijlen mee. Van der Louw deed het op afstand, maar in die regeringstermijn ging vice-voorzitter Hogewoning nadrukkelijk op het bureau in Zeist zitten. Van Rooijen had elke dag contact. Nu, onder Staatsen weet Huijbregts uit de tweede hand, is het weer afstandelijker geworden.

Hij heeft ze zien binnenkomen in Zeist. Elk bestuur wilde het vorige verbeteren. 'De clubs beschikken. Als zij vinden dat een bestuur niet functioneert, dan wordt het weggestuurd. En dan komt er een nieuw bestuur dat het idee heeft: wij gaan het heel anders doen dan onze voorgangers. Want het kan beter.

'Elke keer moest je daarin mee, je waarmaken. Dat wil je nog doen als je 40 of 45 bent, maar als je al 25 jaar secretaris bent en er komt zo'n nieuwe ploeg binnen, dan heb je niet echt zin meer om op je tenen te gaan lopen. Ze accepteren me maar zoals ik ben. Ik doe het al zo lang, ze moeten maar vertrouwen dat ik weet waarover ik het heb.'

Alle besturen in Zeist krijgen de wind regelmatig van voren of worden geveld door een rukwind van opzij. Zelf kon Huijbregts er goed tegen. 'Ik heb me nooit pispaal gevoeld. Ik ben professional. Ik ben erop voorbereid. De KNVB is een instituut dat altijd aan kritiek heeft bloot gestaan. Er zitten tachtig journalisten op het voetbal. Zet ze eens op Philips, heb ik wel eens gezegd. Moet je kijken wat daar boven komt.

'Kritiek komt ook voort uit de Nederlandse cultuur. Iedereen heeft zijn mening klaar, zeker over voetbal. Dat is het uitvloeisel van de populariteit van onze sport. Het is ook wel hinderlijk. Die minder leuke kanten zijn voor de werknemers van de KNVB niet erg. Ofschoon leuk anders is.

'Maar als je als voorzitter wordt afgeschilderd als iemand die iets helemaal verkeerd ziet, dan is dat niet plezierig. De bestuurders steken er veel tijd en energie in en doen dat dat vooral uit hobby-overwegingen. Tegelijkertijd nemen ze daarbij een risico, want ze staan bloot aan ernstige kritiek, die vervolgens weer van nadeel kan zijn op je maatschappelijke functie.'

De Cruijff-zaak, de wissel Advocaat-Hiddink, de Ajax-boycot, de oefeninterlands, het competitieplan; de items die de meeste publiciteit haalden, komen Huijbregts zo bekend voor. 'In het betaald voetbal is in al die jaren altijd commotie geweest.

'Er waren immer zaken die breed werden uitgemeten. Het Nederlands elftal, de tv, contracten of competitie. En dan zijn er van die momenten dat er een papegaaientoestand ontstaat. Dan roept iemand (zoals laatst Staatsen, red) dat het competitieschema een chaos is. Zo'n uitspraak gaat dan een eigen leven leiden. Iedereen roept mekaar dat maar na. Elk jaar is dat een paar maanden raak.'

De invulling van de voetbalkalender is de problematiek die Huijbregts het dichtst aan het hart ligt en het meest in opspraak heeft gebracht. Hij haalt er de schouders bij op. 'Op een gegeven moment heeft toch weer iedereen 34 wedstrijden gespeeld. En is toch weer bekend wie de kampioen is en wie er onderaan zijn geëindigd. Het ene seizoen vergt dat meer energie en creativiteit dan het andere.'

In 1972 mompelde Huijbregts in een sombere bui 'zo erg kan het nooit worden. Ik kan er een brief over schrijven'. Nu kan hij er wel een boek over opstellen. Hij hield laatst een referaat voor alle managers van het betaald voetbal en zette de zaken nog eens op een rijtje. 'We hebben allereerst te maken met 160 in te willigen wensen, zeg maar eisen van de clubs. Dat zijn er vijf per competitieronde. Dat gaat om dagen dat er niet gespeeld kan worden in verband met carnavalsoptochten, marathons, kamelenraces, meubelbeurzen.

'Dan hebben we dit seizoen te maken gehad met nieuwbouw en renovatie van stadions, niet alleen bij Feyenoord en Heerenveen, maar ook bij Cambuur, Helmond Sport, AZ en Willem II. Verder kregen we het FilmNet-contract. Dertig wedstrijden moesten op vrijdag of een andere dag worden ingepast om aan die overeenkomst te voldoen. De NOS had daar drie miljoen extra voor betaald in het tv-contract, maar kon zelf geen inhoud geven aan die abonneetelevisie-paragraaf. Toen is het in sublicentie aan FilmNet verkocht. Daar heb je mee te maken.'

Huijbregts mijmert even over zijn eerste onderhandeling met de NOS, toen nog NTS geheten. Het ging in 1965 om 50 mille aan beeldjes voor Sport in Beeld. Nu is het bedrag 17 miljoen en dat wordt in de nieuwe deal vermeervoudigd. Er zijn meer tv-belangen van invloed op de profcompetitie.

'We hebben nog het Ufa-contract, voor 21 interlands. Daar is ooit applaus voor gekomen in de algemene vergadering, maar het moet op straffe van boetes wel uitgevoerd worden. Een A-interland, tegen landen als Portugal en Frankrijk, staat voor 1,7 miljoen, een B-wedstrijd voor 1,2 miljoen strafkorting. Het geld wordt betaald in termijnen. Als bond moeten we oppassen dat we de laatste termijn wèl geld ontvangen.'

De laatste invloedrijke factoren zijn een aloude, de toto, en een recente, de veiligheid. 'Een wedstrijd die is afgelast mogen we in het belang van de sporttoto niet binnen tien dagen vaststellen. En dan is er nog de APV, de politieverordening. Risicowedstrijden horen dertig dagen te voren aangemeld te worden.'

Al die 'ingewikkeld-makers' zijn geïnventariseerd. 'Het bestuur-Staatsen is bekijkt of sommige elementen beter beheersbaar gemaakt kunnen worden. Want zo kan het niet verder. We hebben ook een onderzoeksopdracht gegeven aan de Universiteit van Twente om een meerjarenprogramma te maken. Dat is wegens degradatie wel met enkele variabelen. Maar zou het niet mooi zijn als de datum van Ajax-Feyenoord twee jaar tevoren bekend is. Met zulke tijdsmarges werken andere evenementen ook. We hopen dat het aantal eisen minder wordt als een groot deel van het programma tijdig bekend is.'

Huijbregts moest op internationale reizen als UEFA-waarnemer of FIFA-coördinator altijd uitleggen wat er toch allemaal met die Nederlandse competitie-agenda aan de hand was.

'In Italië of Spanje is voetbal te populair voor zulke problemen. In Frankrijk heb je gekozen burgemeesters. Die gaan geen wedstrijden verbieden. Nederland is uniek. Wij worden op voetbalgebied de Chinezen van Europa genoemd.'

Huijbregts gaat na 1 april aan de andere kant van de lijn zitten. Hij wilde nog niet achter de geraniums en kreeg de aanbieding secretaris van Feyenoord te worden. Hij hapte toe. Zijn nieuwe houding naar de KNVB? 'Een van begrip.'

Een laatste wens; die wordt uitgesproken ergens tijdens het gesprek. 'Het voetbal moet één blijven, in een organisatie waarin de amateurs en de profs hun plaats hebben. Er moet een wisselwerking komen dat het betaald voetbal bijdraagt aan de instandhouding van de rest. Daarvoor zou ook geld gereserveerd moeten worden. Mijn indruk is dat het bestuur Staatsen dat wel ziet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.